Fabels over China Hardnekkige westerse misvattingen over de nieuwe wereldmacht

13/01/2020


Jan van der Putten


Over China bestaan al decennia misvattingen. Niet zozeer door de schuld van de Chinezen, maar wel
omdat westerlingen zichzelf van alles wijsmaakten. Zo beweerde China-fanaat Joseph Needham
(1900-1995) dat de Chinese Muur van op Mars te zien is, terwijl er nog niemand op Mars geweest
was en is en ze niet eens van op de maan zichtbaar is. In de jaren ’60-’70 leerden we dat tijdens Mao
iedere Chinees genoeg te eten had, terwijl er minstens 45 miljoen Chinezen stierven door de
hongersnood en dat de Culturele Revolutie navolging verdiende, terwijl het één grote catastrofe was.
Gavin Menzies schreef in 2002 dat Zheng He alle werelddelen ontdekte, terwijl hij niet verder kwam
dan Mombasa in Kenia en in 2008 dat de Chinezen de Italiaanse Renaissance deden ontstaan, wat
nog onzinniger is. Zijn boeken brachten hem wel miljoenen op. Deze fabels vond ik niet terug in het
boek van Jan van der Putten.
De auteur had Peking als standplaats van 1998 tot 2003. Sindsdien werkt hij als China-expert. Hij
schreef meer dan tien boeken over dat land en heeft er een eigen website over. Vanaf de inleiding
schudt hij de lezer wakker. De grootste westerse misvatting is dat, na de val van de Muur en van de
SU, heel de wereld en ook China democratisch en vrij zouden worden en de westerse waarden
zouden overnemen. De Chinese overheid houdt volgens de auteur van geheimhouding, leugens,
censuur, propaganda en een andere invulling van begrippen zoals democratie, mensenrechten,
vrijheid, vakbonden (p. 11-12).
In hoofdstuk 1 geeft hij een spoedcursus aan zakenmensen die in groten getale naar ginds trekken:
wat ze moeten vragen en zeggen, geven en niet geven aan hun Chinese partners. Hier lezen we veel
over de Chinese gewoontes en opvattingen. In 2013 heeft Xi een lijst opgesteld van ‘zeven verboden
westerse waarden’, o.a. democratie, verkiezingen, mensenrechten, onafhankelijke rechters,
onafhankelijke pers, kritiek op economische hervormingen en op de partij (p. 31). De auteur geeft
dan een kort overzicht van de Chinese geschiedenis en van de relaties met het buitenland. Bij de
Europeanen in China (p. 33-34) gaat hij voorbij aan Willem van Rubroek (13 de eeuw) en de Belgen (19-
20 ste eeuw): hij kon niet iedereen vermelden.
Hoofdstuk 2 heet ‘democratiserings-euforie’. Toen Deng in 1978 met zijn hervormingen begon,
hoorde democratisering daar uitdrukkelijk niet bij. In 1989 was er toch een poging, maar die werd in
de nacht van 3 op 4 juni bloedig onderdrukt. Het aantal doden lag tussen het officiële cijfer (242) en
10.000. Wellicht waren het er 2.600: dat was het eerste cijfer van het Chinese Rode Kruis (p. 54).
Premier Li Peng en militair leider Deng waren de verantwoordelijken. Niemand werd gestraft voor de
moordpartij. President Bush liet zelfs aan Deng weten dat het neerslaan een binnenlandse
aangelegenheid was! In het Chinese patriottische onderwijs wordt er niet over gesproken.
Tijdens Jiang Zemin kwam er iets meer tolerantie, ook voor de godsdiensten. Chinezen mochten
eigenaar worden van hun huis, maar de grond bleef van de staat. In 2001 werd China toegelaten tot
de Wereldhandelsorganisatie, met speciale voorrechten. Bush en het Westen dachten dat het nu ook
zou democratiseren. Niet dus. In 2008 toonde China zich voor het eerst een wereldmacht met zijn
succesvolle Olympische Spelen, waar het de meeste medailles behaalde.
Ook hoofdstuk 3 gaat over de westerse fantasie dat een kapitalistisch China onvermijdelijk ook
democratisch zou worden, zoals zijn voorbeelden Zuid-Korea en Japan. Ook ‘The coming collapse of
China’ (2001), een voorspelling die al van de jaren ’90 dateert, is in 2019 nog altijd niet uitgekomen.
De partij heeft sinds 1989 elke poging tot oppositie in de kiem gesmoord, o.a. Charter ’08 in 2008 van
Liu Xiaobo e.a. Enkel in Hongkong wacht ze nog even af.
De Chinezen hebben ook geen enkele ervaring met democratie: de schuchtere pogingen van Sun Yat-
sen e.a. (1913) mislukten compleet. Hun ‘democratisch centralisme’ en ‘controlocratie’ geven

