Onderdrukt door de Verlosser

27/02/2019

Een zoektocht naar Stalins erfenis in het Rusland van nu
Hester den Boer
Dit aangrijpend boek gaat over de concentratie- en werkkampen in de ex-Sovjet-Unie. Volgens de
schrijfster begon Stalin hiermee (p.11), maar Courtois zegt in zijn ‘Lénine’ dat Trotski al op 4 juni 1918
het eerste kamp inrichtte, wat de schrijfster nadien (p. 32) ook toegeeft. Ongeveer 18 miljoen
mensen hebben in zo’n slavenkamp gezeten, van wie er ca. 4,5 miljoen ter plekke gestorven zijn.
Daarnaast zijn er miljoenen geëxecuteerd of omgekomen door hongersnoden of verbannen naar
onbewoonde gebieden waar ze zichzelf moesten redden.
De schrijfster wou uitzoeken in hoeverre Stalin nog leeft in de hoofden en harten van de Russen en
dat is dus meer dan ze dacht. Ze baseert haar onderzoek op tientallen memoires en dagboeken van
ex-gevangenen, gesprekken met directeurs van musea en gedenkplekken, archieven van Memorial,
de honderden massagraven die tijdens Gorbatsjov gevonden werden en die zij bezocht heeft.
Een opmerkelijk verschil tussen Duitsland, dat zijn denazificatie snel doorgevoerd heeft en de SU is
wel dat hier geen onderzoek kwam naar de daders, dat niemand bestraft werd en dat de SU noch
Rusland zich verontschuldigd hebben bij de Balten, Oekraïners en andere volkeren die door Stalin
mishandeld zijn. De Chinese Communistische Partij zal zich ook niet snel verontschuldigen voor de
meer dan 45 miljoen doden van Mao.
De onthullingen krenken de trots van de Russen, die zo al genoeg treuren over het uiteenvallen van
de SU. En in de jaren 90 hadden ze nog andere zorgen: hyperinflatie, werkloosheid, lege winkels,
maffia, … Memorial (NGO die het verleden onderzoekt) krijgt steeds meer tegenwerking in zijn
zoektocht naar het verleden, vooral sinds 2012 en heeft de stigmatiserende stempel ‘buitenlands
agent’ gekregen. En tijdens de SU was contact met een buitenlander een misdaad (p. 79).
De schrijfster bezocht dus goelagkampen en andere ballingsoorden. In hoofdstuk I begint ze met
Kolpasjevo, ten noorden van Tomsk, waar in 1979 een groot massagraf werd gevonden, waarover
niemand durfde en durft te praten. De vele duizenden doden waren aristocraten, ‘bourgeois’,
koelakken, met heel hun gezin, ook hun kinderen. De meeste huidige bewoners stammen af van
koelakken of andere ‘volksvijanden’. De meesten willen niet dat buitenlanders publiceren dat Russen
door hun eigen mensen gefolterd en gedood werden.
Het volgende kampgebied (Hoofdstuk II-III) is Karelië en Solovjetski. Dit laatste ligt op een eiland in
de Witte Zee, nabij de poolcirkel. In 1923, dus tijdens Lenin, bouwden de bolsjewieken hier een
strafkamp. In het oude klooster (1436) en in het kerkje werden de gevangenen opgesloten en zwaar
gemarteld. Pas in 1990 werd het weer een klooster.
Hier zegt de schrijfster dat Lenin de bevolking al opriep om ‘bourgeois’ te bestelen, te martelen,
levend te verbranden en dat hij door Dzerzjinski kampen liet inrichten om hen op te sluiten. Eind
1919 waren er al 21 kampen van de Tsjeka, 10 jaar later 107 (p. 34). Ze beschrijft dan de wreedheden
die in Solovjetski plaatsvonden tegen aristocraten, rijken, geestelijken, intellectuelen (p. 37, 45).
In 1929 werkten er 128.000 dwangarbeiders op dat eiland en op het Karelische vasteland, van wie er
18.000 stierven in 1 jaar tijd. De economische efficiëntie van de kampen was beperkt: ze bleven
afhankelijk van staatssubsidies. Dwangarbeid is maar half zo productief als vrije arbeid en de
kwaliteit ligt laag. 170.000 dwangarbeiders realiseerden met de hand grote bouwprojecten zoals het
Witte Zeekanaal tussen die zee en de Finse golf, 200 km door graniet en rotsen, met grote
hoogteverschillen, waarbij 25.000 à 100.000 mannen en vrouwen sneuvelden. Nu is het niet meer
geschikt voor vrachtschepen, enkel nog voor toeristenbootjes.
Joeri Dimitriev, de plaatselijke onderzoeker van de massagraven, is in 2016 opgepakt om hem te
doen zwijgen. En de overheid vertelt nu dat die doden Sovjetsoldaten zijn die door het Finse leger in
1940 zijn doodgeschoten.
In 1929 zorgde Stalin voor het ‘Grote keerpunt’: de snelle industrialisatie en collectivisatie, waarbij
massa’s ‘saboteurs’ en miljoenen koelakken geëxecuteerd of verbannen werden. In 1930 waren ze

