Iran. Een cultuurgeschiedenis.

15/06/2017

Bij Iran denkt menigeen meteen aan het huidige regime, dat sinds de Islamitische Revolutie van 1979 het Nabije Oosten en in de wereld doet schrikken door zijn nucleaire ambities, openbare terechtstellingen, strenge voorschriften, ontkenning van de Holocaust, steun aan Hezbollah en Hamas, onderdrukking van de oppositie.

Tegelijk is Perzië een land dat trots is op zijn rijk verleden en dat vastbesloten is het machtigste land te worden in het Midden-Oosten.  Het is rijk aan grondstoffen en het controleert de Straat van Hormoez  of anders gezegd de uitgang van de Perzische Golf, waar 20 % van het dagelijkse olieverbruik langs komt. Zelf is het wereldwijd de vierde producent van olie en aardgas. Zijn imperiale ambities steunen daarop,  plus op vazallen zoals de terreurgroepen Hezbollah en Hamas, die het rijkelijk sponsort.

Sinds 2005 leidt president Ahmadinejad het land. Zijn aanhang situeert zich vooral op het platteland, niet bij de jongeren in de steden. Zijn herverkiezing in juni 2009 was volgens velen ondemocratisch. Volgens de Financial Times was hij de invloedrijkste figuur van  dit decennium en staat  hij symbool voor de anti-westerse politiek van het Midden-Oosten. Nummer twee is Osama bin Laden (DM,30.12.09).

Zijn voorgangers waren in 1979 niet veel beter : ze organiseerden een Beeldenstorm, waarbij ze vele beelden van dieren en mensen vernielden, o.a. de grote dubbele stierenkoppen en de friezen van het paleis van Darius I te Persepolis en Susa. Het graf van Cyrus en zijn paleis in Passargadae hebben het tot nu toe overleefd, dank zij de  druk van de UNESCO.

Michael Axworthy bezocht het land al in de jaren ’70, ten tijde van de sjah. Hij leide jarenlang de afdeling Iran van het Britse ministerie van buitenlandse zaken. Nu is hij hoofd van de afdeling Iraanse studies aan de universiteit van Exeter.

Hij begint met enkele paradoxen  om de Westerse  lezer attent te maken op zijn foutieve perceptie : de Iraanse vrouwen zijn gebonden aan totaal achterhaalde kledingvoorschriften, maar tegelijk maken ze 60 % uit van de universiteitsstudenten; wij denken dat het land extreem islamitisch is, maar slechts 1,4 % is trouw op post bij het vrijdaggebed.

Axworthy besteedt ruim 300 pagina’s aan de geschiedenis van Perzië en slechts veertig aan de ayatollahs die sinds 1979 de dienst uitmaken. De rest bestaat uit noten(349-366), bibliografie(367-377) en register(379-396).

Hij laat de geschiedenis beginnen met de Indo-Europese volksverhuizingen tussen 1500 en 1000 v.C. Hij verwijst hierbij naar de linguïstische verwantschap tussen het Perzisch en andere Indo-Europese talen zoals Latijn, Duits, Engels en Nederlands.  Hij vertelt over de Meden en Perzen, verwijst naar een Assyrische tekst uit 836 v.C. Rond 612 v.C. verwoestten de Meden de Assyrische hoofdstad Ninive, nabij Mosoel, aan de Tigris. Rond 600 v.C. leefde ook de profeet Zarathoestra met zijn leer over Ahoera Mazda, de heer der wijsheid, schepper van licht en waarheid en Ahriman, de belichaming van de duisternis, de leugens en het kwaad. Over deze profeet is weinig met zekerheid bekend. Volgens de auteur was hij de eerste schepper van onze morele wereld.

Rond 559 v.C. kwam Cyrus aan de macht in Perzië. Zijn naam klinkt ons al wat meer vertrouwd in de oren dank zij Herodotos. Cyrus veroverde de Medische hoofdstad Ecbatana, nu Hamadan. Daarna palmde hij ook  Klein-Azië in, o.a. Lydië en de rijkdom van Croesus en de Griekse steden in Klein-Azië. Zijn rijk strekte zich toen uit van de westkust van Klein-Azië tot aan de Indus en was met die grenzen  het grootste totdat zijn wrede zoon Cambyses ook nog Egypte erbij nam in 525 v.C.