2
absolute macht aan Xi, leider voor het leven, met wie niet gespot mag worden. Premier Li Keqiang is
gedegradeerd tot zijn boodschappenjongen (p. 98-99).
Bij zijn campagne tegen corruptie heeft Xi een miljoen partijbazen en baasjes in de gevangenis gezet
en honderden hebben snel zelfmoord gepleegd (p. 100-101). De echte top wordt wel met rust
gelaten. De politieke controle over alles en de propaganda gaan verder dan ooit, ook via het internet.
Kunstenaars moeten weer politieke propagandisten worden, leger en politie staan in dienst van de
partij (p. 111-114). Conclusie: het China van Xi is dus geen liberale democratie, maar een totalitaire
politiestaat.
Doordat de partij een carrièremachine is geworden, waar ook vele miljonairs en miljardairs lid van
zijn, zoeken velen naar zingeving in de godsdiensten. Schattingen over het aantal protestanten gaan
tot 115 miljoen (p. 91), wat mij overdreven lijkt. Het atheïstische China zou in 2030 de grootste
christelijke natie ter wereld kunnen zijn. De partij doet alles om dat te voorkomen: afbraak van
kerken, verwijdering van kruisen, vervanging van het portret van Jezus Christus door dat van Xi
(p.91).
De klassenstrijd van Mao heeft ze wel vervangen door de harmonieuze, verticaal georganiseerde
samenleving van Confucius (p. 93). De partij organiseert nu zelfs boeddhistische wereldcongressen,
weliswaar zonder de Tibetaanse versie. En de zelfrijdende 5G-auto heet ‘De Goddelijke Wagen’.
In hoofdstuk 4 toont de auteur aan dat ook een dictatoriaal regime voor groei en koopkracht kan
zorgen, wat sommige westerse denkers blijkbaar ontkennen. Het Chinese recht bezorgt de vorst een
onbeperkte macht en het is dus niet vergelijkbaar met het westerse. Mensenrechten-advocaten en
andere activisten worden ontvoerd of gevangengezet. De partij staat boven de wet en dicteert de
rechters wat ze moeten beslissen. Sinds 1982 heeft China wel een grondwet, met schijnbaar dezelfde
garanties als de westerse. Er is zelfs een ‘Dag van de Grondwet’ en een ‘Weekend van de Grondwet’,
maar in de praktijk beslist de partij alles en verkiest men de ‘Aziatische waarden’ (sociale harmonie,
discipline, streng onderwijs, hard werken) boven individuele mensenrechten (p. 143-145).
Hoofdstuk 5 bespreekt de controle van de overheid over haar bevolking. Die controle is even oud als
China zelf, maar nu is ze geperfectioneerd: nu zijn er 570 miljoen camera’s, in 2022 zullen er 2,8
miljard zijn of 2 per inwoner. De meeste Chinezen vinden dat normaal. China is nu wereldleider op
het gebied van kunstmatige intelligentie, gezichts-, spraak- en irisherkenning.
De overheid bezondigt zich ook mateloos aan geschiedenisvervalsing en censuur, ook op het
internet, dat China bereikte in 1994 en sinds 1996 sterk gecontroleerd wordt, met strenge straffen
voor ‘verspreiders van valse geruchten’. Met Amerikaanse hulp werd de ‘Great Firewall’ opgetrokken
en geperfectioneerd tot beste blokkermachine ter wereld (p. 166). Meldingen over rampen worden
tegengehouden, ook op hun Weibo (Twitter) en hun WeChat (WhatsApp, met 1,1 miljard gebruikers).
China staat 177 ste van 180 landen op de persvrijheids-index.
Ook in de rest van de wereld heeft China steeds meer invloed op de berichtgeving: het geeft
miljarden uit om overal goed over te komen, het zendt uit in 140 landen, in 65 talen en betaalt
buitenlandse journalisten voor positieve artikels en richt Confucius-instituten op voor propaganda (p.
175-176). Xi wil dat China de nieuwe internet-wereldmacht wordt. Het heeft al firewalls geleverd aan
54 landen, o.a. aan Rusland. Na de Nieuwe Zijderoute volgt de Digitale Zijderoute. Het wereldwijd
web zal in 2025 niet meer bestaan: het zal dan opgesplitst zijn in een Chinees en een Amerikaans
blok.
Hoofdstuk 6 gaat over de ‘socialistische markteconomie’, die noch socialistisch noch markt is. Het
economisch succes leidde niet tot het einde van het communisme, want China beschermt zijn
staatsbedrijven met 22 miljard $ per jaar (p. 185). Het leidde evenmin tot een kritische middenklasse.
De snelle groei heeft ook neveneffecten, o.a. belastingontduiking door de superrijken. De economie
wordt bedreigd door de zware schuldenlast en de snelle vergrijzing , die een gevolg is van de
éénkindpolitiek van 1979 tot 2015. Deze leidde ook tot massale abortus van meisjes en de hopeloze
zoektocht van 30 à 40 miljoen jonge mannen naar een vrouw. Criminele handelaars ontvoeren
duizenden meisjes ut de buurlanden Myanmar, Noord-Korea, Vietnam. Maar ook na de afschaffing

