Beata de Robien, La malédiction de Svetlana.

01/05/2017

Beata Nowak (°1951) is een Pools-Franse schrijfster, die in 1989 trouwde met de Fransman Elie de Robien. Haar grootvader was grondbezitter en  professor aan de universiteit van Lvov, toen Polen, sinds 1945 SU / Oekraïne. De Poolse inwoners werden toen verdreven naar Breslau / nu Wroclav. Hij werd in 1939, samen met 1,8 miljoen anderen uit de Poolse  elite, door de NKVD van Stalin naar de goelag gedeporteerd als “anti-sovjet en sociaal gevaarlijk”. Hij overleefde 12 jaar goelag, maar was totaal onteigend. Zijn verhaal staat in “Fugue polonaise”, een ander boek van dezelfde auteur (Albin-Michel, 2013).

Dit boek vertelt over het leven van Svetlana(1926-2011), haar correspondentie met haar vader (zij en haar moeder woonden in Moskou, hij in zijn datsja daarbuiten), het dagelijkse leven en de politieke gebeurtenissen  in de Sovjet-Unie en in de wereld in de 20° eeuw. De stelling die doorheen heel het boek  voorkomt, is dat zij leefde met  de vloek van Stalin.

Ze werd geboren op 28 februari 1926, als dochter van Stalin en zijn tweede vrouw Nadja Alliloejeva. Stalins eerst vrouw Kato Svanidze was in 1907 gestorven. In 1919 hertrouwde hij op zijn 41° met de 18-jarige Nadja(°1901).Svetlana betekent “lichtje”, Nadedja “hoop”. Zowel zij als haar vijf jaar oudere broer Vassili waren “accidentjes”. Ze had nog een weinig getalenteerde halfbroer Iakov/Jakob, uit het eerste huwelijk van Stalin. Vassili gedroeg zich levenslang als pestkop en drinker. Door een ruzie was Nadja niet gaan bevallen in de privékliniek van het Kremlin, maar naamloos in een onbekend ziekenhuis. Stalins geheime dienst vond haar pas na twee dagen. De naam Svetlana werd snel een modenaam voor vele Russische meisjes en ook voor dure parfum etc. De revolutionairen keurden hem af: er moest oktober, revolutie, mei of Lenin in zitten, maar Stalin was blij met het kind en haar naam. Helaas had het koppel bijna permanent ruzie. Stalins medewerkers hadden overwegend Joodse vrouwen, Nadja had een Russische vader en een moeder met Duitse, Georgische en Roma-roots. Soms was ze depressief en vaak had ze migraine, dit laatste mogelijk als gevolg van een abortus na de geboorte van Svetlana(p.25). Stalin had haar naar Karslbad en Berlijn gestuurd, want hij had meer vertrouwen in Duitse dan in Russische artsen. Nadien voelde zij zich beter en ging ze chemie studeren in de Industriële Academie, waar Chroesjtsjov ook student was. Ze ging er te voet en met de tram naartoe, dus niet met een chauffeur. Zo zag ze ook de arme mensen, miserabel gekleed, in lange files voor etalages, waar  brood, melk, graan, vlees etc. altijd te vroeg op waren. Van medestudenten vernam ze dat in Oekraïne tussen 4 en 10 miljoen mensen gestorven zijn van honger, veroorzaakt door de collectivisatie van Stalin. Stalin zou later aan Churchill vertellen dat hij er 10 miljoen had moeten afmaken. Er was kannibalisme, boeren aten mekaar op om te overleven, er werd gemoord voor aardappelen. Wanneer ze dat aan Stalin vertelde, vroeg die de namen op van de medestudenten die dat verteld hadden. Die verdwenen meteen uit de universiteit.

Svetlana hoorde haar ouders vaak ruzie maken en haar moeder roepen: “Jij bent een beul, jij foltert je zoon, je vrouw en het Russische volk”. Svetlana kreeg meer liefde van haar voedster dan van haar ouders, die te druk bezet waren. Haar gouvernante leerde haar Duits en Engels aan.

De auteur beschrijft het zalige leven op de luxueuze  datsja’s, de kameraden die Stalin er ontvangt en die zich bedrinken. Er wordt gedanst, maar Stalin verdraagt niet dat iemand met zijn Nadja danst, terwijl hijzelf met vele andere vrouwen danst. Net zoals Hitler in de jaren ’30, krijgt ook hij veel brieven van vrouwelijke fans, hoewel hij maar 1m67 was en geen mooi lichaam had. Ze zijn bewaard in Russische archieven. Nadja, ook jaloers, wil weten met wie hij de nacht doorbrengt, want hij slaapt in een datsja en zij in Moskou.

We krijgen ook een hoofdstuk over de opvoeding van de kinderen. De jongens Jakob en Vassili waren moeilijke gevallen en  presteerden slecht op school,  Svetlana daarentegen was heel gewillig en heel ijverig. Schrijver Gorki (bijnaam voor Alexei Pechkov) was een vriend van de familie. Hij werd door Stalin verwend met alle luxe, eretekens, een straat, een theater, postzegel, park , stad en het grootste vliegtuig droeg zijn naam. In ruil moest hij Stalin overladen met lof. En de Geheime dienst hield hem streng in het oog. Svetlana ontmoette de rare man dikwijls en wou ook schrijver (“ingenieur van de ziel”, volgens Stalin) worden.

Op 8 november 1932 was de 15° verjaardag van de Oktoberrevolutie. ’s Morgens had Nadja nog geparadeerd op het Rode Plein, samen met de studenten van de Academie. ’s Avonds ging ze naar het bal in een nieuw kleed uit Berlijn. Tijdens het feest begon Stalin te flirten met een actrice. Als reactie danste Nadja met een andere man. Stalin werd woedend en gooide etensresten naar haar. Zij rende weg en pleegde zelfmoord. Haar dood werd aan de zesjarige Svetlana meegedeeld door haar Duitse gouvernante. Svetlana kreeg de versie die alle Russen te horen kregen: appendicitis die overgegaan was in buikvliesontsteking. Ze werd begraven op het prachtige Novodevichy-kerkhof. Pas 9 jaar later las ze de waarheid toevallig in de Engelse krant “Illustrated London News”. De Robien zegt dat zonder die zelfmoord het lot van Rusland misschien anders was geweest. Dat betwijfel ik zeer : Stalin treurde even, maar hij liet zich niet beïnvloeden door haar. Hij miste ze wel en was boos omdat ze niet “tot ziens” had gezegd.