Darius trok nog verder : naar Thracië en Macedonië. Maar in 490 v.C. werden de overmoedige Perzen verslagen bij Marathon. De Grieken beschouwden de Perzen onterecht als barbaren. Mogelijk was dat woord een kleinerende imitatie van het Perzische “baba”. Zij beseften wel dat de Perzen veel machtiger waren dan zij. In 480 verpletterde Xerxes bij Thermopylae Leonidas en zijn Spartanen, hij nam de Akropolis in en stak ze in brand, maar zijn vloot werd verslagen bij Salamis. En in 479 v.C. wonnen de Grieken nogmaals bij Plataea en Mycale.

Alexander de Grote, Macedoniër maar met Griekse opvoeding, nam weerwraak : tussen 334 en 323 v.C.  veroverde hij heel het Perzische rijk. De Perzen noemden hem net zoals Ahriman, nl.  de vervloekte. Alexander werd opgevolgd door zijn generaals zoals Seleukos.

In de 2° e. v.C. kwamen de Parthen. In Europa was de rol van de Grieken uitgespeeld. De Romeinen namen hun plaats in. Rome vocht drie eeuwen tegen de Parthen, maar zonder succes. In 218 n.C. werden de Romeinen verslagen. Julianus de Afvallige probeerde in 363 tevergeefs de nederlaag ongedaan te maken.

In de eeuwen daarna kende Perzië een wederopbloei onder de Sassaniden. De zijderoute speelde daarin een rol. In de 7° eeuw werd het land veroverd door de islamieten, die in de 20 jaar na Mohammed ‘s  dood het grootste deel van het Midden-Oosten ingepalmd hadden en  bijna overal het Arabisch opgelegd hadden. Perzië en Turkije waren uitzonderingen hierop. Het Farsi overleefde de Arabische veroveringen en is sinds de elfde eeuw nauwelijks veranderd.

Bijna 1000 jaar werd Iran geregeerd door buitenlandse overheersers. Die zorgden wel voor bloei in de regio. Bagdad (Irak) werd in de 9° eeuw met 400.000 inwoners de grootste stad buiten China. Ook in Perzië stond het culturele leven niet stil : dichters, bezeten van de liefde, beschreven hun verlangens (103-119).

Er volgden nog andere en veel wredere veroveraars : de Mongolen, in de 13° - 14° eeuw. Deze rampzalige tijd was wonderwel het hoogtepunt van de Iranese literatuur, met o.a. Hafiz, een dichter die de koran van buiten had geleerd en later vertaald werd door Goethe en andere westerse dichters. Hij was een tijdgenoot van de extreem wrede Timoer Lenk (140-142).

Na de oorlogen met de Ottomanen, werd in 1639 de huidige grens vastgelegd tussen Turkije, Irak en Iran. In 1709 kwamen de Afghanen in opstand tegen de Perzen, in 1719 hielden ze er een strooptocht en namen ze Isfahan tijdelijk in bezit. De Ottomaanse Turken profiteerden daarvan om de westelijke provincies te veroveren. Peter de Grote was er niet gerust in. Spanningen tussen Iran en Rusland zijn dus al enkele eeuwen oud. In 1729 waren de Afghanen en de Turken weer verdreven door sjah Nadir.

Na 1745 kwam Perzië in verval. Burgeroorlogen putten en moordden  het land uit. Rond 1800 was het een toeristische trekpleister voor veel Europeanen : diplomaten, schrijvers, kunstenaars. De toenmalige sjah, Fath Ali, vooral bekend om zijn 158 vrouwen en 260 zonen, verloor in de Kaukasus gebied aan de Russen en moest tolereren dat Europese mogendheden (Rusland, Engeland, Frankrijk) steeds meer binnendrongen in zijn land. Deze westerse inbreuk op de soevereiniteit zou pas eindigen in 1979.

In de tweede helft van de 19° eeuw werden de Perzische grenzen in het noordoosten en oosten vastgelegd in overeenkomsten met het sterkere Rusland en Engeland(210). Beide grootmachten breidden hun imperium in Azië uit en drukten een zodanige stempel op het bestuur dat de sjah hun vazal werd. Terwijl in vele andere landen volop spoorwegen aangelegd werden, had Perzië in 1896 hoop en al één smalspoorlijntje van 8 km, aangelegd door Belgen, van de hoofdstad Teheran naar het graf van sjah Abd  ol-Azim. België speelde er overigens een zeer bescheiden rol, Frankrijk een veel grotere vanaf 1907, uit bezorgdheid  om  de groeiende Duitse ambities.

