De eeuw van Xi

24/02/2019

De eeuw van Xi
Hoe China onze toekomst bepaalt
Stefan Blommaert
Xi is ‘in’: het boek van Dams is pas op de markt, nu komt dit van VRT-journalist Blommaert. Hij
verbleef in Beijing vanaf het aantreden van Xi in november 2012 tot 2014.
Blommaert wil een aantal negatieve vooroordelen counteren, maar begint wel met het autoritaire
systeem, de repressie van dissidenten, het gebrek aan vrijheden. Xi is in die 6 jaar steeds machtiger
geworden door in de luwte te werken, de juiste connecties te hebben en geen fouten te maken. Nu is
hij levenslang partijleider, president en legerleider.
Het boek begint eigenlijk in 1989, toen Blommaert er voor het eerst was en de sfeer op Tiananmen
meemaakte in mei. Helaas was hij er niet meer op 4 juni, toen de tanks ‘enkele honderden’/mogelijk
tienduizend studenten doodreden, deels op het plein, grotendeels in de aanpalende straten (p. 31,
34). 25 jaar later, in 2014, kon hij Wu’er Kaixi interviewen, de nummer 2 van de gezochte leiders, die
aanklaagt dat de overheid nu meer geld besteedt aan de onderdrukking van het eigen volk dan aan
defensie en dat de westerse landen de dissidenten hebben verraden. Blommaert vertelt ook over
Nobelprijswinnaar Liu Xiabo, die in 2008-2009 elf jaar cel kreeg voor zijn ‘Charter 08’, een oproep
voor meer vrijheden en die in 2017 overleed aan kanker.
We krijgen ook voorbeelden van de campagne tegen corruptie, de omvang ervan (60 miljard € per
jaar, p. 48) en de resultaten: op vijf jaar tijd verloren 1,4 miljoen ambtenaren, ook toppers zoals de
voorzitter van Interpol, hun job.
Echte verkiezingen zijn er niet, tenzij voor gemeenteraden in dorpen en kleine stadjes. En zelfs dan
bepaalt de partij tussen welke 1 à 2 kandidaten men mag kiezen (p. 52). En in elke werkplek zit een
partijcel, die alles controleert (p.53). Vele Chinezen beschouwen democratie als iets buitenlands, dat
niet verenigbaar is met hun cultuur. Maar ze betogen, staken en protesteren wel tegen
wantoestanden, onteigeningen, vervuiling en corruptie. Jaarlijks zijn er zo 200.000 ‘massa-
incidenten’ en dat aantal groeit. En tienduizenden sturen petities naar het ‘Staatsbureau voor
Brieven en Bezoeken’.
Het hoofdstuk over pers, internet en censuur bevat veel bekende zaken, maar in de praktijk is het
soms nog erger dan wij beseffen: Blommaert kreeg een lijst verbodsregels, werd geregeld gehinderd
en afgeluisterd door de geheime dienst en door buurtcomités van de partij die alles controleren.
Journalisten worden soms geslagen en mishandeld. En deze fenomenen zijn verergerd tijdens Xi.
Artikels over verrijking door de elite leiden soms tot uitzetting uit China. Voor de 200.000 Chinese
journalisten zijn de regels nog strenger: zij moeten de ideologie van Xi met enthousiasme
verspreiden. China staat op nummer 176 van de wereld voor persvrijheid, Noord-Korea op 180. De
partij bepaalt welk nieuws in de krant, op de radio, op tv en op het internet mag komen. Alleen al in
2017 zijn 130.000 websites geblokkeerd door de grootste Firewall ter wereld met 2 miljoen
medewerkers, dus niet enkel Facebook, Google en Twitter. En ook deze controle wordt elk jaar
strenger. Ai Weiwei kon erover meespreken: 18 camera’s bewaakten zijn huis. Sinds 2017 woont hij
in Duitsland en in 2018 is zijn atelier door bulldozers vernietigd (p. 89).
Hoofdstuk 3 gaat over de 55 erkende minderheden. Tibet is de bekendste ‘autonome regio’, maar
journalisten raken er moeilijk binnen sinds de laatste opstand tegen de ingeweken Han-Chinezen in
maart 2008. Al meer dan 150 Tibetanen hebben zichzelf in brand gestoken als protest tegen de
Chinese overheersing, die veel materiële verbetering brengt, maar niet meer welzijn. De dalai lama
zegt nu dat Tibet bij China wil blijven, maar met meer autonomie en meer respect voor de cultuur.