 Hij koos voor zijn kinderen geen privéonderricht, maar stuurde ze naar een degelijke openbare school, waar de kinderen van de elite bij elkaar zaten, de leraren bang waren van hun leerlingen, de homo sovieticus gevormd werd en het portret van Stalin in elke klas hing. Ze gingen wel per limousine en met een lijfwacht om de boekentas te dragen. Svetlana besefte ook niet dat de andere scholen vuil waren en vaak zonder verwarming. Stalin was niet alleen de rode tsaar van de SU, hij was ook minister van onderwijs en bepaalde het schoolprogramma. Hij voerde de theorieën van charlatan Lyssenko in i.p.v. het darwinisme: “de genetica is een bourgeois-wetenschap, de erfelijkheid bestaat niet”. Kerken en synagogen liet hij ombouwen tot openbare gebouwen, zoals gevangenissen. Svetlana kreeg na schooltijd nog extra-lessen thuis van een lerares Duits en Frans, die in de plaats kwam van de eerste gouvernante: alle personeel dat Nadja nog gekend had, liet hij verdwijnen. Zelf sliep hij niet meer in het Kremlin, maar hij liet het licht van zijn bureau heel de nacht aan, zodat de mensen dachten dat hij ook ’s nachts werkte voor het volk. Hij liet ook een nieuwe datsja bouwen en nam een nieuwe helpster, Valentina Istomina, die hem ook ’s nachts diende, wat een publiek geheim was. Hij had nog meer aanbidsters, o.a. Marussia Korona, een mooie Joodse uit Georgië, schoonzus van zijn eerste vrouw en getrouwd met zijn schoonbroer Alexander. Maar in de jaren 1937-1942  liet hij haar en heel de families Svanidze en Alliloejeva oppakken, folteren, executeren of naar Siberië sturen: ze wisten en babbelden teveel.

Op 1 december 1934 werd Kirov vermoord. De schrijfster vraagt zich zelfs af of Stalin de moord bevolen had. Hij buitte ze alleszins uit : de grote zuiveringen begonnen en nog wel aan de top : Zinoviev, Kamenev en vele andere toppers verdwenen. In 1935 werd de marmeren metro geopend en op aandringen van Svetlana deed Stalin een ritje. De massa stroomde toe om hem te begroeten.

Hoe erger de terreur werd, hoe meer het volk van Stalin hield : beeldhouwers, schilders, schooldirecteurs, bazen van fabrieken en kolchozen zorgden ervoor dat zijn portret overal hing en dat hij er mooier op stond dan hij was. Het volk zong liederen over hem, de theaters speelden stukken over hem, 17 steden, 100 fabrieken, 4 bergketens droegen zijn naam. Ook Pavlik Morozov kreeg overal standbeelden en werd bewonderd door de Sovjetjeugd, omdat hij zijn vader verklikt had die een emmer graan had verstopt.

Bij de uitvoering van de terreur had Stalin de enthousiaste medewerking van Beria, Molotov, Chroesjtsjov etc. Molotov ondertekende 45.000 doodvonnissen, Beria wellicht nog meer. In 1936 stierf Gorki, volgens de Robien door vergiftiging. Zij beweert dat  Kirov en Gorki  voor Stalin “nuttige doden” waren : daardoor had hij een excuus om anderen uit de weg te ruimen.

Svetlana merkte in die jaren op dat er mensen uit haar omgeving verdwenen : vriendinnen, tantes, ooms, neven. Ze begreep er niets van totdat een meisje uit haar klas haar hulp inriep  nadat haar papa ’s nachts opgepakt was en een ander nadat haar mama aangehouden was. Dan vroeg Svetlana aan Stalin waar die mensen naartoe waren. Die maakte haar wijs dat het volksvijanden waren, wat Svetlana geloofde en in volle klas vertelde. Stalin vroeg de namen van die meisjes, die vervolgens ook verdwenen. Geen enkele familie ontsnapte aan de terreur. Iedereen verried iedereen, met anonieme briefjes, zelfs binnen eenzelfde gezin, om zelf aan de dood te ontsnappen.

Stalin spaarde niemand : na de toppers Kamenev en Zinoviev, volgden Boecharin, Iagoda e.a. revolutionairen van het eerste uur : zij verdwenen in de kelders van de Loebjankagevangenis, waar ze onder martelingen “bekentenissen” aflegden, waarna ze geëxecuteerd of verbannen werden. De scholieren moesten hun namen uit hun handboeken knippen en ze werden ook uit de Grote Encyclopedie verwijderd. Dat was  in 1954 ook zo met Beria: het lange artikel over hem werd vervangen door een even lang over de Beringstraat. Tijdens de terreur zetten alle Russen naast hun bed een koffer klaar met warme kleren en ze wachtten bang op de klop op de deur, totdat ze zelf verbannen werden naar gebieden met temperaturen van – 40 tot – 50°.

Tijdens de terreur (1935-1939 ) en ook tijdens de 2° W.O. (1941-1945) gingen de feesten bij de familie van Stalin en bij de nomenclatura gewoon verder en bleef Vassili zich misdragen. Hij organiseerde dikwijls orgieën in de datsja, met de zonen van Chroesjtsjov, Mikojan en Kaganovitch. Svetlana deed haar beklag bij Stalin over die orgieën, maar zonder gevolg : Vassili werd kolonel op zijn 21 en generaal van de luchtmacht op zijn 25. Hij moest ook niet naar het front (103). Daarentegen als Svetlana vanaf haar 11 haar mooie benen liet zien, werd Stalin kwaad en verplichtte hij haar die te verstoppen in ouderwetse kledij. En toen ze op haar 13° een foto toezond waar haar borsten zichtbaar waren onder de natte kleren, noemde Stalin haar een “slet” (107).

In augustus 1939 sloten Hitler en Stalin hun pact om Polen onder elkaar te verdelen. De Robien schrijft dat Stalin de Polen nog meer haatte dan de Joden. Hitler mocht de Poolse Joden uitroeien , Stalin liquideerde de elite van deze in zijn ogen  “arrogante heren”. Zie hierboven bij de grootvader van Beata. Die elite werd dus massaal gedeporteerd: 1,8 miljoen ambtenaren, priesters, professoren, leraren, advocaten, dokters, officieren. De schrijfster ergert zich eraan dat er in Europa en Amerika geen enkel protest kwam tegen de Russische inval in Polen. De vrouw van Roosevelt, sterk beïnvloed door haar communistische vriend Joseph Lash, aan wie ze vele geheimen van het Witte Huis verklapte en die ze daarna aan Stalin doorvertelde, die Eleanor verkondigde zelfs dat Rusland enkel de veiligheid van zijn grenzen wou verzekeren(119).