In 1905/1906 ontstond een opstand tegen de sjah. Hij werd gedwongen de eerste grondwet in te voeren. Maar deze constitutionele revolutie werd in 1911 ongedaan gemaakt.

In 1912 schakelde de Britse marine voor haar schepen over van kolen op olie. Dit was efficiënter en nam veel minder plaats in beslag. Het  leidde tot een nieuwe race op Iran. De 1° Wereldoorlog verhevigde deze wedloop. In 1921 kwamen de Pahlavi’s op de troon na een staatsgreep. Reza Khan was de eerste. Deze autocraat legde zijn land allerlei hervormingen op, onder andere de uitbreiding van het leger. Tanks kwamen van Skoda in Tsjecho-Slowakije, geweren uit Zweden. Zijn tweede project was de verbetering van de infrastructuur. Hij wilde ook verwesteren, maar in mindere mate dan Ataturk, die het Romeinse alfabet invoerde in Turkije.

De Duitse inval in Rusland dreef de Britten en de Sovjets weer in elkaars armen(271). De sjah had in de jaren dertig toenadering gezocht tot de nazi’s en de Duitsers aangemoedigd, maar tegelijk had hij zich verzet tegen Duitse invloed in zijn land. In 1941 vielen de Geallieerden in Iran binnen. De sjah trad af, zijn zoon Mohammed Reza volgde hem op. Hij bleef aan tot 1979 (en stierf in 1981). In 1943 vergaderden Stalin, Roosevelt en Churchill in Teheran.

Na de oorlog kende Iran voedseltekort. Het verzette zich tegen de internationale bemoeiing en de winstverdeling in de Anglo-Iranian Oil Company. Als 70-er groeide Mossadeq  in de jaren 1951-1953 uit tot het symbool van de eis van Iran om zeggenschap over de olie en volledige soevereiniteit. Op zijn initiatief werd de olie-industrie genationaliseerd in 1951. De Britten reageerden furieus : hun technici verlieten de installaties in Khoezistan, de Britse regering stelde een blokkade in en de Amerikanen sloten zich aan bij de boycot; in volle Koude Oorlog beschouwden zij Mossadeq meteen als een communist. De Britse SIS en de Amerikaanse CIA wilden hem weg. Hij werd gearresteerd en kreeg huisarrest tot zijn dood in 1967. In 1956 liet Nasser zich door hem inspireren bij zijn nationalisatie van het Suezkanaal. Hij kwam er beter van af. De sjah loste het oliegeschil op : de overheid kreeg voortaan 50 % van de winst.

Vanaf 1963 kantte ayatollah Khomeini (1902-1989) zich tegen de sjah. Hij verweet hem corruptie, verwaarlozing van de armen, slaafse houding tegenover de VSA en de verkoop van olie aan Israël. In 1964 werd hij verbannen, eerst naar Turkije, vervolgens naar Irak, tenslotte in 1978 naar Parijs.

Axworthy verklaart de omstandigheden waarin zijn revolutie tot stand kwam : economische groei, maar tegelijk inflatie; teveel Amerikanen in Iran : 850.000 tussen 1944 en 1979, bijna 50.000 in 1979, die op allerlei manieren de Iraniërs kwetsten; een steeds repressiever politiek klimaat van de sjah en zijn geheime dienst SAVAK.

Toen Khomeini op 1 februari 1979 uit ballingschap terugkeerde, werd hij verwelkomd door een euforische menigte van 3 miljoen mensen. De sjah was twee weken eerder vertrokken naar het buitenland.

Khomeini’s revolutie was religieus, economisch, gericht tegen corruptie, tegen de repressie en tegen de VSA. Deze eeuwenoude cultuur was het beu om altijd misbruikt te worden door internationale grootmachten.  De revolutie  leidde snel tot executies, sluiting van kranten, gijzeling van de Amerikaanse ambassade van november 1979 tot januari 1981, nadat bekend werd dat de sjah in de VSA behandeld zou worden voor kanker. De inval van Irak in september 1980 luidde het begin in van 8 jaar oorlog. De fatwa tegen Salman Rushdie in februari 1989 haalde ook het wereldnieuws.

Khomeini stierf op 3 juni 1989. In januari 1989 had hij nog een brief gestuurd naar Gorbatsjov, met de boodschap dat het communisme tot het verleden behoorde(dit kwam nog uit ook) en met het advies dat hij de islam als levenswijze moest bestuderen.

