De laatste getuigen. Kinderen in de Tweede Wereldoorlog. Svetlana Alexijevitsj

29/09/2018



De schrijfster (°1948) is een Wit-Russische, die bekend werd met “Het einde van de rode
mens”(2015). In 2000 moest ze haar land verlaten, in 2012 mocht ze terugkeren. In 2015 kreeg ze de
Nobelprijs literatuur.
Haar boeken zijn weinig optimistisch: meestal zijn het treurige interviews. Tegelijk tonen ze ook aan
dat mensen na zware tegenslagen en veel lijden de moed weer opnemen en hun leven weer een
nieuwe wending kunnen geven.
Dit boek verscheen al in 1985, maar werd pas in 2018 vertaald. De vertaler zegt er niet bij welke van
de 100 getuigen van 33 jaar geleden nu nog in leven zijn. Wit-Rusland kreeg in juni 1941 en in 1944
een doortocht van de Duitsers, de eerste keer als veroveraars, de tweede keer als verliezers. In beide
gevallen vonden wreedheden plaats. De meeste getuigen vertellen over het eerste jaar van de
vernietigingsoorlog.
Ze vertellen dat Stalin zweeg bij de Duitse inval. Molotov, die in augustus 1939 het fameuze pact
gesloten had, mocht het nu uitleggen. Iedereen was overtuigd dat de Sovjet-Unie onoverwinnelijk
was: dat hadden ze geleerd op school en in de jeugdbeweging. De verbazing was dus groot toen ze
merkten dat het Duitse leger veel sterker was. Tientallen vliegtuigen gooiden bommen op steden in
Wit-Rusland en zorgden voor vele doden. Mooie jonge Duitsers reden of wandelden door de straten
van Minsk en hadden succes bij de mooie meisjes. Sommige kinderen vonden de oorlog avontuurlijk:
vroeger hadden ze oorlogje gespeeld, nu zagen ze bommen vliegen, fluiten en vallen. Kerken die 20
jaar lang gesloten en leeggeplunderd waren door de communisten of omgevormd tot
opslagplaatsen, werden nu weer geopend.
Maar dan begon de echte ellende: nazi’s en hun talrijke lokale collaborateurs haalden verzetsmensen
uit hun huizen en schoten ze dood of hingen ze publiekelijk op, ook zwangere vrouwen, terwijl het
dorp en ook kinderen toekeken. Soms moesten vrouwen van partizanen de martelkamers
schoonmaken, zodat ze met eigen ogen zagen hoe hun mannen gefolterd werden.
Soms werden ook de honden en katten doodgeschoten of opgehangen en de levensnoodzakelijke
kippen werden soms zo lang rondgedraaid totdat de beul enkel nog de kop vasthad. Als de paarden
afgepakt werden, ploegden de oma’s en de moeders de velden.
Kinderen zagen hun mama’s doodgeschoten worden, ze verloren hun ouders en hun huis, ze
belandden in weeshuizen, soms op duizend kilometer van hun dorp of moesten vluchten naar het
achterland, tot ver in Siberië. Ook de fabrieken werden naar daar verplaatst.
Joden, ook kinderen en vrouwen, werden door Einsatzgruppen van de SS opgepakt, samengedreven
in getto’s, met prikkeldraad errond en gedood of afgevoerd in vrachtwagens. Wie een Joods kind liet
onderduiken, riskeerde met heel het gezin uitgemoord te worden. Slechts weinige Joden overleefden
de razzia’s of bleven daarna in hun land wonen. Bij de getuigen zijn dus weinig Joden.
Jonge mensen werden naar Duitsland gebracht om daar in de fabrieken of op boerderijen te werken.
De inwoners van Leningrad werden 900 dagen lang uitgehongerd, zodat ze zelfs hun katten en
honden opaten en zodat de helft van de bevolking stierf en de overlevenden eruit zagen als lijken.
Vanaf 1944 zag de bevolking van Wit-Rusland ook Duitse krijgsgevangenen en Duitse doden. En na de
“Grote Patriottische Oorlog”, waarin volgens de mythe iedereen vocht tegen de vijand, waren de
mensen graatmager en vatbaar voor ernstige ziektes zoals difterie. Op studentenflats woonden soms
acht meisjes op één kamer: allemaal wezen, want de ouders en de jongens waren vaak gesneuveld of
gedood.
De overlevende ouders gingen na de oorlog de kinderhuizen af om te zien of hun kinderen daar
waren. Vele kinderen en volwassenen droegen levenslang de psychologische gevolgen van de
oorlog: de angst voor vrachtwagens, voor treinen, voor vliegtuigen, voor begrafenissen. Hun
kindertijd was een permanente nachtmerrie geweest die ze zich blijvend herinnerden. Toch hebben
de meesten na de oorlog hun leven en studies hervat en haalden velen een universitaire titel.

De getuigenissen zijn meestal kort: 1 à 2 pagina’s, uitzonderlijk 8. Maar ze zijn allemaal duidelijk en
krachtig. Dit boek lees je best niet voor het slapengaan: er staan te veel gruwelijkheden in. En hoe
erg de oorlog hier in het westen ook was, blijkbaar was hij in het oosten veel wreder. Helaas heeft
I.S. bewezen dat het nog erger kan.
Er staan veel plaatsnamen in het boek, maar een kaart en foto’s ontbreken.
ISBN 978 90 234 4887 7 / Hardcover / 303 p. / Uitgeverij De Bezige Bij, A’dam / WPG, Antwerpen,
januari 2018 / vertaald door Jan Robert Braat / 23 x 15 cm / 27 €.
© Jef Abbeel september 2018 www.jefabbeel.be

Bewijsnummer naar : Uitgeverij WPG, t.a.v. Chris Boudewijns, Rijnkaai 100 / A11, 2000 Antwerpen.

Chris.Boudewijns@wpg.be

Please reload

Zoeken op tags
Please reload

Archief
Categorie
Please reload