2
met 180.000, o.a. 30.000 kinderen en bejaarden en bouwden ze steden zoals Magadan, Norilsk,
Vorkoeta, Magnitogorsk.
Hoofdstuk IV gaat over de geheime dienst, nu FSB, die in de jaren 1937-1938 ruim 1,6 miljoen
mensen oppakte, folterde en 700.000 van hen executeerde. Den Boer geeft als eerste verklaring
voor de zuiveringen de oorlogsdreiging. Ik denk dat het eerder de ziekelijke machtswellust en de
paranoia van Stalin waren, die in velen een samenzweerder zag. Zelfs Zinovjev en Kamenev, twee
bolsjewieken van het eerste uur, en één derde van de nomenclatura in het Huis van de Regering,
werden na maandenlange martelingen en een showproces geëxecuteerd. Boecharin en Jegoda
volgden in 1938. Per regio werden lijsten met quota aangelegd: zoveel moesten er gedood worden,
zoveel verbannen. Meestal werden die quota ruim overschreden. Stalin tekende persoonlijk
duizenden doodsvonnissen en vroeg soms om wreder te martelen. Van de top 767 van het Rode
Leger werden er 412 geëxecuteerd of 53,7%! De vrouwen kregen 5 à 8 jaar goelag, de kinderen
moesten naar een weeshuis. De koelakken werden dubbel gestraft: eerst in 1929/30 met 8 jaar en na
hun vrijlating opnieuw, als ze dan nog leefden. Ook buitenlanders en minderheden werden
gedeporteerd of geëxecuteerd. Er kwam geen rechter of advocaat bij te pas. De grootste
executieplek was Boetovo, bij Moskou: er liggen minstens 20.662 doden, tussen de datsja’s.
Projectontwikkelaars willen daar nu luxe villa’s bouwen boven op het massagraf (p. 75)! Een groot
deel van de bevolking geloofde en gelooft dat de gearresteerden echte verraders waren. Dat was een
gevolg van indoctrinatie en de Stalin-cultus: hij was de grote verlosser, de vader, de leraar, de vriend.
Ook nu gelooft nog 38% van de Russen dat Stalin de grootste held aller tijden was. En 43% denkt dat
zijn repressie nodig was om de orde te handhaven. De groeiende repressie sinds 2012/2013
(herverkiezing Poetin en betogingen in Kiev) en de economische achteruitgang zorgen ervoor dat
vele Russen emigreren: van 36.774 in 2011 naar 350.000 in 2015 (p. 82)! Deze cijfers liggen wel veel
hoger dan die van Rostatt (12.400 in 2017) en dan die van Eurostat (72.300 in 2017), aldus ‘Raam op
Rusland’, 21.01.2019).
De moord op Nemtsov in 2015 toonde aan dat oppositie voeren tot de dood kan leiden. Het kritische
