De Berlijnse Muur

15/06/2017

In 1989 – 1990 kwam er een einde aan de Berlijnse Muur, de andere versperringen rond West-Berlijn en aan het IJzeren Gordijn in zijn geheel. De Muur had vanaf 13 augustus 1961 een stad van 4 miljoen inwoners van dag op dag in twee gedeeld : families en vrienden werden van elkaar gescheiden tot 9 november 1989. De West-Berlijners  hadden de welvaart van de Bondsrepubliek, maar raakten ingesloten en geïsoleerd. Drie toegangswegen bleven er  over naar de rest van West-Duitsland. En aan die wegen werden strenge controleposten geïnstalleerd. Vele bedrijven zoals Siemens, verplaatsten hun hoofdkwartier naar andere steden in het westen, die beter toegankelijk waren.

De Oost-Berlijners deelden het lot van hun landgenoten in de DDR : ze hadden werk, maar weinig welvaart en weinig vrijheden.

Taylor ziet het zoals wij door een Westerse bril en vergeet dus de positieve elementen : sociale zekerheid, een sterk gemeenschapsgevoel, gratis opvang voor kinderen tijdens de werkuren van de ouders en ook in de vakantie, gratis medische verzorging, gelijke kansen in opleiding, geen werkloosheid, geen kansarmoede. Kinderen hadden een veilige en gelukkige jeugd, in een warm nest en respect voor hun ouders. De bedreiging die uitging van de Stasi was voor velen niet zo te voelen als ze hier  beschreven wordt. Aldus mijn degelijke DDR-getuige Katrin Geissler.

Het  hoofdkwartier van die Staatssicherheit of Stasi en de Stasi-gevangenis Hohenschönhausen met foltercentrum lagen in de Oost-Berlijnse wijk Lichtenberg.

In het voormalige Stasiministerie zit nu “Gedenkstätte Normannenstrasse”  of het  akelige Stasi-museum. Er is een permanente tentoonstelling over  alles wat je ook kunt zien in de magistrale  film van  Florian Henckel von Donnersmarck, “Das Leben der Anderen”, die gelauwerd werd als beste Europese film van 2006  : de misdaden, de afluisterapparatuur , speciale  geblindeerde auto’s  om verdachten te vervoeren, de kantoren van Erich Mielke(1907-2000), die van 1957 tot 1989 minister van staatsveiligheid was.

De gevangenis in de Genslerstrasse heet nu “Gedenkstätte Berlin Hohenschönhausen”. Ze dateert van 1951, dus al tien jaar vóór de Muur. De gidsen zijn vaak ex-politieke gevangenen; ze tonen de folterkamers van de Russische ondervragers en van hun Stasi-opvolgers.
Tussen de twee ligt het kerkhof Friedrichsfelde, met de graven van Wilhelm Liebknecht, Friedrich Ebert, Rosa Luxemburg, Karl Liebknecht, Walter Ulbricht. Honecker  is in … Chili  begraven.

De “Topographie des Terrors” in de Niederkirchnerstrasse, op de plek van het vroegere hoofdkwartier van de Gestapo, etaleert zonder schroom de misdaden van de nazi’s , maar niet die van de Stasi. Het DDR-museum in de Karl-Liebknechtstrasse, product van de Ostalgie, focust vooral op de consumentengoederen en de kleine ongemakken van het dagelijks leven, maar niet op het politieapparaat  van 100.000 Stasileden, die 16 à 17 miljoen mensen het leven zuur maakten.

 

Over de geschiedenis van de Berlijnse Muur  en het leven in de voormalige DDR schreef de Britse historicus Frederick Taylor (1) een zeer gedetailleerde studie, die visueel goed aangevuld wordt  in het boek “Ostzeit” met reportages van Oost-Duitse fotografen (2).

 

Taylor begint met een aangrijpend persoonlijk verhaal. Op 13 augustus 1961 lag zijn vader op sterven. De 13-jarige zoon werd afgeleid met tv-beelden. Ze toonden de bouw van de Berlijnse Muur.

In 1965 bezocht hij als 17-jarige Berlijn en de DDR. De  gezichten van de Oost-Duitse grenswachters, alle reisbeperkingen die hem en zijn reismakkers opgelegd werden, het contrast tussen de voorrechten van de partijbonzen en de onderdrukking van de onderkant, ze bleven definitief op zijn netvlies gebrand.

Het boek zelf begint met de verre voorgeschiedenis van Berlijn vanaf de Middeleeuwen tot 1945.

