Romeinse sagen en legenden.

15/06/2017

 

Een groot aantal verhalen uit de Romeinse geschiedenis  worden in dit boek naverteld. Telkens onderzoekt de auteur welke invloed ze hadden op latere schilders, beeldhouwers, miniaturisten en welke sporen ze nagelaten hebben in ons taalgebruik.

 

De volgorde is chronologisch, vanaf de Trojaan Aeneas via de stichting van Rome tot  de verovering van Tarente  in 272 v.C. De auteur beschouwt deze slag als het einde van de sagentijd.

Wat daarna gebeurde tijdens de oorlogen tegen Carthago, tijdens de burgeroorlogen, bij de opbouw  van het Romeinse wereldrijk en tijdens de  keizertijd, rekent hij tot het domein van de betrouwbare historici. Dat is wel erg optimistisch, want ook de Romeinse historiografen  Caesar, Tacitus  en anderen beantwoorden niet altijd aan de hedendaagse normen.

 

Claes put zijn informatie o.a. uit Vergilius, Livius, Plutarchus, Plinius en ook uit hedendaagse mythologische woordenboeken en encyclopedieën.

 

Bij elk verhaal krijgen we lijstje met woorden, spreekwoorden, zegswijzen, die aan de oudheid ontleend zijn en die wij nu nog gebruiken in ons hedendaags taalgebruik. Soms zijn ze ver gezocht en komen ze heel weinig voor, zoals  de afleidingen van Venus( p. 17).

 

Meestal staan er ook een prachtige reproducties bij: mozaïeken, muurschilderingen, miniaturen, schilderijen, beeldhouwwerken.  Helaas ontbreekt de informatie over de auteur, die dikwijls weinig bekend is. Een paar voorbeelden : Frederico Barocci, John Flaxman, François Perrier, Claude Lorrain, Claude Augustin Cayot.

 

De tekst zelf leest heel vlot en is voor iedereen toegankelijk. Dus ook voor leerlingen die deze verhalen lezen in de (Latijnse) les. Via de vele reproducties kunnen zij zich ook een levendiger beeld vormen van de gebeurtenissen.

 

Het boek heeft helaas geen echt register, maar wel  stambomen , lijstjes van koningen en ambtenaren, geografische kaarten, een chronologie van 753 tot 272 v.C., een lijst van Griekse en overeenkomstige Romeinse goden en godinnen, een opsomming van de zegswijzen en termen, tenslotte vele eigennamen met hun functie. Het heeft ook een aangename bladspiegel.

 

Nog twee details : Abundantia ( p. 299 ) hoort niet thuis in het rijtje van de Griekse godinnen; naast Ceres mag wel Demeter staan. Claes legt ook niet uit wat voor hem het verschil is tussen sagen en legenden en welke verhalen hij beschouwt als  sagen en welke als legenden.

 

 

Referentie :

 

            Jo CLAES,      Romeinse sagen en legenden.

                                   Schatkamer van kunst en taal.

 

                                   Uitgeverij Davidsfonds, Leuven / Omniboek, Kampen, 2008.

 

                                   324 p. ; afb. , tab. , lit. , woordenlijsten.

 

                                   ISBN   978-90-77942-35-2;   € 29,50.

 

Bewijsnummer naar :

 

            Uitgeverij Davidsfonds

            t.a.v. Ineke Debels

            Blijde Inkomststraat 79

            3000    Leuven.

 

            e-mail : ineke.debels@davidsfonds.be

 

Jef Abbeel      mei 2008.

Tags:

Please reload

Zoeken op tags
Please reload

Archief
Categorie
Please reload