Mede door de oorlog, was de levensstandaard achteruit gegaan. Het inkomen in de jaren ’90 was    40 % lager dan tijdens de sjah in 1978. Het platteland was er tijdens de eerste 20 jaar van de Islamitische Revolutie wel op vooruit gegaan : er was voortaan stromend water, gezondheidszorg, elektriciteit,  scholen, een hogere levensverwachting en alfabetisering tot 73 % bij de vrouwen en 80 % bij de mannen. Door de verplichte dracht van de sluier werden de vaders ertoe overgehaald om hun dochters naar school te sturen. Gevolg : nu vertegenwoordigen ze 66 % van de universiteitsstudenten. Na hun studies stappen ze ook in de economie, omdat de meeste gezinnen anders niet rondkomen.

Iran blijft wel op zijn eenzame weg van verzet tegen de westerse waarden en zeker tegen alles wat Amerikaans is. In september 2001 veroordeelden  de Iranese leiders Khatami en Khamenei het terrorisme, maar de VSA gingen hier niet op in, ook niet toen Iran later op het jaar intensieve steun verleende aan de strijd tegen de Taliban. Integendeel, Bush  maakte een kapitale blunder door  het land in 2002 toe te voegen aan  de as van het kwaad, samen met Irak en Noord-Korea.

Sinds 2005 staat  Ahmadinejad  aan het roer. Hij kiest openlijk voor de confrontatie met de VSA, Israël en het Internationaal Atoomenergie Agentschap. Axworth sluit af vóór de betwiste herverkiezing in juni 2009 met de vraag : kan Iran in het Midden-Oosten de invloedrijke rol spelen die haar toekomt ?

Dan volgen vele noten, een stevige bibliografie en een register. Dit laatste is bijna onmisbaar gezien de eindeloos vele eigennamen en begrippen die in het boek voorkomen. De bibliografie is uitsluitend Engelstalig : de vertalers hadden er ook wel wat Nederlandse titels mogen bijvoegen. Het boek is zeer degelijk, maar verre van gemakkelijk.

Enkele opmerkingen : sommige kaarten, zoals p. 121 en 191, missen de nodige datering. Ook bij de foto’s van de sjahs staan geen regeerperiodes. Soms stoot je op een zeldzaam taalfoutje ( p. 29 : riekte i.p.v. rook).

De auteur kan zich bijzonder goed inleven in de geest van de Iraniërs en is zeer begripvol, m.i. soms iets te begripvol voor  de  standpunten van hun leiders. Hij vindt dat het westen te veel kansen op toenadering  voorbij heeft laten gaan, zeker ten tijde van de hervormingsgezinde president Khatami. Hoewel de huidige president  zo radicaal is dat hij de werkelijkheid uit het oog verliest,  blijft Axworthy relatief optimistisch, omdat Iran zoveel te bieden heeft.

Hij verzet zich tegen het eenzijdig beeld dat de media ons voorschotelen. Hij verzwijgt de vernielingen aan hun eigen cultureel patrimonium in 1979 e.v. en hij spreekt te weinig over de eindeloze en in onze ogen nutteloze beperkingen en repressie die het regime al 30 jaar aan de bevolking oplegt, waardoor veel knappe  en begaafde mensen  uitwijken of in de cel belanden, net zoals de  tegenstanders van het regime. Dat vindt de auteur wel heel erg, want het Iranese volk  heeft in de voorbije 3000 jaar  een bijzonder  rijke cultuur  van dichters en denkers voortgebracht.

Aanbevolen voor serieuze bibliotheken en voor geduldige lezers. Hun doorzettingsvermogen wordt  dan ook beloond met hoogstaande kwaliteit en met meer inzicht in de complexe problematiek van Iran.

 

Referentie :

Michael Axworthy,

Iran. Een cultuurgeschiedenis.

Vertaald door Ruud van de Plassche en Jan van de Westelaken.

Uitgeverij Bulaaq, A’dam /  EPO? Antwerpen, 2009.

396 p. ; kaartjes, foto’s, noten, bibliografie, register.

ISBN          978 90 5460 155 5 ;   € 29,50.

 

Bewijsnummer naar :

Uitgeverij EPO

t.a.v. Jos Hennes

Lange Pastoorstraat 25-27

2600 Berchem-Antwerpen.

e-mail : jos.hennes@epo.be

 

Jef Abbeel                  december 2009.

 

Tags:

Please reload

Zoeken op tags
Please reload

Archief
Categorie
Please reload