Xinjiang, 56 keer België, maar vooral woestijn, is wel toegankelijk, met vele controles. De Oeigoeren
zijn er met 45%, de overheersende Han-Chinezen met 40%. Helaas plegen de Oeigoeren geregeld
aanslagen, vooral de radicaal-islamitische die verbonden zijn met Al Qaida. In juli 2009 vielen er
bijna 200 doden en ruim 1.700 gewonden bij rellen tussen Oeigoeren en Chinezen. In 2013 pleegden
Oeigoeren een aanslag op Tiananmen met een bomauto. Blommaert vermeldt niet dat ze sindsdien

2
verplicht met een gps van Beidou (Chinees navigatiesysteem) rijden, die de auto doet stilvallen als hij
een Chinese stad nadert.
Het buitenlands toerisme is bijna verdwenen, wat een ramp is voor de Oeigoerse verkopers. En
Chinese bedrijven nemen er geen Oeigoeren in dienst.
Met de 53 andere minderheden heeft men geen enkele last. Ze wonen vooral in het zuiden, het
record is voor de provincie Yunnan met 25. Ze zorgen voor folklore en leven grotendeels van
toeristen.
Dan zijn er nog de twee ‘Speciale Administratieve Regio’s’, Hongkong en Macao. Daar is het internet
vrij en zijn er betrouwbare kranten. Maar Beijing bemoeit zich steeds meer met de keuze van de
eerste minister en met het onderwijs. In 2047 eindigen hun vrijheden.
Hoofdstuk 4 gaat over geloof en bijgeloof: de jaarlijkse schoonmaak van de graven, de drie
godsdiensten of levensbeschouwingen confucianisme, taoïsme en boeddhisme. Ze vullen de leegte
die ontstaan is door de geldzucht. Bij de islamieten zijn er ook vreedzame: de Hui, o.a. in Xi’an; zij
worden dan ook met rust gelaten. Over de christelijke kerken zegt Blommaert dat de
communistische overheid het hen niet makkelijk maakte in 1949 e.v. Dat is wel een eufemisme voor
uitmoorden en verjagen van priesters, o.a. onze scheutisten. De laatste jaren gaat het beter, maar de
overheid verwijdert geregeld nog kruisen en laat kerken afbreken met bulldozers. Dit is een gevolg
van de zeer snelle groei van de protestantse en katholieke kerk. De CPC beschouwt hen als
concurrenten. Maar ze pakt hen niet zo hard meer aan als de miljoenen Falun Gongers in de jaren
’90. En in 2018 is er ook een historisch akkoord gesloten met het Vaticaan over de benoeming van
bisschoppen. Er volgt ook een leuk lijstje van de vormen van bijgeloof.
De hoofdstukken 5 en 6 beschrijven het economisch wonder en de ontsporingen: spooksteden met
lege appartementsblokken, snelwegen voor het verkeer dat er over 20 jaar zal komen. China heeft
tussen 2011 en 2013 meer cement verbruikt dan de VSA in heel de 20° eeuw. De Chinese
schuldenberg bedraagt 300% van het BBP (de Belgische 106; p. 143).
De grote ommekeer begon dus met Deng in 1978 toen alle Chinezen even arm waren, hij viel stil in
1989, hernam weer vanaf 1992, vooral in het tot dan verwaarloosde Shanghai, dat de commerciële
hoofdstad werd. En in Shenzhen, dat het Chinese Silicon Valley werd met o.a. DJI en Huawei (Chwà-
wèj uitgesproken). Nu betalen veel meer Chinezen met hun smartphone dan wij en de e-commerce
steeg van 70 miljard $ in 2010 naar 1 biljoen $ in 2017. Tegen 2025 wil China 70% van zijn producten
met eigen kennis ontwikkelen (p.164). Blommaert concludeert daar niet uit dat vele westerse
bedrijven dan overbodig zullen zijn. Huaxi is het rijkste dorp van China, met een omzet van 6,5
miljard € per jaar voor 2.000 inwoners (p. 165-167). Behalve fabriekjes, hebben ze een park met
nagemaakte architectuur: de Grote Muur, Eiffeltoren, etc.