Dan volgt het leven van Walter Ulbricht, die van 1933 tot 1945 in Hotel Lux in Moskou verbleef, samen met andere bevoorrechte buitenlandse communisten. Tijdens de verovering van Berlijn, die gepaard ging met moorden, plunderen en verkrachten (52-58),werd hij overgevlogen en geïnstalleerd als werktuig van de bezetters. De stad werd vol gehangen met posters van Marx, Engels, Lenin en Stalin. In het Potsdamse jachthof Cäcilienhof werden mooie woorden gesproken over de vijf d’s : demilitarisatie, denazificatie, de-industrialisatie, decentralisatie en democratie(59). De conferentie nam ook de noodlottige beslissing om de oostgrens van Duitsland honderden kilometers naar het westen te verleggen. De vijf miljoen Duitsers die daar woonden, werden van alle bezittingen  beroofd en met geweld verdreven, net zoals de ruim drie miljoen Duitstaligen in Sudetenland (Tsjecho-Slowakije, 64).

Berlijn werd verdeeld in vier sectoren : Frans, Brits, Amerikaans, Russisch. De stad werd overspoeld door vluchtelingen uit Oost-Europa. De Russen verboden voedselinvoer vanuit het omliggende platteland. Gevolg : de inwoners van de westelijke sectoren  werden  op rantsoen gezet :  800 calorieën per dag  in oktober 1945, in januari 1946  zakte dat naar 400.

In de sovjetzone werd de Volkspolizei (Vopo) opgericht, de kampen van Buchenwald (bij Weimar) en Sachsenhausen (bij Berlijn) werden heringericht naar het model van de goelag voor tegenstanders van het stalinisme. Zelfs in de westelijke sectoren werden mensen van straat weggekaapt en naar die kampen gebracht(66-67). Tussen 1945 en 1949 verdwenen minstens 150.000 Duitsers en 35.000 niet-Duitsers uit de sovjetzone in deze kampen.

In september – oktober 1946  vonden verkiezingen plaats in de sovjetzone. Ondanks intimidatie,  kreeg de SED van Ulbricht slechts 19,8 %; de SPD kreeg 49 %, de CDU 22 %. Het Sovjet militaire bestuur was woest en besloot  om “elke vorm van gebrek aan respect jegens de Sovjet-Unie  in de toekomst categorisch te  verbieden” (66-67).

De verhouding tussen de vier geallieerden verslechterde  met de  dag, de economische toestand ook. Het westen voerde een nieuwe munt in (18 – 20 juni 1948). De Russen reageerden prompt met de Blokkade (24 juni 1948 – 12 mei 1949). 2,5 miljoen  West-Berlijners moesten  een jaar overleven met  wat ze zelf plantten in tuintjes en parken en met wat de luchtbrug aanvoerde (26.06.48- mei 1949). In april 1949 was dat 7.845 ton per dag, met om de 62 seconden een landend vliegtuig. Taylor weet blijkbaar niet dat dit niet volstond en dat de Russen oogluikend nog andere vormen van vooral energieaanvoer toelieten uit Oost-Berlijn, Oost-Duitsland en West-Duitsland.

Ondertussen werd in de sovjetzone in hoog tempo onteigend en genationaliseerd.

Op 16 september 1949 werd Adenauer   in Bonn kanselier van de BRD. Hij bleef dat tot 1963. De westelijke geallieerden verplichtten de nieuwe staat om het provinciestadje Bonn als hoofdstad te nemen i.p.v. West-Berlijn.

Op 7 oktober 1949 werd in Moskou de DDR uitgeroepen, met Ulbricht als partijleider. De scheiding leek definitief.  In 1952 werden de eerste prikkeldraad en Sperrzones van 5 km breed aangelegd. Duizenden grensbewoners werden uit hun huizen gezet.

Taylor vergeet nog twee andere maatregelen : in 1950 kwamen er  propagandistische  wegwijzers  om heel Berlijn op te eisen : “Berlin, Hauptstadt der DDR”. Ze stonden er tot 1990. En vanaf 1952 werd ook het telefoonverkeer  tussen BRD en DDR  onmogelijk gemaakt (niet tussen DDR en België of Nederland).

Op 5 maart 1953 stierf Stalin aan een beroerte. De economie van de DDR ging achteruit : in 1953 lag de levensstandaard lager dan in 1947(97). Ulbricht verhoogde de arbeidsnormen. Op 17 juni 1953 demonstreerden en staakten een half miljoen Oost-Duitsers, op 270 plaatsen. Hun protest werd gewelddadig onderdrukt. Beria vloog naar Berlijn om de tegenaanval van de Russische tanks te leiden. Hij had weinig vertrouwen in wat hij noemde  “idioot Ulbricht” (104,448). In West-Berlijn werd de brede, 4 km lange Charlottenburger Chaussee omgedoopt in Straße des 17. Juni om de opstand te herdenken.  17 juni werd een nationale feestdag in de BRD (en vanaf 1991 in heel Duitsland).

400.000 mensen vertrokken in 1953 naar het westen. De volgende jaren was dat gemiddeld 250.000.

De Poolse en Hongaarse opstanden van 1956 zorgden voor nieuwe spanning. Ulbricht bouwde zijn macht en zijn persoonsverheerlijking verder uit. Hij bleef bij Chroesjtsjew aandringen om “de deur naar het Westen” te sluiten.

