Confucius spreekt. De Chinese Meester zet ons aan het denken.

Confucius spreekt

De Chinese Meester zet ons aan het denken

Carine Defoort en Paul van Els

De auteurs zijn professoren Chinese taal, filosofie en religie in respectievelijk Leuven en Leiden.


Confucius spreekt

De Chinese Meester zet ons aan het denken

Carine Defoort en Paul van Els

De auteurs zijn professoren Chinese taal, filosofie en religie in respectievelijk Leuven en Leiden.

Met hun boek willen ze de hedendaagse relevantie van Confucius aantonen (p. 29). Vanaf de inleiding

tonen ze aan dat nogal wat uitspraken toegeschreven worden aan Kong Qiu/Kong Fuzi /Confucius (551-

479 v.C.) zonder dat hij die woorden uitgesproken heeft. Hoewel het schrift al eeuwen bestond in

China, heeft hij in tegenstelling met Griekse tijdgenoten geen boeken nagelaten.

De schrijvers vertrekken van twee bronnen: ‘Gesprekken’ en ‘Optekeningen van de geschiedschrijver’,

allebei uit de 2de eeuw v.C. en beide met een flinke korrel zout te nemen (p. 12).

Bij de 4 Meibeweging van 1919 en vooral in de anti-Kong-campagne van 1974 stond Confucius symbool

voor alles wat mis ging in het China van vroeger. Sinds 2004 staat hij symbool voor alles wat goed gaat

en zijn er overal ter wereld Confucius-instituten opgericht. En sinds 2013 heeft hij alle steun van Xi

Jinping, de hoogste leider.

Het confucianisme wordt nu beschouwd als de grondslag van de samenleving in China en andere Oost-

Aziatische landen. Zijn uitspraken zijn niet altijd duidelijk en soms spreekt hij zichzelf tegen.

De auteurs hebben 44 korte tekstfragmenten uitgekozen, die ze verder uitleggen.

Ze gaan o.a. over: kennis vergaren en praktische vaardigheden aanleren, regelmatig oefenen, het juiste

woord gebruiken, zelfbezinning, belonen en straffen, leren en denken, inzicht in wat we wel en niet

weten, de juiste levensweg, gebrek aan erkenning, leren van ‘lageren’ (mensen onder jou), een

geschenk aannemen of afslaan, de laatste woorden van een mens, aanvoelen wat er in saaie berichten

verstopt zit, op de juiste manier rouwen om een overledene, offers voor een dode, matig zijn, de

anderen niet aandoen wat je zelf niet wenst, het vertrouwen van het volk als basis voor een goed

beleid, de overheid die duidelijke taal moet spreken, voor harmonie moet zorgen en luisteren naar de

onderdanen, kennis die nodig is om een voorbeeldig mens te worden, de mogelijkheid om de

heersende hiërarchie soms tegen te spreken, de fout zoeken bij jezelf, het verschil tussen de Kleine

Welvaart (voor je familie) en de Grote Gelijkheid (voor heel de bevolking), Confucius als een

enthousiaste, maar gefrustreerde wereldverbeteraar, een verloren gelopen hond, iets heel anders dan

de overheidsversie van de Grote Wijze en de Eerste Leraar van China.

Sommige adviezen komen nu vreemd over, b.v. boogschieten om je eigen gedrag te verfijnen.

Het Confucianisme was niet vrouwvriendelijk, heel wat Westerse filosofen zoals Kant, Hegel en Levinas

hadden geen hoge dunk van de Chinese denkers (p. 155-157).

Beoordeling

Het boek is geschreven in een voor iedereen verstaanbaar taalgebruik. Het is dus veel makkelijker dan

de filosofie van Plato of Kant. Het bevat veel volkse wijsheden, die niet wereldschokkend zijn en ook

niet uitblinken in ratio. Het is mij een raadsel waarom China de laatste jaren een ware Confucius-rage

kent, waarbij Confucius aan de hoogste morele normen beantwoordt, altijd gelijk heeft en aanzet tot

vaderlandsliefde. Het komt Xi Jinping goed uit.

Het boek eindigt met een begrippenlijstje dat wel wat uitgebreider had mogen zijn. In het boek staan

er veel meer, die dan eenmalig uitgelegd worden, maar niet herhaald aan het einde.

In de literatuurlijst mis ik de oudste bewaarde vertaling van Confucius door de Vlaamse Jezuïet

Philippe Couplet op vraag van Lodewijk XIV: ‘Confucius Sinarum Philosphus sive scientia sinensis Latine

exposita’, Parijs, 1687. En ook Roel Sterckx, ‘Chinees denken’.