Toen Stalin in de zomer van 1941 signalen kreeg dat de Duitse troepen op komst waren, klasseerde hij die berichten als “desinformatie”. Hij beweerde ook dat de Duitsers wisten dat de maand  juni te laat was voor een campagne in Rusland. Wanneer Svetlana op 22 juni vernam dat de Duitsers de SU binnengevallen waren, was ze heel gerust : ze had geleerd dat de Sovjet-Unie onoverwinnelijk is(122). Ze begreep alleen niet waarom Stalin haar lieve halfbroer Jakob naar het front liet gaan. Stalin sloot zich op in zijn datsja in Kountsevo, met het portret van Ivan de Verschrikkelijke voor zich. Aan het front speelden zich drama’s af : door de terreur was 55 % van de officieren uitgemoord, 600.000 Russische soldaten werden meteen krijgsgevangen gemaakt, 1.000 vliegtuigen verwoest. Voor de 15-jarige Svetlana was dat onbegrijpelijk. En als ze haar vader belde, nam die niet meer op. Pas op de derde dag beval hij het leger dat het verboden was zich over te geven en dat krijgsgevangenen zelfmoord moesten plegen. Beria liet de nog levende officieren en zelfs de priesters terugkeren uit de kampen. In Oekraïne werd het Duitse leger verwelkomd als bevrijder van het Stalinistische juk, het trok snel door Wit-Rusland en naderde Moskou tot op 50 km. Op 24 juni liet Stalin dan een trein vertrekken naar een paleis in  Sotsji, met Svetlana en haar gevolg erin. In juli begonnen de Duitsers te bombarderen op Moskou. Pas einde augustus kreeg Svetlana haar vader voor het eerst aan de lijn. Dan vernam ze dat Jakob in de handen van de Duitsers was gevallen, maar ze verzweeg dat aan zijn vrouw. In september was Sotsji niet meer veilig en keerden ze per trein terug naar Moskou. Daar was overal paniek. Stalin voorspelde aan Svetlana dat de oorlog nog vier jaar zou duren, wat ook uitkwam. Vassili toonde haar een pamflet dat de Duitsers vanuit een vliegtuig verspreid hadden: de foto van Jakob als krijgsgevangene sinds 24 juli 1941. Stalin had geen enkel respect voor hem en liet zijn vrouw Julia arresteren als “medeplichtig aan de desertie van haar man” !(128) Galina, hun dochtertje van 2 jaar werd in een weeshuis gestopt. In september 1941 brak paniek uit in Moskou: er werd geplunderd en gestolen, archieven werden in brand gestoken, de gevangenen geëxecuteerd o.l.v. Beria, de vrouwen ingeschakeld om de stad te verdedigen. Belangrijke personen zoals Svetlana en waardevolle kunstwerken werden geëvacueerd naar Kouïbichev (Samara) of verder. In Kouïbichev zag Svetlana veel sukkelaars en veel armoede. Voor de kinderen van de nomenclatura werd er een apart lyceum  geopend. In Moskou vergaderde het Politbureau in een schuilkelder van de metro en Stalin sliep daar zelfs. Maar de harde winter was een ramp voor de Duitsers: alles bevroor, ze raakten zonder voorraden.

In Kouïbichev(Samara) las Svetlana “The Illustrated London News”, destijds(1842-2003)  de eerste geïllustreerde krant ter wereld: ze schrok toen ze daar las dat haar moeder zelfmoord had gepleegd op 8 november 1932. Ze eiste uitleg van Olga, de moeder van Nadja en van andere familieleden die haar gekend hadden. Zij bevestigden het.

In juni 1942 mocht Svetlana terugkeren naar Moskou: de bombardementen waren voorbij. Stalin was op één jaar veel verouderd. De stad was volgelopen met vluchtelingen en er was veel honger. In augustus 1942 stelde Stalin haar trots voor aan Churchill: voor de eerste keer in haar leven mocht ze een buitenlander ontmoeten, dat was altijd verboden, ze besefte  dat de geschiedenis zich voltrok onder haar ogen. Churchill was vooral verbaasd over de enorme banketten in het Kremlin en ook dat Svetlana om 1 u ’s nachts nog op was. Hij nodigde haar uit op zijn buitenverblijf, zodra Hitler verslagen zou zijn, maar helaas is dat bezoek  nooit doorgegaan.

Op 8 november 1942 hield Vassili, ter ere van de 25° verjaardag van de Oktoberrevolutie, zijn zoveelste drinkfeest in de datsja van Zoubalovo, alsof er geen oorlog was. Het was tegelijk de tiende verjaardag van de dood van Nadja. Op die avond leerde de 16-jarige Svetlana de 38-jarige Alexei Kapler kennen. Deze Joodse topscenarist had in 1938 de Leninorde gekregen en in 1941 de Stalinprijs. Hij had al een zoon uit zijn eerste huwelijk. De grote verleider werd verliefd op Svetlana en omgekeerd. Een vriend waarschuwde hem dat flirten met de dochter van Stalin gevaarlijk was. Hoewel Stalin zelf destijds ook 23 jaar ouder was dan Nadja, werd hij razend : Svetlana kreeg voor het eerst een pak slaag. Hij riep uit : “Het land is in oorlog en jij denkt enkel aan neuken”. Zo ver was het niet gekomen. Kapler werd op 2 maart 1943 opgepakt, langdurig ondervraagd in de Loebjanka, beschuldigd van “defaitisme” (de strijd willen staken) , wat niet klopte, want hij was gaan filmen op de gevaarlijkste fronten. Hij moest naar het ijskoude Vorkuta, op 2.000 km van Moskou, voor vijf jaar (en daarna nog eens vijf). In zijn eerste vijf jaar genoot hij daar een zacht regime: hij mocht toneelstukken regisseren en filmen. Ook daar vond hij een actrice als maîtresse. In 1948 mocht hij even terug naar Moskou, maar werd dan opnieuw gearresteerd en naar Inta gestuurd, een zwaar kamp met steenkoolmijn bij Petsjora. In 1954 werd hij bevrijd en gerehabiliteerd. Svetlana had er dan twee huwelijken op zitten, twee kinderen en twee echtscheidingen. Ze werd opnieuw verliefd op Kapler.

In 1943 meldde Stalin haar dat de Russen de slag bij Stalingrad hadden gewonnen en dat hij geweigerd had om Jakob te ruilen tegen een Duitse krijgsgevangene, niemand minder dan veldmaarschalk Von Paulus. “Je ruilt geen soldaat tegen een veldmaarschalk”, zou hij gezegd hebben. Jakob pleegde kort nadien zelfmoord. Stalin was daar niet goed van, hoewel hij dat zelf bevolen had.

In de zomer van 1943 haalde Svetlana haar middelbaar diploma. Ze wou aan de universiteit literatuur gaan studeren, maar Stalin verzette zich : “het land heeft ingenieurs nodig, piloten, dokters, geen rijmelaars”. Het werd dan geschiedenis, vooral van het marxisme-leninisme en van de V.S.A., het land “waar de mensen sterven van honger”. Ook hier waren er veel medestudenten die een familielid verloren hebben door Stalin.