3
willen de meeste vrouwen hooguit één kind: oppas, kinderdagverblijf, opvoeding en onderwijs
kosten te veel. En ze willen ook nog wat luxe.
Met ‘Made in China 2025’ wil het land wereldleider worden op alle technische gebieden. Trump
probeert dat met alle middelen te verhinderen, onder meer met zijn offensief tegen ZTE en Huawei.
Hoofdstuk 7 gaat over de atoombom en de huidige angst voor de militaire expansie van China en de
herleefde geest van communistenjager McCarthy. De 400.000 Chinese studenten in Amerika (cijfer
van 2018) en ook de Chinese wetenschappers worden er gewantrouwd (p.208). Detail: op de
volgende pagina zijn dat er nog 340.000, het aantal in 2019, wat nog zeer veel is.
Xi beweert dat China geen oorlog wil en dat het altijd pacifistisch is geweest, maar dat klopt niet: de
staat Qin veroverde rond 220 v.C. de zes omliggende staten en veel later heeft China ook Xinjiang en
Tibet aangehecht. In de 18 de eeuw, tijdens de Qing, werd China dubbel zo groot als in de 16 de eeuw,
tijdens de Ming. En nu aast China op Taiwan, op eilandjes in de Oost-Chinese Zee en op bijna de hele
Zuid-Chinese Zee, waar het in 1974 de Paracel-eilanden veroverde op Vietnam. Admiraal Zheng He,
die tussen 1405 en 1433 zeven grote zeereizen maakte, had niet voor niets 28.000 militairen aan
boord om de andere vorsten tot onderdanigheid te dwingen. China is rijk aan mythen, o.a. dat hun
geschiedenis 5.000 jaar oud zou zijn i.p.v. 3.300 en dat de ‘Gele Keizer’ tussen 2698 en 2598
gedurende 100 jaar regeerde en de voorloper is van de huidige Xi.
Van der Putten beweert dat China desnoods geweld zal gebruiken om de volgende gebieden te
‘heroveren’: Taiwan (dat heeft Xi ook bevestigd), de Zuid-Chinese Zee, de Senkaku-eilanden in de
Oost-Chinese Zee en gebieden in de Himalaya die India ook opeist.
De VSA willen de Chinese expansie op al die fronten terugdringen. In de Grote Oceaan heeft Amerika
al een muur van militaire bases en oorlogsschepen. De Chinese kust is 18.000 km lang en telt 7 van
de 10 grootste havens ter wereld en meer dan 50% van het BBP komt uit die kustprovincies. China
wil zijn zeeroutes dus beschermen en een botsing met de VSA is niet uitgesloten. De