Teatr.doc kreeg de ‘goede raad’ minder kritisch te zijn, maar mag doorgaan omdat het weinig publiek
trekt. Maar in 2016 werd een kritische tentoonstelling over de gruwelijke oorlog in Oekraïne
onmogelijk gemaakt: de nationale tv hitste de mensen op en de galeriehouder werd op tv door
gecamoufleerde mannen bedreigd.
In hoofdstuk V trekt de schrijfster naar Kolyma, het meest beruchte complex van 80 kampen in het
verre noordoosten, met temperaturen tot -60° en een permanent bevroren bodem. Er was te weinig
eten, werkdagen van 14 à 16 uur zonder pauze, geen aangepaste kleding, de voeten en handen
vroren af, het sterftecijfer lag dus heel hoog. Ook nu is er nog geen weg naar Kolyma: de gevangenen
gingen per trein tot Vladivostok, dan per boot tot Magadan, dan de resterende 800 km te voet. Bij
de slachtoffers waren zeer veel Oekraïners, die na de oorlog als ‘anti-Russische nationalisten’
opgepakt, gemarteld, geëxecuteerd of naar Kolyma verbannen werden voor dwangarbeid in de
mijnen. Bij het nieuws van Stalins dood werd ook in Kolyma gehuild door onschuldige mensen. Velen
dachten dat Stalin niet op de hoogte was van de goelag (p. 111)! En ook nu denken velen dat
Solzjenitsyn en Ginzburg enkel leugens schreven over de kampen. Ook de huidige gidsen ginds
verdedigen Stalin.
In hoofdstuk VI geeft de schrijfster nog wat cijfers: in de goelag zaten 18 miljoen mensen. Met de
krijgsgevangenen en de ‘speciale ballingen’ (p. 122, ze legt niet uit wie dat waren) erbij zijn het er 28
miljoen. Op 37 miljoen gezinnen is dat bijna 1 per gezin. Van die 28 miljoen is 10% gestorven plus
velen kort na hun vrijlating door ziekte en uitputting. Bovendien werden er 800.000 meteen
geëxecuteerd tussen 1934 en 1953. In totaal zijn tijdens Stalin 10 à 12 miljoen mensen omgekomen
door staatsgeweld (p. 123), aldus ook Applebaum in haar ‘Goelag’ (p. 497). Na die onthullingen liet
Poetin de toegang tot de archieven weer moeilijker maken. En de FSB heeft de geheimhouding van
vele documenten uit 1917-1991 met 30 jaar verlengd.
De kerk dan. 65% van de Russen zijn orthodox, de kerken zitten vol. Poetin en patriarch Kirill
benadrukken dat Stalin de oorlog heeft gewonnen en veel goeds heeft gedaan. De kerk doet wel veel
voor de herdenking van de slachtoffers, onder wie vele priesters en gelovigen. Stalin reduceerde het