Sergo Beria, de zoon van de andere schurk, vertelde haar in 1943 dat hij mee mocht naar de conferentie van Teheran, waar Stalin, Churchill en Roosevelt samenkwamen en waar hij mocht vertalen uit het Engels  in het …Georgisch, de taal die zijn vader en Stalin vaker gebruikten om de andere toppers bang te maken. De Russen hoefden dus niet te weten wat er gezegd werd. Svetlana betreurde dat de mooie en intelligente Sergo niet met haar wou trouwen (en dat zijn moeder hem dat stellig afraadde). Ze vond een nieuwe vriend, Grigori Morozov, weer een Jood, vijf jaar ouder, laatstejaars student rechten, fervent roker zoals alle Russen toen. Ze vertelde het aan Stalin, die haar afsnauwde met: “Elke Jood is een potentiële spion. Doe wat je wil, maar zorg dat hij nooit bij mij in huis komt”. De discussie eindigde met : “Loop naar de duivel”. Die vloek droeg Svetlana heel haar leven met zich(198). Op 19 mei 1944 trouwden Svetlana (18) en Grigori(23) voor de wet, zonder Stalin of iemand anders van de familie. Svetlana werd snel zwanger. Het duo mocht gaan wonen in het grootste huis van Europa: het Huis aan de Kade, met zicht op de Moskva en het Kremlin, waar de elite in alle luxe leefde, maar waarvan één derde van de bewoners in de goelag of in het graf was beland. In mei 1945 beviel Svetlana van een zoontje, Iossif, genoemd naar haar vader, maar die wenste het kind niet te zien.

De oorlog eindigde met de overwinning van de S.U., maar wel ten koste van 26,6 miljoen doden, 1700 verwoeste steden, 70.000 verwoeste dorpen. De teruggekeerde  krijgsgevangenen vlogen naar Siberië: ze waren “besmet door het Westen”(205).

Op de conferenties van Teheran, Yalta en Potsdam kon Stalin zijn zin doordrukken: Oost-Europa kwam hem toe en hij mocht daar bevriende regeringen installeren. Over de fameuze bijeenkomst van Churchill en Stalin in oktober 1944 in Moskou, waar Churchill dat verdelingsvoorstel deed, zegt de auteur niets.

Na de geboorte van Iossif, werd Svetlana nog drie keer  zwanger, maar ze liet telkens abortus uitvoeren, wat strafbaar was tijdens Stalin. Ze had ook nog één miskraam. Dan volgde de scheiding, een heel simpele zaak in de Sovjettijd : het kon zelfs met een gewone postkaart naar het gemeentehuis. De kleine Iossif zag zijn opa twee keer, niet meer. Later werd hij dokter, maar hij had een drankprobleem en stierf  al in 2008. Na de scheiding viel de NKVD binnen bij Grigori, zoals ze dat ook gedaan hadden bij Kapler en ze pakten alle herinneringen aan Svetlana mee en ze stuurden zijn vader naar de goelag. Grigori zelf kreeg  geen werk meer en leefde met zijn moeder in armoede.

In 1947 werden opnieuw familieleden van Svetlana opgepakt in het chique Huis aan de Kaai. Zij vermoedde dat Beria de dader was. Ze vroeg aan Stalin waarom ze verdwenen waren. Zijn antwoord: “Ze weten teveel en ze babbelen teveel”. Stalin bevrijdde zich zo van zijn schoonfamilies Alliloejeva en Svanidze.

Dan bleef “het Joods probleem” nog over. Stalin wou 20.000 Joden verplichten om te emigreren naar een autonome provincie in het verre oosten aan de grens met China: Birobidzjan, een onvruchtbare streek zonder wegen of huizen. In 1948 liet hij overal aan de top Joden oppakken en deporteren, Joodse scholen, koren en toneelgroepen sluiten. Toen Golda Meir (°1898, Kiev) als eerste ambassadrice van Israël in Moskou aankwam en verwelkomd werd door 50.000 Joden, o.a. de vrouw van Molotov, ergerde Stalin zich eraan dat de Joden allemaal Jood waren gebleven i.p.v. Sovjetburger. Gevolg: Polina Molotova, de vrouw van zijn hondstrouwe medewerker Molotov, werd opgesloten in de Loebjankagevangenis. En ook de andere leden van het Politbureau die met een Joodse getrouwd waren, kregen bevel om te scheiden.

Svetlana kreeg in 1949 van Stalin de raad om te trouwen met Joeri Jdanov, 30, doctor in de scheikunde. Zijn vader, een medewerker van Stalin, stierf op zijn 54 aan een hartaanval, een reden voor Stalin om de Joodse artsen te vervolgen die “hem slecht verzorgd hadden”. In april 1949 trouwden Svetlana en Joeri. Na haar afstuderen in geschiedenis, ging ze nog literatuur studeren. Op 21 december 1949 vierde Stalin zijn 70° verjaardag (in feite was het zijn 71°). Allerhande geschenken, o.a. een Alfa Romeo,  stroomden toe van communistische partijen uit heel de wereld. Ze werden tentoongesteld voor het Russische volk, om te tonen hoe populair Stalin wereldwijd was. De relatie tussen Svetlana en Joeri werd snel slecht, maar Svetlana was zoals gewoonlijk snel in verwachting en in 1950 werd Katia geboren als prematuur (7 maanden). Stalin liet zich niet zien. Vassili trouwde dat jaar voor de derde keer, nu met een zwemkampioene, voor wie hij het eerste overdekt Olympisch zwembad liet bouwen. In 1951 kwam de scheiding tussen Svetlana en Joeri.

Op 2 maart 1953 werd Svetlana uit de Franse les geroepen. Haar vader had een hersenbloeding gekregen en lag in het bureau van zijn datsja in Kountsevo in een plas urine. Hij werd op een divan gelegd, omringd door jonge, nieuwe artsen met bevende handen. In 1952 had hij zijn Joodse lijfarts Vinogradov laten arresteren, omdat hij hem rust had aangeraden voor zijn aderverkalking en hem verboden had te roken. Tijdens de folteringen had hij bekend deel uit te maken van een complot om regeringsleden uit te schakelen. Jdanov was zogezegd het eerste slachtoffer. Alle beschuldigden waren Joden en ook zij hadden bekend tijdens de folteringen.

Stalins rechterhelft was verlamd en hij kon niet meer spreken. Vassili kwam aan, totaal dronken, nam nog een slok wodka en riep: “Ze doden mijn vader”. Heel het politbureau stond rond het doodsbed, Chroesjtsjov en Boelganin al huilend. Svetlana had de indruk dat sommigen blij waren met de dood van haar vader. Op het einde keek Stalin woedend naar allen die rondom hem stonden, hief zijn linkerhand op om iets aan te wijzen of om alle omstanders te vervloeken. Dan verliet zijn ziel het lichaam. Svetlana zag er een vervloeking in en onthield dit tot haar eigen dood. Alle toppers weenden. Vassili riep: “Smeerlappen, jullie hebben mijn vader vermoord”. Beria reed naar het Kremlin. Mikoyan riep tegen Chroesjtsjov: Hij gaat de macht grijpen. Dan reden allen hem achterna en enkel Svetlana bleef in de datsja.