defensiebegroting groeide van 10 miljard $ in 1990 naar 175 miljard in 2018, los van de ca. 75 miljard
geheime uitgaven voor nieuwe wapens. De VSA geeft met 650 miljard nog veel meer uit (p. 225). Een
Chinese raket kan op een half uur in New York zijn, een Amerikaanse vanuit Guam op een kwartier in
de Chinese raketbasis Delingha in Tibet. In een hightech-oorlog staat China dan weer verder dan de
VSA (p. 226).
In hoofdstuk 8 staat de Amerikaanse klacht dat de Chinezen ondankbaar zijn: ze zijn rijk geworden
dankzij Amerika, maar nu bedreigen zij de Amerikaanse superioriteit. De handels- en technologie-
oorlog doet nog meer pijn aan de Amerikaanse consumenten en exporteurs dan aan de Chinezen, die
wel voor 300 miljard $ per jaar afhankelijk zijn van import van Amerikaanse chips.
De Zuid-Chinese Zee wordt door China opgeëist voor olie, gas, vis en handelsroutes, maar ook
Vietnam, Maleisië, Brunei, de Filipijnen en Taiwan hebben aanspraken, terwijl de VSA beweren dat
China de vrijheid van scheepvaart bedreigt: daar kan dus nog een conflict van komen.
Op Taiwan is nu nog maar 3% van de 23 miljoen inwoners voor hereniging met China. 1.600 Chinese
raketten staan op Taiwan en China koopt de ene na de andere bondgenoot van Taiwan weg, maar
gelukkig heeft het Amerika nog altijd als beschermheer (p. 244-246).
Met Hongkong heeft China nog meer problemen: de inwoners protesteerden al in 2003, 2012, 2014
en nu in 2019 soms met 2 miljoen of een kwart van de bevolking. De Chinese media verzwijgen de
eisen van de betogers en tonen enkel het geweld dat volgens hen aangemoedigd wordt door de VSA
en Groot-Brittannië, hoewel die twee zich er buiten houden ( p. 251).
De etnische zuivering in Xinjiang wordt in de meeste moslimlanden doodgezwegen en zelfs
goedgekeurd als strijd tegen het terrorisme.
Noord-Korea heeft maar één bondgenoot, namelijk China, waarvan het economisch zeer afhankelijk
is, maar ze zijn geen vrienden. Trump was de eerste Amerikaanse president die Noord-Korea bezocht
(net over de bestandslijn). Xi volgde hem in 2019. Amerika eist dat Noord-Korea al zijn nucleaire,
chemische en biologische wapens inlevert. Noord-Korea eist dat Amerika zijn 28.000 militairen
terugtrekt uit Zuid-Korea.

