Grand Central Belge. Voetreis door een verdwijnend land.

15/06/2017

Pascal Verbeken (1) reisde te voet door België, van zuid naar noord, langs de oudste spoorweg van het land, de Grand Central Belge, die rond 1835-1870, in de glorietijd van Wallonië en van de Belgische spoorwegen, aangelegd werd door arme Vlamingen. De bedoeling was de Waalse producten via de haven van Antwerpen naar hun afzetmarkten te brengen. De grote winsten gingen naar de Franstalige Brusselse bourgeoisie. De spoorweg is verdwenen, de arme Vlamingen zijn inmiddels rijk geworden, de Walen helaas minder welvarend.

 

De meeste Vlamingen zijn al lang vergeten hoe hun voorouders eraan toe waren in de 19° eeuw: arm, ongeschoold, uitgeput door ondervoeding, bloedarmoede en besmettelijke ziektes : cholera(1832), mazelen (1838-1840), tyfus (1847), cholera (1849), pokken plus cholera (1851), cholera (1866),tyfus (1871) . In die jaren trokken grote bendes van honderden bedelaars en landlopers, jong en oud, door de dorpen, om de boerderijen en de graanhandels te overvallen (38-39).

Wie  meer wil weten over die arme Vlamingen, kan terecht bij “Vlaamse migranten in Wallonië(2)

 

Door de staatshervormingen van 1970 tot nu zijn de Belgen steeds verder uit elkaar gegroeid. Bovendien is België een nieuw land geworden : een lappendeken van geïmmigreerde volkeren, die in de steden als aparte groepen naast elkaar wonen en over tien jaar talrijker zullen zijn dan de autochtone stadsbewoners.

 

Onder weg interviewt de auteur allerlei mensen, in meerderheid Walen. In Wallonië constateert hij dat sinds zijn vorig boek (Arm Wallonië, 2007) het geloof in België verdwenen is. Velen geloven in een plan B : Wallonië samen met Brussel of met Frankrijk of op zichzelf.

We moeten hier wel bij aanmerken dat die interviews afgenomen zijn tijdens de regeringscrisis van 542 dagen, dus voordat Di Rupo premier werd.

En dat zij niet beseffen dat Wallonië zonder miljardentransfers uit Vlaanderen zijn sociale uitgaven met 13 % zou moeten verminderen of zijn belastingen met 15% zou moeten verhogen, aldus de Naamse econoom Michel Mignolet.

Bij de ondervraagden zijn er Walen die zich  de Vlaamse arbeiders nog herinneren. En mijnwerkers uit Vlaanderen, die tot het einde van de jaren ’50 tot 8 uur per dag in de bus zaten, op weg naar de mijnen rond Charleroi.

Charleroi was een eeuw lang toonaangevend, zowel met zijn glasnijverheid als met zijn steenkoolmijnen. Dat is compleet verleden tijd : de fabrieken en de mijnen zijn gesloten, de volkshuizen en de onderlinge solidariteit zijn verdwenen, de vroegere industriewijken zijn nu probleemwijken, niet enkel in Wallonië trouwens, maar ook in bepaalde wijken van Gent en van andere Vlaamse steden, de mensen komen enkel nog uit hun huis om te protesteren tegen drugsdealers of Bulgaarse zigeuners die hun OCMW komen leegzuigen en tegen de bouw van nieuwe moskees. De teloorgang en de verloedering  is bedroevend, de teleurstelling en verbittering zijn groot.

 

Zodra de auteur in Louvain-la-Neuve belandt, is het ergste leed achter de rug. Verbeken zit dan in het welvarendste deel van Wallonië. Hier regeert de liberale MR ipv de PS.

Louvain-la-Neuve mag dan de enige stad zijn die ontstaan is uit een taalconflict, de inwoners stellen het goed. Ondertussen wonen er meer residenten dan studenten. En hier zijn de Belgische vlaggen nog wel aanwezig, op de studentenkoten.

Philippe Van Parijs, prof in Louvain-la-Neuve is één van de zeldzame optimisten in dit boek. Hij vertelt dat Walen en Vlamingen in Leuven al twee gescheiden groepen vormden (behalve dan in de sport, nvdr) en hij beschouwt de splitsing als een wijze beslissing. Hij ziet nog een taak voor België : bewijzen dat het kan functioneren, ook al is het geen natie, en dat het zo een voorbeeld kan zijn voor Europa. België zal volgens hem ook blijven bestaan, omdat zowel de Vlamingen als de Walen Brussel willen behouden.

Verbeken vertelt hier ook over  de vastlegging van de  taalgrens. Wie tot nu toe nog dacht dat dit een eis van de Vlamingen was, is ernaast : in Wallonië leefde een grote angst dat de vele Vlaamse arbeiders hun gemeentes zouden koloniseren.