De bevolking werd nog tot 5 maart wijsgemaakt  dat hij zwaar ziek was. Wellicht was hij al dood op 3 maart (aldus Chlevnjoek,p.375) of zelfs 2 maart(De Robien,p.266). Kerken en synagogen werden heropend om voor hem te kunnen bidden. In Parijs installeerde de communistische krant L’Humanité een luidspreker bij het Louvre, om de mensen te informeren of liever te desinformeren over de geniale gids van de arbeiders. Toen zijn dood bekend werd, werd hij overgebracht naar Moskou. Daar stonden miljoenen mensen uren in de rij  om afscheid te nemen. Velen hebben elkaar vertrappeld om Stalin nog te kunnen zien. Op 9 maart werd hij begraven in het mausoleum van Lenin. In 1961 werd hij in het geheim overgebracht naar de Kremlinmuur en werd zijn naam ook verwijderd van het mausoleum.

Na de dood van Stalin, werd Polina Molotova  bevrijd uit de gevangenis. Haar eerste vraag  na vier jaar cel was : “Hoe gaat het met Stalin?” Toen ze hoorde dat hij dood was, zakte ze in elkaar. Ze leefde nog 17 jaar. Molotov zelf, die minstens 45.000 doodvonnissen had getekend, o.m. het voorstel van Beria om 25.700 Poolse officieren, priesters en intellectuelen te executeren in Katyn, werd bijna 100 jaar (1890-1986). Pas in 1990 erkende Gorbatsjov en in 1992 Jeltsin dat de Russen de daders waren. En in 2010 verongelukte een Pools vliegtuig met de president etc. nabij Smolensk toen ze de 70° verjaardag van Katyn wilden herdenken.

Beria wou na de dood van Stalin meteen een perestrojka doorvoeren: de 2,5 miljoen gevangenen van de goelag mochten van hem naar huis. Hij wou ook meer welvaart, zeker voor de vele arme meisjes die hij zo graag zag. Tegelijk gooide hij Vassili voor 8 jaar  in de gevangenis voor zijn  jarenlang wangedrag. Chroesjtsjov liet dan Beria, zijn vrouw, zoon en schoondochter arrestteren. Beria werd na een schijnproces gefusilleerd (of gewurgd?). In de volgende maanden verloren ook Malenkov, Molotov, Kaganovitch e.a. Stalin-medewerkers hun functie. Gevangenen kwamen uitgemergeld terug uit de goelag. Ook de tantes van Svetlana  waren erbij : Anna was onherkenbaar: ze had geen tanden meer, ze was vel op het been, zag er 80 uit i.p.v. 58. Tante Genia kon na 4 jaar eenzame opsluiting nog amper praten. En toch bleven ze Stalin aanbidden, zelfs na de onthullingen van Chroesjtsjov in 1956 !

In 1954 waagde Ilya Ehrenburg (alweer een Joodse Rus)  het een roman te schrijven, genaamd “De Dooi”. Het werd de naam van een tijdperk. Hij tekende een droevig portret van de SU. Svetlana moest hem verdedigen op het schrijverscongres in Moskou. Daar zat ineens ook Alexei Kapler, terug uit Siberië, samen met het eerste miljoen gevangenen die amnestie hadden gekregen. Gedurende tien jaar had hij geen zon meer gezien ! Hoewel hij opnieuw getrouwd was, bracht hij de nacht door met Svetlana. Hij vertelde haar over de Siberische winter, waar de urine bevriest voor ze de grond raakt en waar hij vijf jaar mijnwerker was. Het duo ging samen op vakantie op de Krim en sekste er op los. Svetlana wou weer trouwen, Kapler niet meer : hij sliep met wie hij wou, zijn vrouw tolereerde dat. Een jaar later had hij alweer een andere vrouw.

Svetlana bleef alleen achter, met Iossif en Katia. Veel werken deed ze nooit: een paar uur per maand gaf ze les als lector literatuur. In februari  1956 kreeg ze van Mikoyan de geheime toespraak van Chroesjtsjov om hem vooraf door te lezen. Het was een frontale aanval op Stalin, die o.a. beschuldigd werd van repressie, folteringen, uitmoorden, massale deportaties, de nederlagen van 1941-1942. Svetlana zei : het is allemaal waar. De gewone Rus vernam dit pas in 1989, tijdens Gorbatsjov. De toespraak  van drie uur werd beluisterd door communisten uit heel de wereld, van wie er 31 flauw vielen. En de New York Times publiceerde het rapport al op 4 juni 1956. De toespraak had veel gevolgen: een opstand in Polen, een revolutie in Hongarije, destalinisatie in de SU: de naam Stalin verdween uit de namen van vele straten, steden, fabrieken en  het automerk Z.I.S. werd Z.I.L. In 1961 werd  lijk werd verplaatst van het mausoleum van Lenin naar de Kremlinmuur. Svetlana verloor vele vrienden en werd door niemand meer uitgenodigd. Collega’s en studenten meden haar. Ze veranderde haar achternaam in Alliloejeva, om niet meer aan Stalin herinnerd te worden.

In 1957 werd het Internationaal Feest van de communistische  Jeugd toegankelijk gemaakt voor Westerlingen en mensen uit de Derde Wereld. De Moskovieten zagen voor het eerst Indiërs,  Egyptenaren, andere Afrikanen. Negen maanden later werden de eerste gekleurde Russen geboren.

In 1960 bezocht Svetlana haar broer Vassili in de gevangenis. Chroesjtsjov liet hem vrij, maar na een ongeval in dronkenschap belandde hij weer in de cel, daarna in een ziekenhuis in Kazan, waar hij een vierde keer trouwde met een verpleegster. Hij stierf in 1962, op zijn 41°,  aan een levercirrose. Svetlana vroeg aan Chroesjtsjov of hij begraven mocht worden naast zijn moeder Nadja op Novodevichy, maar dat verzoek werd verworpen. Svetlana had dan weer enkele korte relaties, o.a. met de Joodse dichter David Samoïlov en met de dissidente, gelovige  schrijver Andreï Siniavski. In 1962 liet zij zich dopen, mogelijk naar het voorbeeld van Siniavski, en ging zij voor het eerst een kerk binnen. Kort daarop eiste ze Siniavski op als man, terwijl zijn vrouw erbij zat. Zonder succes dus. Dan trouwde ze in 1962 met haar neef Djonrid Svanidze, wiens ouders door Stalin omgebracht waren in 1941/1942 en die zelf in 1956 teruggekeerd was uit de goelag. Hij had brandwonden overgehouden van de sigaretten die zijn “opvoeders” gedoofd hadden op zijn lichaam. Het duo bleef 1,5 jaar samen. Dan volgde haar derde scheiding.