3
aantal kerken van 50.000 in 1917 naar 500 in 1941. Maar de kerk benadrukt dat berouw en
verzoening belangrijker zijn dan schuldigen aan te wijzen. Ze ontwijkt de schuldvraag en zwijgt over
de vele daders: Stalin, de geheime dienst, de vele verklikkers, bewakers, folteraars.
Erger nog: de schrijfster zag in enkele kerken iconen met het beeld van Stalin erop !
In 2017 onthulden Poetin en Kirill samen ‘De Muur van Verdriet’, een groot monument voor de
slachtoffers van de repressie, als teken van … vergiffenis. Stalin werd niet genoemd. En in 2018 kreeg
het Goelagmuseum in Moskou een nieuw gebouw. Het toont de terreur en de slachtoffers, maar
doet alsof er na 1953 geen repressie meer was.
Hoofdstuk VII gaat over de betekenis van WO II voor de Russen nu. 25 miljoen Sovjetburgers
sneuvelden, van wie 10 miljoen als soldaat en 15 miljoen als burger. 9 mei, hun V-dag, is de
belangrijkste feestdag. Pas tijdens Gorbatsjov en Jeltsin raakten deze cijfers bekend in Rusland en pas
toen kwam er ook kritiek op de blunders van Stalin tijdens de oorlog. Poetin smoorde deze kritiek,
benadrukte weer de patriottische en heroïsche versie van de oorlog en herhaalde (terecht) dat het
Westen de grenzen van de EU en van de NAVO opgeschoven heeft naar Rusland, wat bij vele Russen
tot frustraties heeft geleid, samen met de bombardementen op hun bondgenoot Servië in 1995.
Nu willen ze niet meer bij het Westen horen, ze ergeren zich als westerse landen hun een reisvisum
weigeren en zoeken ze hun eigen identiteit bij Stalin. Ze kopen wel Duitse auto’s en kijken naar
Amerikaanse films. Democratie associëren ze met Jeltsin, die in Washington dronken op tv
verscheen met Clinton en die een inflatie veroorzaakte van 2.000% en het verlies van hun spaargeld.
De meeste Russen beschouwen 1941 nog altijd als het begin van de oorlog en vergeten de
veroveringen en de collaboratie van Stalin in 1939-1941. Een boek van Antony Beevor over de
verkrachting van Duitse vrouwen door Russische soldaten in 1944-45 werd uit de bibliotheken
gehaald.
In hoofdstuk VIII lezen we dat in 2015 het laatste onafhankelijk tv-station gesloten werd op vraag van
de FSB en dat onafhankelijke kranten zoals de Novaja Gazeta het moeilijk hebben. Wie voor een
buitenlandse zender durft te werken, wordt met foto in de krant een spion genoemd.
Hoofdstuk IX gaat over de Wolga-Duitsers. Zij waren vanaf 1762 (Catharina de Grote) naar de Wolga
gelokt om het gebied te ontwikkelen. Maar in augustus 1941 werden ze door Stalin allemaal
beschuldigd van spionage en met 1,2 miljoen gedeporteerd naar werkkampen rondom Krasnojarsk.
40% stierf tijdens de uitputtende treinreis van twee maanden of in Krasnojarsk, waar ze in de winter
op straat moesten leven en doodvroren. Pas in 1972 mochten ze terugkeren naar de Wolga en in de
jaren 90 naar Duitsland, maar velen bleven in de regio Krasnojarsk, want aan de Wolga waren al hun
huizen ingenomen door Russen. Ze zijn daar nu met 23.000.
Hoofdstuk X gaat over de speech van Chroesjtsjov in 1956. Hij liet de standbeelden van Stalin
verwijderen, 617.000 gevangenen rehabiliteren en een aantal kampen sluiten. Maar toen
Solzjenitsyn zijn boek over het lijden van onschuldige mensen in de kampen publiceerde, gingen de
tegenstanders in de aanval en in 1964 werd Chroesjtsjov afgezet (vooral om andere redenen,
n.v.d.r.). Brezjnev stopte met de rehabilitatie van slachtoffers: tussen 1964 en 1987 werden er
slechts 24 in ere hersteld, 1 per jaar dus. Rond 1975 waren er nog 1 miljoen gevangenen, van wie
10.000 politieke: dissidenten, intellectuelen, samizdat-schrijvers, kunstenaars. Pas in 1987 zorgde
Gorbatsjov voor kritiek op de Stalin-terreur en kwamen velen vrij en werden ze gerehabiliteerd. In
1991 pleegden zijn tegenstanders een staatsgreep, maar Jeltsin hield hen tegen en zorgde voor de
verdere rehabilitatie. Toch beweert de gids van een kamp bij Perm nu nog steeds dat al die politieke
gevangenen terroristen en spionnen waren en het niet slecht hadden (p. 225).
Het laatste hoofdstuk gaat over de regio Vorkoeta, een noordelijke mijnstad die ontstaan is als
goelagkamp, waar nu nog nomadische volkeren rondtrekken met hun rendierkuddes op zoek naar
gras. Tijdens Stalin moesten ze hun kuddes afstaan en op de sovchozen en kolchozen werken. Ze
leven gescheiden van de Russen die er veel later zijn komen wonen. De geweien van de dieren
worden er afgezaagd en verkocht aan China om er medicijnen van te maken (p. 247).
In haar nawoord concludeert Den Boer dat vele Russen weinig weten over het Stalinistisch verleden,
zelfs niet dat hun ouders in een kamp zaten en dat zij daar geboren zijn. Erger is nog dat velen om

