China van Middeleeuwen tot vandaag.

15/06/2017

China is momenteel zo in de mode, dat het aanbod aan boeken de vraag overtreft en ook het vermogen van de recensent om ze nog allemaal volwaardig aan bod te laten komen.

 

Thema’s die herhaaldelijk opduiken zijn : de ongelooflijk snelle groei, de bouw van huizen, snelwegen, steden, luchthavens, de milieuvervuiling, het leeglopende platteland, de explosieve groei van de steden ( 400 met meer dan één miljoen inwoners), vissersdorpen zoals Shenzhen die op 25 jaar evolueren van 30.000 naar 6 miljoen  inwoners, traditionele dorpen en structuren die platgewalst worden voor nieuwe appartementen, 150 miljoen ontwortelde boeren die  als illegale immigranten in de stad  een mentale sprong maken van Middeleeuwen naar Hedendaagse Tijd, de  zoektocht naar grondstoffen, m.n. in Afrika, de welvaartskloof tussen het “nuttige China”, nl. de kustgebieden en het arme westen. China investeert in stijgende lijn in Azië, Latijns-Amerika en Afrika, maar bijna niet in België, dat voor hen blijkbaar te weinig bekend is vergeleken met de buurlanden Nederland, Duitsland en Frankrijk en dat te ingewikkelde structuren heeft.

 

“Made in China”  is een verzameling interviews, afgenomen door Ng Sauw Tjhoi en Marc Vandepitte, bij 37 Chinezen uit alle mogelijke beroepen, bij 7 Vlaamse  en 1 Nederlandse ondernemer(s) in China.

 

Ng Sauw Tjhoi is van Chinees-Indonesische origine, Hakka ( een minderheidsgroep in China), maar woont al sinds 1959  in België en is journalist bij de VRT.

Hij werd Vlaming in het Schaarbeek van Nols.  In het Chinees heet hij Wu Shaocai. Vandepitte is filosoof en econoom.

 

In het algemeen  zetten zij zich af tegen het verouderd beeld van het China van de Culturele Revolutie, verspreid door Jung Chang en anderen : lage lonen, armoede, onderdrukking.

 

Zij beklemtonen dat de huidige leiding veel minder repressief is en meer vormen van kunst en film toelaat. Het huidige China is er één van succesvolle armoedebestrijding, honderden miljoenen die welvarender geworden zijn, zelfs de armsten hebben het beter dan t.t.v. Mao en er zijn nu 300.000 euromiljonairs. De regering doet al iets, maar nog te weinig om de kloof tussen rijk en arm te verkleinen door herverdelende belastingen. De meerderheid leeft nog sober, maar niet meer echt arm. Extreme armoede bestaat enkel nog in het uiterste westen : daar leeft men nog van 1 $ p.p.p.d.

 

Door de massale interne migratie, de aanleg van autosnelwegen en de verhuis van bedrijven naar het westen is ook die toestand aan het keren. En die interne migranten sturen jaarlijks 160 miljard dollar naar hun familie. In Beijing zijn ze met 3 miljoen. Sinds  2005  hebben ze een eigen organisatie die voor hun belangen wil opkomen en worden ze ook massaal opgenomen in de vakbond.  Sommigen  werken 13 uur per dag voor 60 € per maand.

 

Er zijn nog andere verschillen binnen China : in Shanghai heeft de vrouw ongeveer evenveel te zeggen  als de man, in Beijing overheerst de man nog. Bij Lenovo PC’s  ( in Hongkong) staat al een vrouw aan het hoofd; zij beweert nooit last te hebben van discriminatie. Ze heeft wel een drukke baan als manager, echtgenote, moeder en ook nog eens dochter. In de steden krioelt het al van de auto’s, in de dorpen is de fiets nog alom tegenwoordig. Tot 1980 was een fiets een teken van luxe, nu is dat de auto.  Er zijn 400 miljoen gsm-gebruikers en er komen er elk jaar 60 miljoen bij. Te veel mensen zijn uitsluitend bezig met geld verdienen en met kopen. Stress en meer scheidingen horen bij de gevolgen.

 

In het nieuwe systeem zorgt de commune of werkeenheid of “danwei” niet meer voor alles : uit die ijzeren rijstkom kreeg iedereen zijn woning of ziekteverzekering; nu heeft nog maar 10 % een ziekteverzekering, nl. diegenen die voor wie het bedrijf mee betaalt.

 

En verder heeft elke geïnterviewde zijn eigen verhaal, afhankelijk van zijn beroep, welvaart of interesse. Een boer vertelt dat hij tevreden moet zijn met 1/3 ha; de groenten en appels die hij daar teelt, gaan naar de steden. Een bediende vertelt dat ze in de jaren ’80 nog geen privé-toilet hadden, met 2 à 5 families in één huis woonden en naar  publieke toiletten en badkamers moesten. Nu zitten ze op het niveau van Oekraïne, Algerije, Jordanië : landen met een laag middeninkomen. In de voorbije 30 jaar trokken 700.000 studenten naar buitenlandse universiteiten; 530.000 of 76 % kwamen niet terug.

Dat aantal vermindert nu omdat de kansen in China groter worden.