In 1963 liet Svetlana haar amandelen wegnemen in het elite-ziekenhuis van Kountsevo. Daar ontmoette ze de getrouwde Indische communist Brajesh Singjh, 45 en ongeneeslijk zieke kettingroker. Communistische toppers  uit heel de wereld lieten zich verzorgen in ziekenhuizen van de SU. Samen gingen ze op kuur in Sotsji en daarna kwam Singh bij haar inwonen. Dan eindigde zijn visum en moest hij terug naar India. In dat jaar 1963 schreef Svetlana ook haar boek “Twintig brieven aan een vriend”, maar ze durfde het niet te publiceren. Twee jaar later was Singh  terug in Moskou en Svetlana was nog even verliefd. Ze wilde weer trouwen, maar premier Kosygin zei haar dat heel het Kremlin ertegen was. In 1966 werd Singh dodelijk ziek. Hij stierf op 31 oktober in een Moskous ziekenhuis  in aanwezigheid van Svetlana. Ze vroeg aan Brezjnev of ze zijn as naar India mocht brengen. Ze kreeg toestemming, mits KGB-begeleiding. Ze was nog maar één keer buiten de SU geweest: in 1947 in de DDR. Op 20 december 1966 landde ze in India. Tegen haar zin werd ze naar de Russische ambassade gebracht, waar ze meteen haar pas en visum moest afgeven. Ze bezocht Taj Mahal, zag bedelaars en daklozen en nam zich voor om niet meer terug te keren naar de SU. Ze bracht de as naar het dorp van Singh, ergerde zich aan de ongelijkheid in India, zonder te beseffen dat het in de SU weinig beter was. Ze schreef naar haar kinderen, maar ze kreeg geen antwoord. Ze ontmoette Indira Gandhi, die haar zei dat ze onmogelijk in India kon blijven. Op 8 maart 1967 moest ze terug naar Moskou, maar op 6 maart vluchtte ze naar de Amerikaanse ambassade in New Delhi. De Amerikaanse ambassadeur raadpleegde eerst de CIA en zette haar dan op een vliegtuig naar Rome. President Johnson wou de relaties met de SU niet verknallen en weigerde aanvankelijk Svetlana op te nemen. Maar ook in Italië was ze niet welkom: de regering had de stemmen van de communisten nodig. Het verhaal kwam in alle kranten. Zwitserland werd gevraagd om haar op te nemen. Op 11 maart 1967 landde ze in Genève, in een Swissair vol KGB-agenten en journalisten. Daar verschool ze zich in kloosters om aan de pers te ontsnappen. In Moskou was de schok groot: de chef van de KGB werd vervangen door Andropov en ook de ambassadeur in India werd ontslagen. George Kennan, die negen jaar Amerikaans ambassadeur in Moskou was geweest, maar niet wist dat Stalin een dochter had, werd naar haar  gestuurd. Ze ontmoetten mekaar in Bern. Svetlana kreeg meteen een contract voor haar boek : 1,5 miljoen dollar, een astronomisch bedrag, dat nu overeenkomt met 10 miljoen (p.376). Daar kwam nadien nog 3,5 miljoen bij of 25 miljoen huidige dollars plus vertalingen in vele talen. Kortom : 35 à 40 miljoen aan de koers van nu. Enkel Churchill had zoveel gekregen. Als ze dat geld goed beheerd had, was ze levenslang miljonair geweest. Op 22 april 1967 landde ze in New York. Er was meer pers dan voor de Beatles in 1964. Er volgde een persconferentie om haar boek te promoten. Dan kreeg ze een brief van haar zoon Iossif: hij en Katia voelen zich verraden. Katia zal haar nooit meer willen zien.

In de VSA werd beslist dat haar boek “Twintig brieven aan een vriend” vertaald zou worden door Priscilla Johnson, CIA-medewerkster, een schoonheid die nog de Mata Hari was geweest van John Kennedy en die in Moskou Lee Harvey Oswald had geïnterviewd in 1959. Zij was de enige die zowel de president als zijn latere moordenaar persoonlijk  kende.  Svetlana wist hier niets van en vertrouwde haar. Helaas was Priscilla niet geschikt om een literair werk te vertalen. De recensent van  The New Yorker zei dat de vertaalster geen enkele zin voor nuance had en ook niet voor de klanken in de Russische taal. Svetlana bleef bevriend met Kennan, die ook voor haar huisvesting zorgde. Premier Kosygin bezocht in juni 1967 de UNO in New York en verklaarde dat Svetlana een onevenwichtige psychopaat was en een slechte moeder. De pers verzon daar nog van alles bij: ze zou naar Zwitserland gevlucht zijn om daar het geld op te halen dat Stalin op een genummerde rekening zou hebben gezet. De Russische pers zorgde ervoor dat de Russen haar gingen haten en het politbureau vroeg aan de communistische partijen uit heel de wereld om haar te discrediteren, wat L’Humanité meteen ook deed met harde leugens. De patriarch van Moskou deed er nog wat hatelijkheden bovenop. De Russische journalist en wellicht KGB-agent Victor Louis( Vitali Evguenievitch Loi), de rode miljardair, speelde deze info door naar Westerse kranten via zijn Engelse vrouw. Er wordt niet verteld hoe hij miljardair was geworden. Die Victor slaagde er ook in een kopie van het manuscript en honderd foto’s van Svetlana te stelen uit haar bureau in het Huis aan de Kaai in Moskou. Hij wijzigde de inhoud en verkocht het boek en enkele foto’s aan Westerse uitgevers, met de bedoeling om het echte boek voor te zijn en te saboteren. Als reactie op al die desinformatie in de SU, verbrandde Svetlana openlijk haar Russisch paspoort, wat natuurlijk weer niet slim was. Ook de NYT deed haar pijn door in augustus 1967 de collectie foto’s te publiceren die Victor Louis gestolen had. In september 1967 kwam dan haar boek uit, zowel in het Russisch als in het Engels, maar in Rusland mocht het pas vanaf 1989 verkocht worden. Het boek kreeg zowel lof als kritiek; Der Spiegel koos het uit als “Boek van de eeuw”. Wanneer ze passages voorlas op “Voice of America”, ontnam Gromyko haar het sovjet-staatsburgerschap. Chroesjtsjov sprak van een “mentale en psychische instorting” bij iemand die altijd een voorkeursbehandeling had gehad.

