Atlas van de financiële wereld
- Jef Abbeel
- 10 nov
- 4 minuten om te lezen
Dariusz Wojcik e.a.
Een team van de universiteit van Oxford ondernam in 2024 de ambitieuze poging om de
geschiedenis van het geld in kaart en beeld te brengen. Geld nam in de loop van de geschiedenis
verschillende vormen aan: schelpen, granen, munten, papieren biljetten, digitale valuta,
cryptomunten. Ruilnetwerken hielden soms heel lang stand: dat van de inheemse Australiërs ging
ca. 50.000 jaar mee zonder geld, totdat de Europeanen er arriveerden.
De geschiedenis van kaarten en geld is al eeuwen met elkaar verweven, van maritieme kaarten
voor de handel met de Nieuwe wereld tot kaartjes op munten en tot Google Maps. De grootste
Europese kaartenmakers van de 15-17 de eeuw leefden allemaal in de financiële centra van Europa:
Venetië, Antwerpen, Amsterdam.
De auteurs beginnen in Mesopotamië rond 3.100 v.C. Daar ontstond het spijkerschrift op
kleitabletten. De Romeinen namen van de Griekse kolonisten in Zuid-Italië de zilveren en gouden
munten over. Die munten trof men later aan tot in Oekraïne, de Baltische landen en India.
Rond 1000 n.C. ontstond het papieren geld in China. De Mongoolse veroveraar Koeblai Khan (1249-
1294), stichter van de Yuan-dynastie, nam Khanbalik/Peking als hoofdstad en introduceerde er de
yuan als munt. Mogelijk zat Marco Polo van 1275 tot 1292 in zijn regering.
De vondst van de rijkste zilverlaag in Potosi (nu Bolivia) in 1545 zorgde ervoor dat de Spaanse real
de eerste mondiale munteenheid werd. In de 17-19 de eeuw werd Groot-Brittannië de eerste
economie, volgens de auteurs dank zij het slaventransport van Afrika naar Amerika en naar Azië.
Wellicht speelde de Industriële Revolutie een veel grotere rol in die opgang.
Adam Smith (1723-1790) was de eerste toonaangevende econoom, later gevolgd door Karl Marx
(1818-1893) en John Keynes (1883-1946). In de 17-18 de eeuw was Amsterdam het belangrijkste
financieel centrum, maar Londen nam die rol over in de 19 de eeuw. Daar schreef Marx ‘Das Kapital’.
De Brit Keynes kritiseerde het kapitalisme van Wall Street en in 1919 voorspelde hij al dat de zware
schuld die Versailles oplegde aan Duitsland tot wrok en oorlog zou leiden. In zijn bekendste werk,
de ‘General Theory’, legde hij uit waarom de overheid moet ingrijpen in de economie, o.a. om
massale werkloosheid te voorkomen of op te lossen. Hij lag ook aan de basis van de oprichting van
de Wereldbank en van het Internationaal Muntfonds (p. 25). In de 20 ste eeuw werden de VS het
financieel en economisch centrum: de meeste Nobelprijswinnaars voor economie zijn Amerikanen,
de beste financiële tijdschriften zijn Amerikaans, de meeste publicaties ook (p. 26-27).
Kunstwerken kunnen hogere rendementen opleveren dan goud, onroerend goed of traditionele
beleggingen. In de Geneva Freeport worden 1,2 miljoen kunstwerken opgeslagen (en verborgen
voor de fiscus), drie keer zoveel als in het Louvre. Ook Singapore heeft zo’n vrijhaven. Bij Sotheby’s
in Londen en Christie’s in New York halen ze de hoogste verkoopprijzen (p. 41).
Helaas wordt er niet uitgelegd hoe die kunstwerken in Genève terechtkomen: zijn er overal
tussenpersonen? Moet de eigenaar zelf naar Genève of komt die dienst naar hem ?
En wat heeft hij eraan als hij zijn kunstwerken nooit ziet? Enkel een veilige belegging ?
Hoe de fiscus omzeild wordt, lezen wee evenmin: weet de fiscus dan niet wie bij Sotheby’s of op de
TEFAF koopt en voor welk bedrag ?
