Anna Politkovskaja, Russisch dagboek

15/06/2017

Op 7 oktober 2006 werd Anna Politkovskaja vermoord,  in de lift van haar appartement in Moskou. Ze was 48 en moeder van 2 kinderen. De daders  bleven uiteraard onbekend. De moord maakte weinig indruk op Poetin. Hij reageerde pas een paar dagen later met de opmerking dat het werk van  Politkovskaja maar weinig invloed had op het politieke leven in Rusland. En helaas was en is dat ook zo : haar krant verschijnt slechts 2 x per week, de oplage   is klein (600.000 ex.) en verdwijnt in het niets vergeleken met de grote kranten en televisiezenders van regimegetrouwe oligarchen.

 

De moord gebeurde wsch. op bestelling en  kwam niet onverwacht : Anna  zag te veel, ze had  te veel  door en  ze had ook  de moed om de wanpraktijken van het totalitaire en corrumperende Poetinsysteem  en de schendingen van de mensenrechten  in Rusland en Tsjetsjenië  aan te klagen. Ze deed dat  in  Novaja Gazeta, het bescheiden  weekblad waaraan ze verbonden was en in  twee  boeken die  ze eerder al  geschreven had over Poetins Rusland en over Tsjtsjenië.

 

Wantoestanden aanklagen  is dodelijk in het huidige Rusland, waar de geheime dienst  FSB en de maffia bepalen wie overleeft. Politkovskaja ( 1 )  weigerde te zwijgen en zei de waarheid : “Ik zie alles, dat is het probleem. Ik zie wat goed en kwaad is. Ik zie dat mensen graag  willen dat het leven ten goede zou veranderen, maar niet in staat zijn dat te laten gebeuren”( p. 437).

 

Haar “Russisch dagboek” is een half jaar na haar dood  uitgegeven.  En eveneens postuum kreeg ze er  in mei 2007 de Wereldprijs voor de Persvrijheid van de UNESCO  voor.

 

De dagboeknotities beslaan de periode tussen 7 december 2003 ( parlementsverkiezingen )  en 31  augustus 2005. Het is niet duidelijk waarom ze niet verder is gegaan.

In die periode werd Poetin  ( op 14 maart 2004 )  herkozen als president en zijn programmaloze partij  “Verenigd Rusland” was al  de grootste in het parlement, zodat de oppositie weinig in te brengen heeft. Tegenkandidaat Rybkin verdween voor korte tijd spoorloos en durfde na zijn vrijlating niet verder mee te dingen.

 

Anna Politkovskaja noteert droogjes de gebeurtenissen van elke week. Ze  interviewt niet de corrupte ambtenaren  of zichzelf verrijkende politici, maar de slachtoffers van het beleid : moeders van kinderen die omkwamen in Beslan, moeders van Russische soldaten die in Tsjetsjenië moeten gaan vechten, moeders van verdwenen Tsjetsjenen en van afgeslachte kinderen in Ingoesjetië.

In Tsjetsjenië  werd ze ook even ontvoerd door Russische terroristen. Het drama van Beslan

( 331 doden, van wie de helft kinderen ) vindt ze zelf zo verschrikkelijk, dat ze het niet de moeite vindt om te vermelden dat zij zelf op het vliegtuig vergiftigd werd, maar het overleefde.

 

Slachtoffer is ook Michael Khodorkovski, die het waagde zich kandidaat te stellen bij de presidentsverkiezingen. Zijn briljant oliebedrijf werd ingepalmd door hebzuchtige ambtenaren, die zelf superrijk wilden worden en die nu samen met vele andere corrupte figuren schaamteloos miljoenen verteren in het peperdure en afgrijselijk decadente Alpenhotel “Le Cheval Blanc”  ( van Albert Frère en kok Wout Bru ) in Courchevel, het meest mondaine Franse skioord.

 

Ze ontleedt  haarfijn de politieke toestand en de kruiperijen van de  intimi rond Poetin   en vindt langs haar interviews de juiste toedracht van de officiële feiten. Het is een scherpe kroniek van een regime dat steeds meer autoritair werd,  de laatste kritische debatten van het scherm haalde wegens “niet meer relevant” en toestaat dat de politie gebruik maakt van  criminelen om critici onder druk te zetten en af te tuigen.

Over haarzelf , haar kinderen  en haar man  ( of ex-man ? ) vernemen we te  weinig.

 

Ze schuift niet alle schuld in de schoenen van Poetin. Ze veroordeelt ook de liberalen en democraten, die onderling ruzie maken i.p.v. samen te werken en zo  de kiesdrempel te halen.