Taylor beschrijft de voorbereiding bijna dag op dag, met o.m. de bekende verklaring van Ulbricht dat niemand de bedoeling had een muur te bouwen (15 juni 1961, p. 150). De Russische ambassadeur Pervoechin  was voor een andere oplossing om te verhinderen dat Oost-Duitsers nog langer naar het Westen zouden vluchten : al het luchtverkeer dat via de  West-Berlijnse luchthavens Tegel en Tempelhof  liep, langs het Oost-Berlijnse Schönefeld leiden. Op 30 juli verklaarde J. W. Fulbright, de machtige voorzitter van de Amerikaanse Senaatscommissie voor buitenlandse betrekkingen : “De Oost-Duitsers hebben het volste recht hun grens te sluiten”(157). Ook Kennedy besefte ten volle dat de muur er onvermijdelijk zou komen(158). Op 3 augustus reisde Ulbricht naar Moskou. Daar werd de datum vastgesteld : 13 augustus. Het gerucht verspreidde zich dat er een muur zou komen. In juli – augustus vluchtten nog snel meer dan duizend mensen per dag. Op 6 augustus bereikte het nieuws burgemeester Willy Brandt, maar hij negeerde het (165).

In de nacht van zaterdag 12 op zondag 13 augustus was het zo ver : om 1 u ’s nachts begonnen bouwvakkers en militairen met de “antifaschistischer Schutzwall”, zogezegd om te verhinderen dat spionnen en agenten van het “fascistische” West-Duitsland naar het Oosten kwamen .

De algemene leiding lag bij Erich Honecker. In West-Berlijn werd vruchteloos gedemonstreerd. “Bild” van Axel Springer schreef op 16 augustus : het Westen doet niets. Kennedy, Macmillan, De Gaulle e.a. leiders hulden zich in stilzwijgen. Oost-Duitsers deden nog wanhopige pogingen  om te ontsnappen, o.m. door uit de ramen van hun appartementen te springen (in de Bernauer Strasse). De volgende jaren werd de Muur verder geperfectioneerd, nieuwe ontsnappingsmethodes werden één voor één uitgeschakeld. Ze staan (onvolledig) opgesomd op p. 489 en ze zijn te bezichtigen in het museum “Haus an der  Mauer”.

Bij Taylor ontbreken nog :  hangend onder een trein (werd gecounterd door er een hond onderdoor te jagen), onder een auto (werd gecontroleerd met een spiegel op wieltjes).

Kennedy reageerde pas op 18 augustus, na een brief van Willy Brandt. Hij stuurde vicepresident Johnson. Zelf kwam hij pas in juni 1963. Adenauer voelde zich weerloos, net zoals Brandt. Bovendien waren ze samen verwikkeld in een hevige strijd om het kanselierschap. Adenauer won die.

Onder de DDR-bevolking werd oppervlakkige berusting spoedig de overheersende stemming.

Op 24 augustus 1961 viel de eerste dode : Günter Litfin werd doodgeschoten toen hij naar het Westen wou zwemmen. Een ander en nog meer  bekend slachtoffer was Peter Fechter; hij werd neergeschoten door Oost-Duitse grenswachters op 18 augustus 1962; men  liet hem  doodbloeden  in het niemandsland tussen de twee stadsdelen.

Het totale aantal doden zou oplopen tot 136 volgens een recente studie : “Die Todesopfer der Berliner Mauer 1961 – 1989” (D.S., 14.08.09). Andere cijfers zijn : 125 en 227 (p. 437-438).  Zie ook  www.chronik-der-mauer.de .

Het menselijke leed is helaas niet in cijfers weer te geven.

De auteur vertelt ook over vluchtelingenorganisaties. Ze werkten met valse paspoorten, groeven tunnels of maakten een omweg via Hongarije, Tsjecho-Slowakije en Joegoslavië, waar de grensbewaking minder fanatiek was. Ze bouwden ook voertuigen zoals een lage sportauto, zonder voorruit of dak, waarmee één keer onder de balken door  werd gereden.

Op 26 juni 1963 kwam Kennedy.  Op het balkon van Rathaus Schöneberg  hield  hij een emotionele speech, één van zijn beste, met  twee keer de overbekende woorden “Ich bin ein Berliner”, refererend naar de fiere  Latijnse zin  “Civis Romanus sum”.

Taylor vergist zich wanneer hij beweert  dat  het in correct Duits “ Ich bin Berliner” moet zijn en dat ein Berliner een oliebol zou zijn.  In Berlijn gebruikt men “ein Berliner”  nooit voor “een oliebol”. Dat is enkel zo in andere delen van Duitsland. Berlijners  zeggen dan  “Pfannkuchen”. En een buitenlander zoals Kennedy  moest zeker “ein Berliner” zeggen,  want dan is het figuurlijk gebruikt.