4
patriottische redenen de misdaden van Stalin ontkennen, weinig belang hechten aan vrijheid en aan
de zoektocht naar het verleden. Overal wordt Memorial tegengewerkt en de archieven zijn moeilijker
toegankelijk dan in de jaren 1987-2012. Alle scholen hebben hetzelfde handboek. Daarin staat dat
Stalin een goede manager was, het land groot gemaakt heeft en dat de slachtoffers noodzakelijk
waren om de oorlog te kunnen winnen (62).
De vergelijking gaat niet op, maar in Vlaanderen zijn al wel honderd boeken verschenen over de
collaboratie, in Wallonië twee: dat van Flore Plisnier in 2007 en van Eddy De Bruyne in 2016. Daar
denken de meesten dat de collaboratie een Vlaamse zaak was.
Dit boek is zeer de moeite waard om te lezen. Het toont vooral aan hoe moeilijk de Russen kunnen
afrekenen met hun misdadig verleden. Er is een collectief trauma: ze herdenken de slachtoffers,
maar geen enkele dader is gestraft en Stalin blijft de grote held. En de overwinning in WO II lijkt wel
het enige element dat de Russen samenhoudt en dient om de echte problemen weg te moffelen: de
economische problemen, de grote kloof tussen de miljardairs en de 19 miljoen armen, het gebrek
aan persvrijheid en de zwakke rechtsstaat. Hopelijk komt er ook een vertaling in het Russisch. Maar
misschien durft of wil geen enkele Russische uitgeverij die op de markt brengen.
Een paar details. Bij de verovering van Polen in 1939 werden volgens de schrijfster 428.000 Polen
gedeporteerd. Volgens de Poolse historica Beata de Robien-Nowak waren dat er 1,8 miljoen, vooral
uit de bovenlaag. Het kaartje vooraan mist enkele plaatsnamen: Jakoetsk (p. 115), Steplag en Vjatlag
(p.209) , Komi (p. 232+242). In de bibliografie (p. 269-271) staat vaak de Engelse versie, ook als er
een Nederlandse beschikbaar is. Op p. 41-42 spreekt ze over een boek van Joeri Brodski, die vele
oud-gevangenen interviewde, maar ze vermeldt dat boek niet in haar noten noch in haar bibliografie.
Wellicht bedoelt ze: ‘Solovki. Dvatsat let osobjennovo naznatsjenija’ of ‘Solovki. 20 jaar kampleven’
uit 2008. Er staat één drukfoutje in: neergelsagen (p. 90). Soms duikt er een woord op dat niet
uitgelegd wordt: werkkolonies (p. 95), speciale ballingen (p. 122). Soms spreekt de schrijfster zich
tegen: eerst zegt ze dat Stalin de eerste kampen inrichtte, daarna dat er al een hoop waren tijdens
Lenin. Op p. 100 zegt ze dat nergens een gedenkteken herinnert aan een kamp, op p. 108 spreekt ze
over een 15 m hoog monument uit 1996. Oleg Chlevnjoek noemt ze een Rus (p. 67), maar eigenlijk is
hij een Oekraïner.
Maar deze details doen niet af aan de grote waarde van het boek.
Referentie:
Hester den Boer
Onderdrukt door de Verlosser
Een zoektocht naar Stalins erfenis in het Rusland van nu
Uitgeverij Atlas Contact, A’dam/Antwerpen, januari 2019
271 p., paperback, 21 x 13 cm, kaart, foto’s, noten, bibliografie.
ISBN 978-90-450-3345-7
€ 22
Bewijsnummer naar :
Uitgeverij VBK
t.a.v. Catherine Doolaege
Katwilgweg 2
2050 Antwerpen
Email: cdoolaege@vbku.be
© Jef Abbeel februari 2019 www.jefabbeel.be

Tags:

Please reload

Zoeken op tags
Please reload

Archief
Categorie
Please reload