Tegelijk telt China nog 50 miljoen echte armen, vooral boeren die 20 cent per uur verdienen en
arbeiders die in de steden werken voor 300 à 400 € per maand en daar tegelijk hun ‘hukou’ verliezen:
sociale rechten op onderwijs, medische zorg, pensioen (p. 173). Jaarlijks verliezen 3 miljoen boeren
hun stukje grond doordat de lokale overheid hem verkoopt aan bouwpromotoren. En de boeren
produceren nu al niet genoeg om 1,35 miljard mensen te voeden: China is de grootste importeur van
landbouwproducten ter wereld, zelfs van rijst. Vele rijstveldjes zijn verlaten of vernield voor de bouw
van wegen en woningen. Anderzijds zijn sommige boeren wel snel rijk geworden als eigenaars van
mijnen. Ze etaleren die rijkdom zonder enige smaak en ze vergokken miljoenen in Macao, de
grootste gokstad ter wereld, 5 keer zo groot als Las Vegas. Rijke Chinezen kopen 33 tot 50% van alle
luxeproducten ter wereld: peperdure auto’s, horloges etc. (p. 180-184). Blommaert schat het aantal
miljardairs op 370 (p. 184), maar andere bronnen spreken van 620, onder wie 29% vrouwen. Tegelijk
leven vele Chinezen met 2 of meer in een kamertje van 2,5 op 3 m, waarvoor ze dan nog de helft van
hun inkomen (400 €) als huur moeten betalen. China behoort tot de meest ongelijke landen ter
wereld. De middenklasse groeit wel snel: van 0% in 1980 naar 25% nu (p. 187-188).
Uiteraard komt het milieu ook ter sprake. De hoeveelheid fijnstof is (of was in 2013) vaak nog veel te
hoog, vooral in de winter. Dan zie je wel mensen met mondmaskers, die je in de zomer weinig of
niet meer ziet. De hevige smog van januari 2013 vormde een definitief keerpunt: wegens het
groeiend ongenoegen bij de bevolking verklaarde de regering de oorlog aan de vervuiling. Grote

3
oorzaken waren de vele steenkoolmijnen en ook de 6 miljoen auto’s in Beijing; in 1999 waren dat
nog 6 miljoen fietsen. Sinds 2015 produceert China meer duurzame energie (zon, wind) dan de VSA
en de EU samen. De pollutie is in 4 jaar tijd al gedaald met 32% . Behalve de lucht, is ook het water
vervuild en op het platteland wordt het nog niet gezuiverd. En in de haven van Taizhou werden
dagelijks tonnen elektrisch afval verwerkt, maar sinds 2018 verbiedt China wel de import van 24
soorten afval. Er zijn ook 300 ecocities gepland met zero-uitstoot. China is dus op weg van grootste
vervuiler naar grootste vergroener.
Blommaert vergeet dan nog te vermelden: de vele elektrische auto’s waarvoor het kenteken gratis is,
terwijl dat voor een benzineauto 10.00 euro kost, een fortuin voor de meeste Chinezen; elke dag is er
rijverbod voor minstens 20% van de auto’s en zij houden zich er ook aan; alle bromfietsen zijn
verplicht elektrisch.
Hoofdstuk 8 gaat over de Chinese geneeskunde op basis van acupunctuur, kruiden en yoga , die
volgens de auteur al ontstond in de 2de eeuw n.C. Vele Chinezen gebruiken die kruiden nog altijd
voor chronische ziektes. Soms komen er ook slangen en sterke alcohol bij. Maar de
antirookcampagnes en zelfs het rookverbod kennen weinig succes bij de ruim 350 miljoen verslaafde
kettingrokers. Daarbij horen zelfs 60% van de dokters: zij volgen het voorbeeld van Mao en Deng (p.
225). China is de grootste consument en producent van sigaretten: 42% van de wereldproductie. De
staat vaart er wel bij en incasseert jaarlijks 80 miljard euro aan accijnzen.