Na zijn speech, kreeg Kennedy te horen van zijn veiligheidsadviseur McGeorge Bundy dat hij een beetje te ver was gegaan. Later op de dag hanteerde hij een mildere versie in  de kleinere kring aan de Vrije Universiteit. Taylor is ook op de hoogte van de reacties achter de schermen in Washington, London, Parijs, Bonn en Moskou. Daar zag men in dat de VSA erkende dat Oost-Berlijn en de DDR  deel uitmaakten  van het Sovjetblok.

De Muur had ook een verrassend gevolg voor de BRD tot vandaag : doordat er geen werknemers meer binnenkwamen uit de DDR, zette West-Duitsland in oktober 1961 een radicale stap door een verdrag te tekenen met Turkije, wat inhield dat Turkse gastarbeiders de vacatures kwamen opvullen (347).

In de DDR nam het aantal Stasi-officieren toe van 17.500 in 1957 tot 52.700 in 1973, deeltijdse informanten niet meegerekend. In 40 jaar DDR werkten 600.000 à 2 miljoen mensen  op 16 miljoen voor de Stasi. Hitlers Gestapo telde in 1939 slechts 20.000 leden voor 70 miljoen inwoners. Voor Taylor is dit een bewijs dat het naziregime helaas populairder was dan dat van de DDR (347-348).

In de jaren ’60-70-80 veranderde West-Berlijn van uitzicht : de bewoners wenden  aan de Muur, de stad werd  meer internationaal, ze kreeg talloze Italiaanse, Chinese en Turkse restaurants. Veel bedrijven trokken weg naar Frankfurt, Hamburg, Düsseldorf of Beieren, wegens de onberekenbaarheid en de kosten van de doorvoerroutes. De jonge bevolking volgde. Het aantal 65-plussers, alternatievelingen en anarchisten nam toe. In plaats van protest tegen de Muur, kwamen  er gewelddadige demonstraties o.l.v. rode Rudi Dutschke e.a. tegen het  Westerse imperialisme, het Amerika Haus, de gebouwen van  persmagnaat  Axel Springer. Oost-Duitse jongeren die hun voorbeeld volgden, hadden geen geluk : ze werden in heropvoedingstehuizen geplaatst.

In de jaren ’70 zorgde Willy Brandt, inmiddels kanselier,  door zijn Ostpolitik voor verzoening met de landen van het Oostblok. West-Duitsers mochten voortaan makkelijker hun familie bezoeken en van cadeaus voorzien. Omgekeerde bezoeken volgden pas na 1989. En o.l.v. Markus Wolf bleef de DDR spioneren in het Westen. Hij infiltreerde Günter Guillaume bij Brandt. In 1974 werd de spion ontmaskerd. Dat leidde tot de val van Brandt. De meer pragmatische Helmut Schmidt volgde hem op.

De DDR slaagde er ook in de Wereldbank wijs te maken dat hun levensstandaard hoger was dan de Britse. In 1990 bleek dat dit fabeltje enkel klopte voor de nomenclatura, de elite. Voor hen kwamen er harde valuta binnen via de ongebreidelde export van wapens, antiek, kunst en de verkoop van politieke gevangenen en kandidaat-emigranten. Deze transacties begonnen in 1964en in 1989 stond de teller op 34.000 mensen voor wie men gemiddeld 40.000 DM kreeg in de jaren ’60 en 100.000 in de jaren ’80(375). Gemiddeld, want de tarieven hingen ook af van het diploma en de commerciële waarde van de persoon in kwestie. Geld regeerde voortaan de relaties tussen Bonn en Oost-Berlijn

en in zekere zin ook tussen Bonn en Oost-Europa.

Vanaf 1976 kwam er ook beweging in de DDR : er ontstonden allerlei mensenrechtenorganisaties, gesteund door de Kerken.  In juni 1987 bezocht Reagan het 750-jarige West-Berlijn en sprak aan de Brandenburger Tor de fameuze woorden : Meneer Gorbatsjov, breek deze Muur af. In september  van datzelfde jaar ging Honecker op bezoek bij Kohl in Bonn en andere steden.

In 1989 kwam heel Oost-Europa in een stroomversnelling : Polen, de Baltische staten, Hongarije, Tsjecho-Slowakije. Op 2 mei 1989 begonnen Hongaarse militairen met de ontmanteling van de grens met Oostenrijk (398). Op 27 juni knipten de Hongaarse en Oostenrijkse minister van Buitenlandse Zaken de prikkeldraad door aan de grens nabij Sopron. Taylor vergeet deze belangrijke symbolische actie en vergist zich ook lichtjes van datum als hij Honecker al op 1 juni de onderdrukking van het Tian-an-Men protest laat goedkeuren : het leger greep pas in op 3 – 4 juni.

Op 4 juni 1989 wons Solidarnosc, o.l.v. Lech Walesa en paus Johannes Paulus als supporter, de eerste vrije verkiezingen in Polen.