 

Blijkbaar is de officiële doctrine nog altijd dat zowel Mao als de Culturele Revolutie voor 70 % goed waren en voor 30 % slecht. Ik vermoed dat deze cijfers nog wel eens zullen veranderen, zeker voor de rampzalige Culturele Revolutie. Managers van Chinese bedrijven worden graag lid van de CCP, die 70 miljoen leden telt; ze treden toe en betalen 60 yuan of 6 € lidgeld, zogezegd omdat de partij veel  doet voor het volk, in feite ook omdat ze dan vlotter carrière maken. Voor buitenlandse bedrijven geldt dit niet. En dat zijn er tienduizenden : in Shenzhen alleen al 30.000, waarvan 5 Belgische. Een aidspatiënt vertelt hoe hij besmet bloed toegediend kreeg; nu zijn ze met 650.000 in China, een grote groep, maar het laagste procent in Azië. Op het platteland wordt dan heel de familie als melaats beschouwd en gemeden, in de stad is de tolerantie groter.

 

Naast de staatsmedia zijn er privé mediagroepen; die mogen steeds meer, als ze het bestaansrecht van de CCP maar niet betwisten. Dat geldt ook voor de vele filmmakers : ze produceren bijna één film per dag; het zouden er meer zijn, als de censuurcommissie sneller zou werken. Er is geen censuurwet, er zijn dus geen objectieve criteria: de commissie beslist op basis van pure willekeur. Seks, geweld en politiek zijn redenen om een film of internetsite te verbieden. Een film over de Culturele Revolutie of over Tibet kan dus ( nog ) niet. Kritiek op de kloof tussen rijk en arm mag wel.

Kunst moest vroeger in dienst staan van de propaganda en strijdende arbeiders en boeren voorstellen; nu is de artiest veel vrijer, hij mag uitwisselen met het buitenland en commerciële producten maken.

Er zijn 100 miljoen boeddhisten, 25 miljoen christenen, 20 miljoen moslims, 1 miljoen Falun Gong- aanhangers : ze moeten zorgen dat ze zich niet met politiek inlaten.

De Vlamingen die aan het woord komen, hebben veel lof voor China.

 

In het nawoord geven  Ng Sauw  Tjhoi en Marc Vandepitte een heldere samenvatting van de interviews. En in de voetnoten zetten ze  enorm veel feitelijke en statistische  informatie.

Achteraan volgen nog  een nuttige verklarende woordenlijst met begrippen en eigennamen en een thematisch register. 20 pagina’s bronvermeldingen getuigen van de zorgvuldigheid waarmee de auteurs te werk zijn gegaan. Hun stijl is vlot en fris.

 

De titel van het boek dekt  verschillende ladingen : de  imponerende economische prestaties, het feit dat Tjhoi een Chinees is, dat het boek grotendeels in China geschreven is, dat Chinese gesprekspartners  uit bijna alle bevolkingsgroepen eraan meegewerkt hebben.

De ondertitel “Meningen van daar” beklemtoont dat nog eens en wijst erop dat het anders is dan de meeste China-boeken. De gesprekspartners die geen geboren en getogen Chinezen zijn, zijn mensen die al lang daar zitten of er heel regelmatig komen, mee bezig zijn en het land van binnenuit kennen.

Maar het is ruimer : het  is een bijna alomvattend portret, een mozaïek van een maatschappij die sinds 1978 in snel tempo verandert en die fundamenteel verschilt van het beeld dat velen nog hebben van het voorbije China.

 

In de lessen politieke vorming leren de Chinezen nog altijd dat de Culturele Revolutie een “noodzakelijke fase was  in de ontwikkeling van China” (102 - 103).

Het was, na de complete ramp van de  Grote Sprong Voorwaarts en op een moment dat de grote concurrenten Japan, Taiwan en Zuid-Korea echte sprongen voorwaarts maakten,  een in hun ogen noodzakelijke poging om te genezen  van de ultra-linkse en overdreven voluntaristische opstelling onder en door Mao.

Die duiding is voor ons allesbehalve duidelijk en  de auteurs laten doorheen heel het boek goed aanvoelen dat ze die periode, waar geen draaiboek voor was,  als negatief ervaren vanwege de vele menselijke, sociale, politieke en economische wonden die ze geslagen heeft.

 

Bij de één-kind-politiek wordt wel gezegd dat het een verarming is voor de familie, dat die ene kleine  keizer verwend wordt, maar niet hoe die drastische politiek uitgevoerd wordt. De antwoorden van de Chinese gesprekspartners getuigen van een groeiende openheid, maar soms ook  van een voorzichtigheid die kenmerkend is voor hun cultuur.

 

Thema’s die ik miste : de Afrika-politiek van China; een getuige uit Taiwan, Xinjiang en Tibet; een topsporter om te vertellen over de voorbereiding op de Olympische Spelen van 2008. Maar die kunnen bij een volgende gelegenheid nog aan bod komen ( p. 8).

 

Nog twee details : kameel ( 165 ) is niet onzijdig, ’t is te zeggen ( 138 ) is een gallicisme.

Gezien de snelheid van de ontwikkelingen in China, mogen de auteurs  binnen  enkele jaren dit mooi werk over doen.

 

Referentie :

 

Ng Sauw Tjhoi – Marc Vandepitte,

 

            Made in China. Meningen van daar.

 

            Uitgeverij EPO, Berchem-Antwerpen, 2006.

            295 p. ; kaart, foto’s, woordenlijst, noten, reg.

            ISBN   90 6445 407 8 ;          € 20.

 

Jef Abbeel     okt. – nov. 2006.

 

 

Bewijsnummer  naar :

 

            Uitgeverij EPO

            t.a.v. Jos Hennes

            Lange Pastoorstraat 25-27

            2600 Berchem

            Fax : 03 218 46 04

            e-mail : jos.hennes@epo.be

 

==================================================================

           

 

 

 

 

Tags:

Please reload

Zoeken op tags
Please reload

Archief
Categorie
Please reload