 

Ze veroordeelt ook haar  cynische en passieve  medeburgers, die instemmen met de restauratie van het sovjetsysteem, die vrije meningsuiting onbelangrijk vinden, die de meeste zaken in de grootste  apathie laten gebeuren en pas reageren als de regering aan hun geld komt. In buurland Oekraïne toonde de Oranje revolutie alvast aan dat reactie tegen een autoritair regime wel kan lonen.

 

De enige opposant die nog haar respect geniet, is Kasparov. Deze is blijkbaar zo wereldwijd bekend dat Poetin hem ( nog )  niet laat uitschakelen. Maar zelfs zijn aanhangers beschouwt ze als onbenullen.

 

Ze verwacht ook  niets van de wereldleiders : die koesteren Poetin aan hun hart wegens zijn olie en aardgas. Dit klopt grotendeels, maar niet helemaal : Angela Merkel durft Poetin soms wel op zijn tekorten wijzen.

 

Ze signaleert ook de toenemende onverdraagzaamheid van ultranationalisten en skinheads  tegenover de vele “vreemdelingen”  uit de voormalige Sovjetrepublieken, die in Moskou, Sint-Petersburg en andere Russische steden het vuile werk opknappen en op markten proberen wat te verkopen.

Een onverdraagzaamheid die zich niet enkel uit in woorden, maar ook in moorden op straat, in klaarlichte dag  en  lijsten met  namen van … toekomstige doden op hun sites.  De schrijfster  onderging hetzelfde lot.

 

We vernemen ook hoe het eraan toegaat in de voor ons zeer ingewikkelde Kaukasische republieken, waar de corruptie  nog groter is dan in Moskou, waar mensen afgeslacht worden en verdwijnen en waar  jonge Russische rekruten worden dood gefolterd door hun oversten.

Ze interviewt er ook  big boss  en nouveau riche  Kadirov, die van  zijn baas  Poetin onlangs de eretitel president van Tsjetsjenië kreeg.

 

Haar  weinig bemoedigend  en zwaarmoedig dagboek sluit ze af met een krachtige oproep tot de overheid : doe iets voor onze kinderen;  doe iets aan de armoede, het alcoholisme en het drugsgebruik, die ervoor zullen zorgen dat Rusland in tien jaar tijd bijna 20 miljoen mensen zal verliezen. Schuif de schuld niet in de schoenen van de CIA, Israël of Al Qaida.  Schaf het vernederend bijstandssysteem af en zorg dat de armen hun medische zorgen weer kunnen betalen.

Ze zwijgt over de bedreigingen die ze zelf ontvangt en de angst waarin ze moet leven, omdat ze zich vastberaden en vol durf inzette voor de waarheid.

 

Wie  het  ( nog aangrijpender ) dagboek van Nina Loegovskaja ( 2 )  gelezen heeft, merkt dat er tussen 1932 – 1937 en 2003-2005 wel wat veranderd is, maar dat er ook afgrijselijke gelijkenissen zijn.

 

Het dagboek van Politkovskaja is  monotoon van uitzicht ( geen enkele foto ) en ook van strekking ( alles gaat mis in Rusland), maar het is een  koele,  schijnbaar afstandelijke, maar zeer waarheidsgetrouwe weergave van het grijze en grauwe Rusland.

Een register ontbreekt helaas. Gelukkig is er wel een verklarend  lijstje met een profiel van  29 dramatis personae, 10 organisaties en 10 regio’s.

 

Aanbevolen voor wie ook met  de donkere zijde van Rusland  geconfronteerd wil worden.

 

 

Referenties :

 

1.         Anna    POLITKOVSKAJA,

 

Russisch dagboek.

 

Uitgeverij De Geus, Breda / Brakel, 2007.

 

448 p. ; verklarende namenlijst.

 

ISBN    978 – 90 – 445 – 1089 – 8;        € 19,90.

 

 

2.         Nina     LOEGOVSKAJA,

 

            Ik wil leven.

 

            Het geheime dagboek van een Russisch meisje tijdens het Stalin-bewind.

 

            Uitgeverij WPG, Antwerpen, 2004.

 

            400 p. + 12 p. foto’s; noten.

 

            ISBN    90 6305 14 76 ;                        € 19,95.

 

 

 

 

 

Bewijsnummer naar :

 

Uitgeverij De Geus

 

t.a.v.    Raymond Van Litsenburg

 

Meierij              68

 

9660     Brakel - Michelbeke

 

 

Fax :    055 42 08 35

 

e-mail : r.vanlitsenburg@degeus.be

 

 

Jef Abbeel                    juni 2007.

 

 

 

 

 

 

Please reload

Zoeken op tags
Please reload

Archief
Categorie
Please reload