Rond 1 juli 1989 waren al 25.000 Oost-Duitsers via Hongarije naar Oostenrijk gevlucht. Hun zogenaamde vakantie aan het Balatonmeer verplaatste zich dus naar het Westen.

Gorbatsjov, die in juni in West-Duitsland enthousiast was ontvangen, verwierp in juli de Brezjnev-doctrine en het gebruik van militair geweld. Dit was een belangrijk signaal, want menigeen in de DDR vreesde voor een scenario zoals in Beijing. Honecker reageerde prompt : hij liet de Duitse en Engelse versies van de Sovjetpers, Sputnik en Moscow News, weghalen uit de kiosken !

Op 13 augustus 1989, de 28° en laatste verjaardag van de Muur, liep de West-Duitse ambassade in Berlijn vol met Oost-Duitse asielzoekers.  Op 19 augustus werd in de Hongaarse grensstad Sopron een picknick georganiseerd door de Hongaarse Bond van Vrije Democraten en de Pan-Europese Unie van Otto von Habsburg.  De grens was drie uur open. 600 Oost-Duitsers maakten daarvan gebruik om te vluchten. Die  picknick wordt door velen onterecht beschouwd als de aanzet tot  de val van de Muur. Maar dat begin was dus al eerder ingezet. In diezelfde maand augustus waren we zelf in Suhl toevallig getuige van de diploma-uitreiking aan de grensbewakers. Achteraf  bleek  dat de laatste lichting te zijn. Op 23 augustus herdachten 1 à 2 miljoen Esten, Letten en Litouwers met een 600

km – lange menselijke ketting, die hun hoofdsteden Tallinn, Riga en Vilnius overbrugde,  de 50° verjaardag van het Molotov-von Ribbentrop-pact uit 1939. Daarbij werden hun Baltische staatjes tegen hun zin  bij de Sovjet-Unie aangehecht. Het was een gewaagd protest, want de Muur was nog niet gevallen en de SU stond nog overeind.

 In een Sovjet geschiedenisboek uit de jaren ’70 las ik dat de Balten  erom gevraagd hadden. Tot  begin jaren ’90  bleef de SU de inhoud van dat pact ontkennen.

 

In september – oktober ging de exodus verder. Duizenden mensen vluchtten naar de ambassade van de BRD in Praag. Na onderhandelingen mochten, tussen 30 september en 4 oktober, 17500 vluchtelingen in treinen via Oost-Duitsland het land verlaten naar het Westen. Dit was een signaal voor de mensen die achterbleven en de aanleiding tot de “Montagsmärsche” in Leipzig en Dresden.

Daar werd betoogd voor meer vrijheid, maar tegelijk riep men “Wir bleiben hier” en “Wir sind das Volk”. Honecker vierde  op 7 oktober nog vrolijk het 40-jarig bestaan van de DDR, alsof er niets aan de hand was. Zelfs de anders zo trouwe FDJ-leden (Freie Deutsche Jugend) smeekten tijdens hun optocht bij Gorbatsjov om hulp (406).

Gorbatsjovs wijze raad aan Honecker : “Wer zu spät kommt, den bestraft das Leben”, zou een sprookje zijn. Hij sprak niet tegen Honecker, maar tegen de journalisten van de internationale pers.

En zijn citaat geleek erop, maar was anders : “Schwierigkeiten lauern auf den, der nicht auf das Leben reagiert” : moeilijkheden staan hem te wachten, die niet op het leven reageert.

Dit kwam sneller uit dan verwacht. Al op 17 oktober werd Honecker ontslagen en opgevolgd door Egon Krenz. Het verslag van deze putsch is aangrijpend (409-410). Een geheim rapport onthulde dat de DDR een economische ruïne was (411-413). Op 1 november ging Krenz, naar het voorbeeld van Ulbricht en Honecker,  op bedeltocht naar Moskou. Tevergeefs : Gorbatsjov was niet bereid om de DDR nog langer kunstmatig in leven te houden.

Op 9 november om 18 u 53 gaf Günter Schabowski , als woordvoerder van Krenz  en van het politbureau, een persconferentie. Hij moest de nieuwe reisregeling uitleggen aan de pers. Hij vertelde dat iedereen naar het buitenland mocht vertrekken.

De journalisten waren onthutst. Ze hadden al zoveel leugens mogen aanhoren. Een Italiaanse journalist vroeg of hij zich niet vergist had, een Amerikaan voegde eraan toe : vanaf wanneer ?

Schabowski  was zelf ook even onzeker, zocht in zijn papieren en  repliceerde dan  : vanaf nu, onmiddellijk, onverwijld ! De verwarring was algemeen.  Enkele persbureaus verspreidden het nieuws. Pas om 21 u 30 drong het door bij Kohl.  Hij  betreurde dat hij  in Warschau was op een moment dat er geschiedenis werd geschreven. Mensen uit beide delen van Berlijn stroomden door de controleposten. Zij en de grenswachters wisten niet wat ze meemaakten.