Drugs vormen een minder opvallend, maar even erg probleem. Het aantal officiële gebruikers steeg
van 70.000 in 1999 naar 2,5 miljoen in 2017. En het reële aantal ligt helaas nog hoger. Wie betrapt
wordt, vliegt voor enkele jaren naar een gesloten ontwenningscentrum, een soort werkkamp!
De prestatiedrang ligt in Oost-Azië een stuk hoger dan hier. De stress bereikt zijn hoogtepunt bij het
gaokao, het centraal eindexamen: dat bepaalt welke 50.000 van de 9 miljoen scholieren (of 6 per
1.000) naar een topuniversiteit mogen. Die stress leidt tot veel zelfmoorden. Aan de universiteit
moeten ze een kamer van 3 op 5 m delen met 8 studenten. Ook voor een job daarna is er veel
concurrentie. En dan willen ze nog zo snel mogelijk een lief vinden. Met 52 jongens voor 48 meisjes is
dat een groot probleem. Blommaert zegt dat 20 miljoen jongens geen lief vinden; het cijfer 33
miljoen heb ik ook al gelezen. Op fysieke datingsites in parken en op pleintjes staan niet zijzelf, maar
hun ouders of grootouders, met een foto en infobord. De jongens moeten veel geld, een auto en een
flat bezitten om vlot een meisje te vinden.
De éénkindpolitiek was van toepassing van 1979 tot 2015. Sinds 2016 mogen ze een tweede kind
hebben, maar dat gebeurt enkel bij de welgestelden. En de geboortecijfers zijn dramatisch: 17,86
miljoen baby’s in 2016; 17,23 in 2017; 15,23 in 2018 of een daling met 2,6 miljoen in 2 jaar tijd (China
Daily Global Weekly, 04.02.2019)!
Dan volgen de spanningen met Japan over kleine eilandjes, de Diaoyu of Senkaku, maar die zijn wel
omgeven door veel olie, gas, vis en koopvaardijroutes. Het leidde wel tot provocaties, een boycot en
zelfs beschadiging van Japanse bedrijven. China claimt om dezelfde economische redenen nog meer
stukken van de Zuid-Chinese Zee in territoriale wateren van Vietnam, Filippijnen, Brunei, Maleisië,
Indonesië en Taiwan (p. 248). Besluiten van het Arbitragehof in Den Haag legt China naast zich neer,
het militariseert steeds meer stukken van die zee en bouwt er zijn leger verder uit. Het
defensiebudget bedraagt 175 à 200 miljard $, een pak minder dan de VSA (716 $), maar veel meer
dan de buurlanden. De toenemende economische superioriteit kan leiden tot het gevaarlijke ‘recht’
om baas te spelen (p. 255). Taiwan kan daar het eerste slachtoffer van worden. Sinds 1949 is het een
aparte staat, maar slechts enkel kleine landjes erkennen het. Sinds 2008 zijn er wel rechtstreekse
vluchten, maar de huidige democratische presidente Tsai Ing-wen wil de onafhankelijkheid
behouden en dat tolereert China niet. China beperkt zich ook niet meer tot Azië: Afrika is een
wingewest geworden, superioriteit in de ruimte is een volgend doel. En met soft power politiek wil
het overal sympathie winnen: tv-programma’s, panda’s, Olympische Spelen van 2008 en de
Winterspelen van 2022, Confucius-instituten, sponsoring van kunst en musea in Antwerpen, massale
uitwisseling van studenten: 600.000 Chinese studenten studeren in het buitenland, 500.000
buitenlandse in China (p. 267). Die soft power propaganda kost jaarlijks 10 miljard $ (p. 268).

4
Het boek eindigt met de bekende Nieuwe Zijderoute, een miljardenproject dat de Chinese havens
moet verbinden met die van de andere werelddelen om de handel te bevorderen. Een maxi-
Marshallplan, maar dan met leningen i.p.v. schenkingen. Het heet ook ‘One Belt, One Road’ of ‘Belt
and Road Initiative’: Belt is dan de gordel over land, Road de route over zee. China zorgt voor betere
wegen, spoorwegens, havens, luchthavens, pijpleidingen voor olie en gas, elektriciteitscentrales.
Afrika is voor China belangrijk om zijn olie, goud, kobalt, uranium, koper, platina. De andere
werelddelen hebben weer andere zaken te bieden.