 

De hoofdstukken 11 – 14 gaan over Vlaanderen. Gemeentes zoals Heverlee en Rillaar waren in de jaren ’50 nog arm, Rillaar zelfs straatarm. Veel mannen pendelden naar Wallonië en veel meisjes gingen in Brussel werken bij rijke burgers. Nu is er welvaart en de bouwgrond is er onbetaalbaar. In Leuven spreekt hij met Mark Eyskens, die de Belgische geschiedenis overloopt van 1930 tot nu. Hij spreekt er ook met Jean-Pierre Gaillez, een respectabele Waalse leraar Nederlands, die in Namen en Leuven samen met de Vlamingen studeerde en heel zijn leven ijverde voor het Nederlands in Wallonië. Hij vertelt hoe onverteerbaar de splitsing van de universiteit was voor vele Walen, zeker voor Spitaels, die levenslang verbitterd bleef. Een Waal die Nederlands wilde leren, was voor hem een verrader.

 

Mechelen is een volgende etappe. In 1835 reed  daar de 1° trein van het Europese continent. Tempo : 23 à 24 km p.u. Bij John Cockerill in Seraing waren in 1840 al 77 locomotieven geproduceerd. En in 1870 lagen er al 3.200 km spoorwegen. In Mechelen ontmoet hij Abdul, een werkloze, die zijn beklag doet over alles. Opmerkelijk is dat Verbeken geen reactie geeft op al zijn klachten. Abdul  hoort bij de 20% Belgen van allochtone afkomst. Over 10 jaar zal deze groep in alle grote centrumsteden de meerderheid vormen. De auteur reist nog door naar Antwerpen, maar over de grootste stad van Vlaanderen vertelt hij niets.

 

Verbeken is zeer belezen, in zijn losse stukken zit  de Belgische geschiedenis fragmentarisch verwerkt, hij kon  beschikken over een reeks boeken uit de periode van ca. 1830 tot 1930, zoals “Belgium as She Is” van de Brit Addison uit 1843,die niet overal te vinden zijn.

Hij is pessimist, hij ziet de problematiek van Charleroi overal opduiken behalve in Louvain-la-Neuve en Leuven,  en  hij voorspelt dat België op termijn zal verdwijnen, door een ingreep van de Europese mogendheden, net zoals het door hen ontstaan is.

Hij vergeet daarbij dat die landen in 1830 baat hadden bij het ontstaan van België en nu weinig of geen  voordeel zien in het uiteenvallen. En als het ooit verdwijnt, wat al decennia voorspeld wordt, zal het  door onderlinge onenigheid zijn en niet door een  externe bemoeienis.

Hij maakt ook een rare vergelijking. De oerbelg zou een bever zijn: bouwlustig, werkzaam, discreet. Vele plaatsnamen in België verwijzen naar de bever. Die rat  werd 100 jaar geleden uitgeroeid door pelsjagers. Tien jager geleden voerde een Waalse vriend van hem tientallen beestjes opnieuw in uit Beieren. Ze vermenigvuldigen zich zoals konijnen en veroveren weer alle rivieren. Hopelijk beseft Verbeken ook dat die beverrat  elke boom die hij kruist, genadeloos kapot knaagt en vooral  de dijken van kanalen genadeloos doet inzakken door er holen in te graven. Duur dier dus.

Het boek mist  twee zaken : een kaart met de dorpen en steden waar de auteur passeert en een overzichtelijke bibliografie.

 

Referentie :

 

1/Pascal Verbeken,

 

            Grand Central Belge.

            Voetreis door een verdwijnend land.

            Uitgeverij De Bezige Bij, Antwerpen, 2012.

            255 p.;

            ISBN 978 90 8542 233 4;        € 19,95.

 

2/Idesbald Goddeeris –Roeland Hermans,

            Vlaamse migranten in Wallonië, 1850-2000.

            Uitgeverij  LannooCampus, Tielt, 2011.

            284 p. ; foto’s.

            ISBN 978 90 209 956 88.

 

Bewijsnummer naar :

 

1/        Uitgeverij De Bezige Bij

            t.a.v. Chris Boudewijns

            Nassaustraat 37-41

            2000 Antwerpen

            e-mail : chris.boudewijns@wpg.be

 

2/        Uitgeverij LannooCampus

            t.a.v. Evelyne Schrevens

            Naamsesteenweg 201

            3001 Heverlee-Leuven

            Evelyne.Schrevens@lannoocampus.be

 

 

Jef Abbeel      april 2012.

 

 

Tags:

Please reload

Zoeken op tags
Please reload

Archief
Categorie
Please reload