Op 18 maart 1990 werden de eerste vrije verkiezingen gehouden : de SED kreeg 16 % , nog minder dan in 1946 (19,8 %).

In het Westen  was niet iedereen enthousiast;  er waren  ook bange reacties.  In december 1989 verklaarde Douglas Hurd, de minister van Buitenlandse Zaken onder Margaret Thatcher : “De Koude Oorlog vormde een systeem waaronder wij 40 jaar lang zeer gelukkig hebben kunnen leven”(429). Thatcher wees Mitterrand op de gevaren van een machtig, mogelijk  herenigd Duitsland. Ook de Nederlandse premier Lubbers verzette zich, maar die is bij Taylor blijkbaar minder bekend. Maar Kohl  wierp al zijn gewicht in de schaal en zette de hereniging door.

De angst bleek ongegrond : Duitsland, dat al jaren de economische motor van de Europese eenmaking was, moest nu ook de DDR uit het moeras sleuren. En dat kostte miljarden en nog eens miljarden. En Kohl moest van Mitterrand de machtige D-Mark opofferen voor de Europese eenheidsmunt.

Op 23 juni 1990 verkocht de DDR op een veiling in Monaco 81 stukken van de Muur, met certificaat, elk voor gemiddeld 20.000 DM. Op 1 juli werd de DM ook in de DDR de officiële munt.

De Oost-Duitsers kregen als gunst dat ze hun spaarcenten mochten omwisselen aan een koers  van 1 tegen  1 voor hun eerste 2.000 à 4.000 Mark  en de rest aan 1 tegen 2, i.p.v. de gebruikelijke  7 DDR-marken  voor 1 DM. Alle controles  aan de “Innerdeutsche Grenz” werden afgeschaft. Op 3 oktober 1990 werd Duitsland herenigd. Het is nog altijd een nationale feestdag in Duitsland.

Bij de eerste algemene verkiezingen van 2 december kreeg de communistische partij nog 2,6 % van de stemmen van heel Duitsland. Vooral ouderen waren nog trouw.

De Oost-Duitsers kochten massaal Westerse auto’s en andere consumptiegoederen. Ze wilden hun eigen goederen niet meer, zelfs als ze even goed waren  zoals hun melkproducten of chocolade. Een paar jaar later volgde de terugslag : de meeste  bedrijven waren totaal verouderd en werden gesloten. Westerse kwamen in de plaats, maar die waren veel efficiënter en boden dus minder werkplaatsen. De economie was inmiddels ook geglobaliseerd, met zware concurrentie uit Japan en Azië in het algemeen, een fenomeen waarvan  de BRD bij de verwezenlijking van zijn Wirtschaftswunder in de jaren ’50 – ’60, geen last had gehad. Opnieuw trokken vele jonge mensen naar het Westen. Tussen 1990 en 2003 verlieten 1,3 miljoen mensen hun ex-DDR.  Het is vreemd dat Taylors statistieken dan al eindigen. Bij de jongeren die bleven, doken extreem rechtse en racistische skinheads op, die het gemunt hadden op de weinige vreemde arbeiders in de oostelijke deelstaten. Voormalige Grepo’s moesten voor de rechtbank verschijnen wegens het opvolgen van het schietbevel, maar de hoogste leiders ontliepen hun straf. Honecker, die nooit enige spijt betoonde over zijn wandaden, mocht  vertrekken naar zijn dochter in Chili.

Anno 2009 is de  welvaartskloof tussen West en Oost nog niet overbrugd, in het Oosten is de werkloosheid veel hoger en de bevolking veel ouder, en er is de muur in het hoofd , de mentale kloof tussen Ossi’s en Wessi’s. En de Ostalgie, een selectief heimwee naar de zekerheden van vroeger. De lancering  van een nieuwe Trabant in november 2009 pikt daar enigszins op in.

In 1991 werd Berlijn weer het centrum van de regering en van de ambassades. Het was de grootste verhuizing van overheidsgebouwen  uit de Duitse geschiedenis. Tegelijk werd Berlijn de grootste bouwplek van Europa, waar  architecten uit de hele wereld hun creativiteit konden uittesten. Toch hebben 45.000 inwoners de stad verlaten. En de stadskas is leeg. Bij de prachtige renovatie zijn de oostelijke wijken achterop gebleven. Het is er wel gezellig, gemoedelijk en minder duur om te wonen.

Tot slot : de organisatie van het WK atletiek in het prachtig vernieuwde  Olympisch stadion  was perfect. De spectaculaire wereldrecords van Usain Bolt waren een verdiende beloning.