Blommaert vertelt zijn ervaringen van 2015, toen hij de oude zijderoute per auto gedurende bijna
19.000 km verkende op de terugweg van Beijing naar België. Een ervaring en prestatie!
Op die oude route van Xi’an naar Rome verhandelde men tussen 200 v.C. en 1453 n.C. via
tussenpersonen behalve zijde ook parels, diamant, goud, zilver, specerijen, rabarber, medicijnen. En
via die route belandde het boeddhisme en de islam in China. Deze laatste ook dank zij de slag bij de
Talas (751 n.C.), waar Blommaert niets over zegt en waar de Arabieren met de hulp van de Tibetanen
de Chinezen versloegen en van hen allerlei uitvindingen overnamen.
De nieuwe route maakt sommige landen zoals Sri Lanka wel zeer afhankelijk van China, dat zowel
veel lof als kritiek krijgt. Kritiek is er ook op de bouw van vervuilende kolencentrales en op het feit
dat de Chinezen vooral eigen volk inzetten als arbeiders i.p.v. de lokale mensen.
In zijn nawoord zegt de schrijver ook dat China in tien jaar tijd al minstens 360 grote Europese
bedrijven heeft overgenomen, o.a. de haven Piraeus, Club Med, Pirelli, Volvo. Dit laatste kwam er
weer bovenop, net zoals bij ons Delvaux, dank zij China. En Volvo bleef Zweeds.
Hij stipt ook nog aan dat de vrouwenrechten er op achteruit gaan in China: van nr. 57 in 2008 naar
100 nu op 144 landen. Zij ontbreken totaal in de top van de partij. Niet bij de miljardairs: daar zijn ze
met 29% (nvja).
De literatuurlijst is heel degelijk, overwegend Engelstalig, terwijl we in het Nederlands al lang
uitstekende werken hebben: Jan van Oudheusden (geschiedenis), de kritische trilogie van Dikötter
over het Mao-tijdperk, Sven Agten over het leven in China nu, Ties Dams (biografie van Xi). Dit laatste
boek kon er moeilijk bij staan: het is pas uit.
Blommaert geeft wel een degelijk, evenwichtig en kritisch beeld van China, waarin bijna alle aspecten
aan bod komen. Hij heeft een vlotte schrijfstijl, duidelijke taal en een rijke woordenschat.
Enkele details: in het voorwoord bedankt hij de fotograaf, maar er staat geen enkele foto in het boek.
Een verklarend lijstje met begrippen zou nuttig zijn: nu moet je zelf onthouden wat de betekenis is
van minzhu, shuang gui, stille lieden, laojia, fa, feng shui, chiangxin, hukoun tubao, junket, sheng nu,
shenzou etc. Een kaartje met plaatsnamen zoals Bozhou en Khorgos zou niet overbodig zijn. Op p. 98
staat een drukfoutje(‘Oegjoeren’);idem op p. 242 (signaleren i.p.v. signalen). Hij gebruikt
systematisch de naam Peking i.p.v. Beijing, wat natuurlijk mag. Hij geeft de indruk dat Tibet en
Xinjiang in het verleden meestal of bijna altijd bij China hoorden, maar dat is genuanceerder: Tibet
(p. 93-94)was zelden Chinees, wel lange tijd Mongools en Xinjiang (p. 96) was enkel Chinees van 640
tot 751 en vanaf 1750. De maritieme zijderoute situeert hij één keer in de 6° eeuw (274) i.p.v. de
15°(zoals hij terecht zegt op p. 285) . En ze kwam nooit verder dan Mombasa in Kenia.
Samengevat: een goed en zeer leesbaar boek, voor een redelijke prijs.
Referentie:
Stefan Blommaert
De eeuw van Xi. Hoe China onze toekomst bepaalt.
Uitgeverij Polis, Kalmthout, januari 2019
304 p.; paperback; ISBN 978-94-6310-339-8
€ 22,50.
Bewijsnummer naar :
Uitgeverij Pelckmans
Brasschaatsteenweg 308
2920 Kalmthout
Email: toon.van.mierlo@polis.be

Please reload

Zoeken op tags
Please reload

Archief
Categorie
Please reload