4
Japan is de grootste vijand voor de meeste Chinezen. Het vernederde China van 1895 tot 1945,
richtte massale slachtingen aan, deed medische proeven op gevangenen en misbruikte Chinese
troostmeisjes voor seksuele uitbuiting. Nu zijn het economische concurrenten.
India en China hebben ruzie over negen grensgebieden in de Himalaya en India is boos om China’s
banden met Pakistan en om de Economische Corridor China-Pakistan door Pakistaans Kasjmir, dat
door India wordt opgeëist. Kortom: in Azië zijn genoeg conflicthaarden.
Het laatste hoofdstuk heet ‘De Chinese wereldorde’. Met zijn afkeer van de VN en van andere
internationale organisaties heeft Trump aan Xi de kans gegeven zich op te werpen als de nieuwe
leider van de wereldorde, maar dan met Chinese kenmerken en met Chinezen aan de top van
internationale organisaties, desnoods met grove omkoping (p. 269). Xi heeft overal bondgenoten, in
Europa zelfs 17. Samen met Poetin wil hij de Amerikaanse hegemonie doorbreken. Poetin wil sterker
staan tegenover de westerse sancties, Xi tegenover de aanvallen van Trump.
China heeft via de Shanghai Cooperation Organization goede banden met Aziatische landen, via de
BRICS met Brazilië en Zuid-Afrika, het is zeer actief aanwezig in vele Afrikaanse landen en via de AIIB
(Asian Infrastructure Investment Bank) heeft het banden met 100 landen waaronder ook Groot-
Brittannië. En bij de Nieuwe Zijderoute zijn nu al 65 landen aangesloten die afhankelijk kunnen
worden van China.
De EU-economie is met 21% van de mondiale nog 6% sterker dan de Chinese, maar de EU is verdeeld
en China is één hecht blok.
Het boek is vooral een kritische analyse van de politieke, militaire en economische macht van China
en van de westerse meningen daarover. Het aantal ‘fabels’ valt nogal mee. Het boek eindigt met
noten, literatuur en een register. In de uitvoerige en degelijke bibliografie zitten ook nieuwsbrieven
en de boeken die in het Nederlands bestaan, worden ook in het Nederlands geciteerd. Het register
bevat helaas enkel eigennamen. Dat is jammer, want begrippen zoals Culturele Revolutie, Document
nr. 9, Made in China 2025, Oeigoeren, sociaalkredietsysteem, verboden westerse waarden zijn
minstens even belangrijk.
Ik vond maar één drukfoutje: keizerin Chinese ogen (p. 214) moet zijn: keizer in Chinese ogen.
Jan van der Putten schrijft pittig en zeer kritisch. Hij kent China door en door en houdt nergens een
blad voor de mond. Zijn boek zal zeker niet in China verschijnen en ik betwijfel of hij daar nog een
visum zal krijgen. Hij is enorm belezen en goed op hoogte van de andere boeken, tijdschriften en
nieuwsbrieven over China.
Hij toont overvloedig aan dat China geen liberale democratie is en ook nooit zal worden en dat hun
opvatting van ‘volksdemocratie’ van een andere orde is dan onze ideeën over democratie. Maar
geregeld valt hij in herhaling door er in verschillende hoofdstukken (1,2,3 en 4) op terug te komen.
Ook andere thema’s zoals het militaire gevaar komen in meerdere hoofdstukken terug, o.a. in 7 en 8.
Hij had beter elk hoofdstuk beperkt tot één thema.
Ik twijfel er wel aan of China tot 1850 economisch de machtigste staat ter wereld was (p. 8-9). Dat
wordt door velen beweerd, maar West-Europa heeft veel meer mooie monumenten en tekenen van
rijkdom uit het verleden dan China. Misschien is ook dat een fabel.
Voor de rest is dit boek een noodzaak voor al wie China met kritische blik wil volgen.
ISBN 9789044541809 / Paperback / 318 pagina’s / 21 x 13 cm / € 19,50
Uitgeverij De Geus, A’dam / L&M, Antwerpen, september 2019
© Jef Abbeel november 2019 www.jefabbeel.be

Please reload

Zoeken op tags
Please reload

Archief
Categorie
Please reload