 

Taylor heeft een boeiend verhaal geschreven, met veel informatie over wat zich afspeelde achter de schermen in Bonn, Berlijn, Moskou, Parijs, Londen en Washington. Hij heeft bovendien een vlotte en meeslepende schrijfstijl. Twee details : de foto’s staan tussen p. 256 en 257, maar in de tekst wordt er helaas  niet naar verwezen. Bij de Hongaarse vrijheidsheld Imre Nagy (116) staat geen woord over zijn verleden als lid van het commando dat de tsarenfamilie uitmoordde.

 

Over naar “Ostzeit” (2) of “Geschichten aus einem vergangenen Land”, zoals de ondertitel weemoedig luidt.  Het is de catalogus van een tijdelijke tentoonstelling (13.08.09-13.09.09)

in Haus der Kulturen in Berlijn, n.a.v. 20 jaar val van de Muur.

De foto’s zijn bijna allemaal  van Oost-Duitse fotografen en dateren uit de jaren ’60-’80. Hun agentschap heet “Ostkreuz”. Het werd in 1990 opgericht door professionele fotografen uit Leipzig en Oost-Berlijn en genoemd naar een treinstation in Berlijn, waarlangs bezoekers de DDR binnenkwamen.

Dit is niet  correct : Ostkreuz is een overstapstation in het midden van Oost-Berlijn, zoals er ook een Westkreuz is in West-Berlijn. De bezoekers kwamen de DDR binnen via “Lehrter Bahnhof”.

 

De prenten zijn allemaal  in sober zwart-wit en geven een  diepgaander en echter beeld van de DDR dan de eerder oppervlakkige, permanente tentoonstelling in het veel te kleine DDR-Museum.  Ze zijn thematisch gegroepeerd. Bij het alledaagse leven van Harald Hausmann kom je meteen in de sfeer : grote auto’s van de elite, onder een nog grotere propagandatekst “Es lebe der Marxismus-Leninismus”. Verder wat somber  kijkende bejaarden, ouderwetse kinderkoetsen, een man die in een vuilnisbak grabbelt, Trabantjes en Wartburgs, mensen die lijdzaam aanschuiven in eindeloze rijen.

Ze doen me terugdenken aan 11 juli 1987, toen ik in de  Wartburg garage  in Gotha  vroeg om mijn auto te doen starten en als laconiek antwoord kreeg : 12 september om 9 u terugkomen. De man na mij mocht dan om 9 u 15 komen en accepteerde dat zonder morren. Blijkbaar mocht ik nog niet klagen, want veel later vernam ik uit een betrouwbare DDR-bron dat sommige eigenaars een heel jaar moesten wachten voordat hun Wartburg  in de garage hersteld werd.

Verder de “Plattenbautyp” : hoge, uniforme woonblokken uit de jaren’70, met kleine en weinig comfortabele flatjes en nogal wat gemeenschappelijke ruimtes voor de gewone DDR-Leute. Er  is ook een  1 mei parade op de Karl-Marx-Allee in Berlijn, waarbij alle groepen van jongeren, arbeiders, sporters, militairen en toeschouwers hun blik richten op de eretribune met de leiders. Maar een foto van de leiders is er niet bij. Het dorpsleven in Berka, Thüringen, 1977, met vrolijke tieners, varkensslachtingen aan huis , uiterst primitieve landbouw, een even primitieve gymzaal, een jeugdhuis.

Indrukwekkend zijn de beelden van de noeste en ongezonde arbeid in de bruinkoolmijnen bij Zwickau, 1000 m onder de grond. Het was er zo heet dat de arbeiders enkel een zwembroek of slip droegen. We zien ook “Clärchens Ballhaus, een danszaaltje in Berlijn waar dames van 40 en meer bij pot, pint, sigaret, worst op zoek gingen  naar mannen van 40 tot 60. En omgekeerd. Elders zien we jongere koppels dansen, onder het alom aanwezige portret van Honecker.

Er is ook een reeks foto’s uit 1978 van afstuderende scholieren, 18 à 19 jaar oud, in feestelijke kledij. Werner Mahler  heeft  een aantal van hen  van dan af om de vijf jaar gefotografeerd, tot in 2009, hun 49° of 50° verjaardag dus. Het zijn gelukkige en trotse gezichten. Helaas vernemen we  enkel waar ze nadien gingen  wonen (één  in Dortmund, de anderen bleven  in het Oosten) , maar niets over hun beroep, gezin, …

Ute Mahler volgde  einde jaren ’70 – begin jaren ’80 de modevoor het vrouwentijdschrift Sibylle, dat vanaf 1956 zes keer per jaar verscheen en telkens meteen uitverkocht was. We zien ontwerpen van designers van het tijdschrift of van het nationaal mode-instituut, die helaas en onbegrijpelijk  nooit in de winkels te koop waren.

Oost-Berlijn had twee voetbalverenigingen : BFC Dynamo, de club van … de Stasi, die alle middelen gebruikte om  landskampioen te worden. En dat lukte 10 keer achter elkaar. De andere was FC Union Berlin, die zichzelf beschouwde als de outsider. Bij een derby tussen die twee, was er altijd “vuurwerk”. De fans werden uit elkaar gehouden, militairen stonden  tussen beide kampen. Werner Mahler volgde de supporters in 1980. Op de cover van het boek staat één van hen geportretteerd : een voorbeeldige.