De auteurs geven alleszins geen tips om zelf te frauderen.
Voetbal draait ook vooral om geld: de rijkste clubs domineren de competities. Uber en Didi tonen
aan dat er ook in deze sector vele miljarden te rapen zijn.
Verder vernemen we nog zeer uiteenlopende dingen: pensioenfondsen slorpen jaarlijks meer dan
50 miljard $ op; de 166 rijksten bezitten meer dan de 50% armsten; met zijn Nieuwe Zijderoute
heeft China sinds 2013 al meer dan 321 miljard $ geïnvesteerd in 82 landen; de smartphone is
blijkbaar het werkpaard van de financiële wereld (p. 89). We krijgen een overzicht van de financiële
centra van de wereld sinds 1202 (p. 96-109, p. 112-115). We leren ook hoe islamitische banken
functioneren en aan welke voorwaarden ze moeten beantwoorden (p. 110-111).
Blijkbaar zijn er sinds 1600 al honderden financiële crisissen geweest (p. 118-137) en bovenop nog
de diefstallen van tientallen miljoenen door hackers (p. 138-139). Regulering door centrale banken
2
en internationale organisaties moet financiële crises voorkomen en ook vermijden dat er te veel
geld naar belastingparadijzen vloeit (p. 140-147).
De Big Four, Deloitte, Ernst&Young, PWC en KPMG bieden financiële en zakelijke diensten aan voor
grote bedrijven. En drie krediet-beoordelaars zoals Moody’s, Standard&Poor’s, Fitch beoordelen
samen bijna 93% van de particuliere bedrijven en overheden die geld willen lenen. Blanke mannen
domineren deze wereld, maar de vrouwen maken een inhaalbeweging (p. 154-159).
Financiële geletterdheid is een voorrecht van 32% van de wereldbevolking. In het gebruik van geld
als sanctiewapen lopen de VS voorop en ondergaat Rusland de meeste sancties. Onze ‘elektrische
economie’ is steeds meer afhankelijk van vele mineralen. De auteurs tonen de landen waar ze te
vinden zijn (p. 170-175). Ze hebben ook oog voor de vervuiling van het milieu en van de oceanen en
voor duurzame ontwikkelingsdoelen.
Het boek eindigt met uitvoerige noten en referenties (p. 187-220).
Beoordeling
De auteurs zijn er goed in geslaagd de geschiedenis van het geld weer te geven in een stevig en
mooi verzorgd boek. Dat kostte blijkbaar 12.000 aan werkuren. Het beeldend materiaal is zeer
uitgebreid en veelzijdig. Ze bespreken niet enkel de aangename kant van het geld, maar ook de
risico’s en de destructieve kracht bij instabiliteit, bubbels en crisissen. De regelgeving probeert
uitwassen te voorkomen, maar faalt daar soms in. Ook de impact op het milieu komt ter sprake.
Ze storen er zich soms aan dat sommige werelddelen, m.n. Afrika en Latijns-Amerika, minder aan
bod komen in de wereld van het geld.
De meeste hoofdstukken zijn goed begrijpelijk, maar ze gaan vaak niet diep genoeg voor kenners.
Sommige zijn enkel voor ingewijden: b.v. de forexhandel (valutahandel, p. 32-33), de SPAC (Special
Purpose Acquisition Companies, p. 78-79), de digitale valuta van de centrale banken (p. 90-91), het
energieverbruik van bitcoins (p. 92-93).
Hopelijk slagen de auteurs erin om de financiële geletterdheid hiermee op te tillen.
Referentie:
Darius Wojcik e.a. ,
Atlas van de financiële wereld.
Vertaling door Ger Meesters van
‘Atlas of Finance: Mapping the Global Story of Money’ (Yale, 2024)
Uitgeverij Noordboek, Gorredijk, oktober 2025
Gebonden, 16 + 224 pagina’s, foto’s, kaarten, tekeningen, grafieken
ISBN 978- 94-647-1232-2; € 39,90.
©Jef Abbeel, oktober 2025 www.jefabbeel.be


Opmerkingen