In december 1967 stelde George Kennan haar voor aan Louis Fischer. Hij was een zoon van uitgeweken Russische  Joden, schreef biografieën  van Lenin,Stalin, Gandhi,Nehru, ging om met Tito, Oppenheimer, Eisenhower, Kennedy, was 14 jaar lang correspondent in Moskou en sprak vloeiend Russisch. Svetlana, die een voorliefde had voor Joden, werd verliefd op hem, hoewel hij al een relatie had met een jonger meisje. Hij zette haar aan het schrijven en zij beschreef in het Russisch wat er gebeurd was in dat ene jaar sinds haar vlucht uit de SU: “Op één jaar”. Toen Fischer niet inging op de wensen van Svetlana, gooide ze bij hem een steen in zijn ruit, terwijl hij sliep met dat meisje. De politie pakte Svetlana op. 

In 1968 was haar tweede boek klaar en ze vond een degelijke vertaler: Paul Chavchavadze, een Georgische prins, getrouwd met een Romanov. Zijn grootvader en zijn vader waren vermoord door de communisten in resp. 1917 en 1931. De vertaling was magistraal, maar het boek had minder succes dan het eerste.

Vanaf 1969 kreeg Svetlana brieven van Olgivanna, weduwe van architect Frank Lloyd Wright. Ze vloog naar haar domein van 500 ha, Taliesin genaamd(zie google). Olgivanna, dictator van het domein, stelde Svetlana(45) voor aan architect Wesley Peters(60). Uiteraard werd ze weer verliefd en drie weken later trouwden ze al(03.04.1970). Bovendien was ze ook nog zo dom haar naam te veranderen in Lana Peters en alle schulden van Peters af te betalen: 0,5 miljoen dollar, nu zo’n 3,2 miljoen en ook nog een pak geld uit te delen aan een zoon van Wes, hoewel haar advocaten dat zeer afraadden. Vervolgens werd ze weer zwanger, op een moment dat het huwelijk al bijna voorbij was. Olgivanna zei haar: “In Taliesin is geen plaats voor kinderen. Je zal abortus moeten plegen”(435). Svetlana werd woedend en Olgivanna vergeleek haar met Stalin, op wie zijzelf evenzeer geleek. Op 21 mei 1971 werd Olga Peters geboren in San Rafael : op Taliesin mocht dat niet. Daarna mocht Svetlana alweer 92.000 dollar (nu 5,4 miljoen) afstaan aan een schoonzoon van Wes. Olga werd gedoopt in de Grieks-orthodoxe kerk. Het kwam tot een breuk met Olgivanna, Svetlana verliet Taliesin en weigerde alimentatiegeld van Wes, hoewel haar miljoenen bijna op waren.

In 1972 keerde ze met Olga terug naar Princeton. Daar moest ze voor het eerst in haar leven zelf de afwas doen, poetsen, grasmaaien. Met Olga sprak ze enkel Engels: ze wou niet dat haar dochter zich Russisch zou voelen. Het duurde tot haar vier jaar voordat Olga haar eerste woord sprak. Ondertussen kreeg Svetlana een drankprobleem, een familiekwaal, ze werd ook dik, haar geld was op en ze kon amper het schoolgeld van 1.500 $ voor Olga betalen. In 1976 verhuisde ze weer, nu naar Californië en dan opnieuw naar Princeton. Geregeld was ze dronken en sloeg ze Olga. Ze bleef ook met iedereen ruzie maken, zelfs met George Kennan, alsof een destructieve kracht zich meester had gemaakt van haar. In 1978 kreeg ze het Amerikaanse staatsburgerschap, maar in 1981 besloot ze ineens te verhuizen naar Engeland, zoals altijd zonder na te denken over de gevolgen. Nabij Cambridge huurde ze een pover appartementje. Olga begreep niet waarom de paparazzi haar achtervolgden. Dan vertelde Svetlana in 1982 de reden: Stalin was haar grootvader. Olga wist enkel dat hij de oorlog had gewonnen, nu vernam ze ook welke misdaden hij begaan had. Olga was begaafd, maar haalde matige cijfers op school: ze had enkel interesse voor muziek en voor jongens. Ze botste vaak met haar autoritaire moeder, die zich in 1982 bekeerde tot het katholicisme.

In 1984 schreef Svetlana met veel gin tonic en whisky  haar derde boek  “The Faraway Music”: over haar leven in de VSA, haar vier huwelijken, de dictatuur op Taliesin, de advocaten die haar bedrogen hadden. Ze had geld nodig: de school van Olga kostte 3.200 £ per jaar, haar alcohol was ook duur. Ze vond enkel een uitgever in India, want het boek ging niet meer over Stalin. En die uitgever had geen geld.