Harald Hausmann toont in “Am Rande der Republik” allerlei alternatievelingen : kunstenaars, de eerste punkers (1982), leden van de oppositie, illegale betogers, afscheidsparty’s na een aanvraag om de DDR te verlaten, activiteiten van kerken om mensen vrij te krijgen, een punkconcert.

Eén van de alternatieve schrijvers, Sascha Anderson (284), werd in de jaren ’90 ontmaskerd als informant van de Stasi.

Sibylle Bergemann volgde beeldhouwer Ludwig Engelhardt  gedurende elf jaar op de voet , van 1975 tot 1986. Zo lang werkte hij aan de kolossale beelden van Marx en Engels, die nu nog te zien zijn op hun pleintje nabij de Fernsehturm am Alexanderplatz. ’t Is mooi om te zien hoe ze tot stand kwamen en hoe deze gevaartes van enkele tonnen met kranen op hun forum werden gezet.

Het boek eindigt symbolisch met de gebeurtenissen net vóór, tijdens en na de val van de Muur. Maurice Weiss, afkomstig uit Perpignan, toen student fotografie, viel van de ene verbazing in de andere, net zoals de mensen die het meemaakten in Berlijn en Leipzig, inclusief de Grepo’s en Vopo’s. Hier zien we het hoofdkwartier van de Stasi in Leipzig, een demonstratie in januari 1990  tegen Kohl en de eenmaking, een officier van de Grepo’s en de viering van oudejaar 1989 aan de Brandenburger Tor.

Tot slot krijgen we het c.v. en een zelfportret van de artiesten.

De foto’s zijn van hoogwaardige kwaliteit, met zorg geselecteerd en keurig rondom thema’s gegroepeerd.

Bij de reportages mis ik de topatleten, de toenmalige trots van de DDR. Menigeen was toen ook jaloers op de (relatieve ) voorrechten die ze kregen als ze medailles haalden. Honecker schreef hun successen toe aan …het  Marxisme-Leninisme.

Verder mis ik de drama’s aan de Muur, politieke gebouwen zoals het later wegens te veel asbest afgebroken parlement (Paleis van de Republiek), het Stasi hoofdkwartier in Berlijn, het aanbod in de winkels, de beperkte keuze bij de slagers. Het echte vlees ging naar de hotels of naar de export of naar de “Delikat” winkels, waar men voor veel geld luxueuze voedingswaren kon kopen. Zo waren er ook “Exquisit” winkels voor chiquere kleding.

 

Jammer ook dat je voor de summiere uitleg bij de foto’s telkens achteraan moet gaan kijken (282-285), in plaats van onder of naast de foto zelf.

De teksten tussen de reportages  zijn verre van oppervlakkig en stemmen tot nadenken. Eén van de vragen is : wat zou er van mij geworden zijn, als de Muur niet was gevallen ? Misschien was ik dan ook bij de Stasi gegaan.

Alle teksten en uitleg zijn tweetalig : Duits en Engels.

Het tweede boek is een aangename aanvulling bij het eerste.

 

Jef Abbeel                          augustus 2009.

 

Referenties :

 

1.  Frederick TAYLOR,

 

                    De Berlijnse Muur.

                    13 augustus 1961 – 9 november 1989.

 

                    Uitgeverij Spectrum, Utrecht / Standaard, Antwerpen, 2008.

 

                    496 p. + 16 pagina’s foto’s; kaart, noten, bibliografie, register.

                    ISBN          978 90 022 2314 3;    € 39,95.

 

2.                Ostzeit.

                    Geschichten aus einem vergangenen Land / Stories from a vanished country.

 

                    Fotografien von / Photographs by         

Sibylle Bergemann, Harald Hauswald, Werner Mahler, Ute Mahler, Maurice Weiss.

 

Uitgeverij Hatje Cantz, Ostfildern / Stuttgart, 2009.

 

287 p. ; 182 foto’s; harde kaft.

ISBN 978-3-7757-2486-9;          € 39,80.

 

 

Bewijsnummer naar :

 

1.                Standaard Uitgeverij

                    t.a.v. Leen Lever

                    Mechelsesteenweg 203

                    2018          Antwerpen.

                    e-mail : leen.lever@standaarduitgeverij.be

 

2.                Hatje Cantz Verlag

                    att. Caroline Schilling und Meike Gatermann

                    Zeppelinstrasse 32

                    D 73760    Ostfildern

                    Chamissostrasse 12

                    D 70193    Stuttgart

                    e-mail :    c.schilling@hatjecantz.de

                                       m.gatermann@hatjecantz.de

Please reload

Zoeken op tags
Please reload

Archief
Categorie
Please reload