Op zekere dag, tijdens het soepeler regime van Andropov (1982-1984), belde Iossif om te melden dat hij gescheiden was en dat hij geen contact meer had met zijn zus Katia, die als vulkanoloog op het verre Kamtsjatka woonde (en daar ook een drankprobleem had). Iossif stuurde een foto en Svetlana zag meteen dat haar zoon, cardioloog, aan de drank was. Hij belandde in het ziekenhuis. In september 1984 kreeg ze na 17 jaar heimwee naar de SU. Ze kreeg toestemming van de Sovjetambassade in Londen! Ze reisde met Olga via Athene, waar de zoon van pas overleden Andropov de vriendelijke ambassadeur was en perfect Engels sprak. Het duo bezocht de Akropolis, enkele musea en winkels. In Moskou werden ze goed ontvangen in het luxehotel Sovjetskaja. Iossif kwam hen daar opzoeken. Hij was 39, maar zag er een vijftiger uit. Katia schreef haar een brief waarin ze woedend zei dat ze haar nooit zou vergeven of ontmoeten. Svetlana toonde aan Olga het Kremlin, waar zij was opgegroeid als prinses. Op 2 november werden zij verwend met  het Sovjetburgerschap, een mooi appartement, een auto met chauffeur, een pensioen. Olga had pech: Brezjnev had de internationale school afgeschaft, ze moest naar een Russische en kende geen Russisch. Uiteraard kreeg ze meteen privélessen Russisch. In de VSA reageerde men bitter op de verklaringen van Svetlana: “Ze wordt overheerst door haar demonen, ze gelijkt op Stalin”. Na vier weken was hun geluk al voorbij. Ze mochten verhuizen naar Georgië, maar geen van beiden kende Georgisch. Ook daar werden ze verwend met een mooi appartement en bezochten ze de Zwarte Zee. Portretten en bustes van Stalin waren nog overal aanwezig. Ze trokken ook naar Gori, waar zijn groot standbeeld het marktplein domineerde. Na een jaar was Svetlana tien kilo zwaarder en vroeg ze aan Gorbatsjov of ze de SU mocht verlaten. Er kwam geen antwoord. In februari 1986 verhuisden ze weer naar Moskou en in maart 1986 schreef ze een tweede brief en kreeg ze ook een hartstilstand. Op 5 april 1986 kreeg ze toestemming om het land te verlaten. Het werd haar 39° verhuis, deze keer naar Chicago en Olga naar Londen, waar de tv-camera’s haar opwachtten en waar het nieuws met haar begon. Svetlana begon aan haar vierde boek, “Het boek voor mijn kleindochters”, maar ook hiervoor vond ze geen uitgever die haar kon betalen. Ze moest geld gaan lenen bij een vriend, want ze kon geen enkele rekening meer betalen. De CIA gaf haar geld, maar dat weigerde ze. Met een lening van de bank, kocht ze haar zoveelste huis. In 1988 vond ze een nieuwe vriend, maar die kreeg kanker. In januari 1989 verliet de 18-jarige Olga zonder diploma haar school met een hippie. Svetlana vond haar in Brighton: rood haar, getatoeëerd, een ring in de neus en in de lip. Ze wou niet meer naar school en zou dus nooit naar de universiteit gaan. Svetlana nam dan de vlucht naar Frankrijk, waar ze onderdak vond bij Russische dissidenten (Andreï Siniavski en Hélène Zamoyska). Ze trok in een klooster, maar vond nergens rust. Dan vloog ze weer naar Londen, waar ze vier maanden sliep op een zetel bij Olga. Dan kwam ze terecht in een home voor sukkelaars. Miljonair op haar 40°, clochard op haar 63°. Voor het eerst leefde ze in een “komunalka”, maar dan in Londen, waar ze op een klein tv-scherm de Val van de Muur zag en de revoluties in Polen, Tsjecho-Slowakije, Roemenië, de executie van de Ceaucescu’s, de arrestatie van Honecker. Toen dacht ze nog dat de SU eeuwig zou blijven bestaan. Op haar 19° trouwde Olga, stevig getatoeëerd(zie afbeeldingen op google!), met een zekere Evans uit Wales en veranderde ze haar naam in Chrese Evans. Op 25 december 1991 zag Svetlana op die gemeenschappelijke tv de onwaarschijnlijke beelden van het aftreden van Gorbatsjov en de vervanging van de communistische vlag met hamer en sikkel door de driekleurige van de tsaren. De eeuwige SU stierf voor haar ogen. Ze kreeg ook goed nieuws: haar vierde boek zou verschijnen in afleveringen in het maandblad Oktiabr. Dochter Katia, ook aan de drank na de zelfmoord van haar man, liet weten dat ze het met plezier gelezen had. Het huwelijk van Olga duurde even lang als de vier van Svetlana : één jaar dus. Toch behield ze haar naam Evans. Met een nieuwe vriend trok ze naar de VSA, om daar verkoopster te worden in een winkel met Aziatische spullen. In 1996 haalde Svetlana nog eens ongewild het nieuws: de Italiaanse pater Garbolino publiceerde brieven van haar en zei dat ze in het klooster wou om te boeten voor de misdaden van Stalin. Dit kwam in alle grote kranten. Uit pas geopende archieven bleek dan dat de KGB haar in 1967 had willen ontvoeren en dat de CIA ook een dossier van 233 pagina’s had van haar. Het bezorgde haar weer een hartaanval. In 1997 ging ze weer bij Olga inwonen, maar uiteraard mislukte het samenleven van een 71-jarige met een 27-jarige. In 1999 volgde weer een verhuis naar een bejaardenhuis voor armen in Californië ; winkelierster Olga zat op 3.200 km van haar in Portland (Oregon, NW van Amerika, bij de Stille Oceaan). In 2008 kreeg ze de auteursrechten van haar eerste boek terug. Poetin noemde ze “die verschrikkelijke oud-KGB-er”. Via de radio vernam ze de dood van Iossif op zijn 64°, door de drank. In zijn laatste interview had hij nog verteld dat zijn moeder zich niet kon beheersen en ooit een hamer naar zijn hoofd had geslingerd. Ze verhuisde nog een laatste keer naar een armenhuis in Wisconsin(N., tegen Canada). Door een kromme rug kon ze nauwelijks nog stappen. In de herfst van 2011 kreeg ze dikke darmkanker. In haar testament schreef ze dat haar lichaam niet naar Rusland mocht: de as moest in de Oceaan gestrooid worden. Ze stierf op 22 november 2011, na een leven van 85 jaar met Stalin, levend of dood. Olga strooide haar as uit in de Stille Oceaan.

Het boek eindigt met de  ingewikkelde stambomen van de families Djoegasvili, Svanidze en Alliloejev, die onmisbaar zijn om het verhaal te volgen. De auteur heeft zeer ijverig gezocht in archieven in Zwitserland, Polen, Moskou, Princeton en ook in die van de CIA en het FBI. In haar bibliografie ontbreekt het boek van Oleg Chlevnjoek, “Stalin. De Biografie”, dat blijkbaar niet in het Frans verschenen is. Ludo Martens, die de misdaden van Stalin ontkent, staat er helaas wel in. Het register is tamelijk volledig. Een kaart met vele  onbekende Siberische plaatsnamen en een lijstje met de Russische woorden ontbreken. Er zijn ook geen verwijzingen naar de foto’s of naar de stambomen.

Svetlana was dus een zeer getalenteerd meisje, dat alle kansen kreeg op de beste scholen, twee universitaire diploma’s haalde, maar er bijna niets mee deed en meestal op staatskosten leefde. Haar huwelijken en  relaties verknalde ze meestal zelf. De bijna 40 miljoen dollar (huidige koers) die ze met haar eerste boek verdiende, kon ze niet beheren, zodat ze straatarm stierf.

De briljante auteur toont begrip voor het lot van deze gebroken vrouw en voor haar levenslange dooltocht. Ze behoudt ook de verkleinwoorden waarmee Stalin en Svetlana mekaar aanspraken in hun brieven alsook die waarmee Svetlana naar haar kinderen schreef. Het boek van Rosemary Sullivan (“Stalins dochter”, 2015) is  afstandelijker: het is meer een wetenschappelijke thesis, Beata de Robien vertelt met evenveel autoriteit, maar met meer gevoel, passie en compassie, zoals ze dat ook deed op haar briljante voordracht in Brussel(19.01.2017). Bij beiden is het een combinatie van het  privéleven, de Russische en de wereldpolitiek.  Ik heb drie weken genoten van dit boek. Hopelijk volgt er een vertaling in het Nederlands, Engels e.a. talen.

 

 

 

 

Referentie :        Beata de Robien,

La malédiction de Svetlana.

Editions Albin-Michel, Paris, 2016.

555 pagina’s, foto’s, stambomen, literatuur, register.

ISBN      978-2-226-32860-1;         € 24.

 

Bewijsnummer naar :

                               Editions Albin-Michel

                               t.a.v. Emilie Corbineau

                               22 rue Huyghens

                               75014 Paris

                               Emilie.Corbineau@albin-michel.fr

 

Jef Abbeel          januari 2017                       jef.abbeel@skynet.be

Please reload

Zoeken op tags
Please reload

Archief
Categorie
Please reload