Nog een paar details: 551-479 is 72 i.p.v. 73 jaar (p. 17); ‘hen’ (p. 21) moet ‘hun’ zijn; degenen ‘wiens’

(p. 141) moet ‘wier’ zijn.


4

illen ze de hedendaagse relevantie van Confucius aantonen (p. 29). Vanaf de inleiding tonen ze aan

dat nogal wat uitspraken toegeschreven worden aan Kong Qiu/Kong Fuzi /Confucius (551- 479 v.C.)

zonder dat hij die woorden uitgesproken heeft. Hoewel het schrift al eeuwen bestond in China, heeft

hij in tegenstelling met Griekse tijdgenoten geen boeken nagelaten.

De schrijvers vertrekken van twee bronnen: ‘Gesprekken’ en ‘Optekeningen van de

geschiedschrijver’, allebei uit de 2 de eeuw v.C. en beide met een flinke korrel zout te nemen (p. 12).

Bij de 4 Meibeweging van 1919 en vooral in de anti-Kong-campagne van 1974 stond Confucius

symbool voor alles wat mis ging in het China van vroeger. Sinds 2004 staat hij symbool voor alles wat

goed gaat en zijn er overal ter wereld Confucius-instituten opgericht. En sinds 2013 heeft hij alle

steun van Xi Jinping, de hoogste leider.

Het confucianisme wordt nu beschouwd als de grondslag van de samenleving in China en andere

Oost-Aziatische landen. Zijn uitspraken zijn niet altijd duidelijk en soms spreekt hij zichzelf tegen.

De auteurs hebben 44 korte tekstfragmenten uitgekozen, die ze verder uitleggen.

Ze gaan o.a. over: kennis vergaren en praktische vaardigheden aanleren, regelmatig oefenen, het

juiste woord gebruiken, zelfbezinning, belonen en straffen, leren en denken, inzicht in wat we wel en

niet weten, de juiste levensweg, gebrek aan erkenning, leren van ‘lageren’ (mensen onder jou), een

geschenk aannemen of afslaan, de laatste woorden van een mens, aanvoelen wat er in saaie

berichten verstopt zit, op de juiste manier rouwen om een overledene, offers voor een dode, matig

zijn, de anderen niet aandoen wat je zelf niet wenst, het vertrouwen van het volk als basis voor een

goed beleid, de overheid die duidelijke taal moet spreken, voor harmonie moet zorgen en luisteren

naar de onderdanen, kennis die nodig is om een voorbeeldig mens te worden, de mogelijkheid om de

heersende hiërarchie soms tegen te spreken, de fout zoeken bij jezelf, het verschil tussen de Kleine

Welvaart (voor je familie) en de Grote Gelijkheid (voor heel de bevolking), Confucius als een

enthousiaste, maar gefrustreerde wereldverbeteraar, een verloren gelopen hond, iets heel anders

dan de overheidsversie van de Grote Wijze en de Eerste Leraar van China.

Sommige adviezen komen nu vreemd over, b.v. boogschieten om je eigen gedrag te verfijnen.

Het Confucianisme was niet vrouwvriendelijk, heel wat Westerse filosofen zoals Kant, Hegel en

Levinas hadden geen hoge dunk van de Chinese denkers (p. 155-157).

Beoordeling

Het boek is geschreven in een voor iedereen verstaanbaar taalgebruik. Het is dus veel makkelijker

dan de filosofie van Plato of Kant. Het bevat veel volkse wijsheden, die niet wereldschokkend zijn en

ook niet uitblinken in ratio. Het is mij een raadsel waarom China de laatste jaren een ware Confucius-

rage kent, waarbij Confucius aan de hoogste morele normen beantwoordt, altijd gelijk heeft en

aanzet tot vaderlandsliefde. Het komt Xi Jinping goed uit.

Het boek eindigt met een begrippenlijstje dat wel wat uitgebreider had mogen zijn. In het boek staan

er veel meer, die dan eenmalig uitgelegd worden, maar niet herhaald aan het einde.

In de literatuurlijst mis ik de oudste bewaarde vertaling van Confucius door de Vlaamse Jezuïet

Philippe Couplet op vraag van Lodewijk XIV: ‘Confucius Sinarum Philosphus sive scientia sinensis

Latine exposita’, Parijs, 1687. En ook Roel Sterckx, ‘Chinees denken’.

Nog een paar details: 551-479 is 72 i.p.v. 73 jaar (p. 17); ‘hen’ (p. 21) moet ‘hun’ zijn; degenen ‘wiens’

(p. 141) moet ‘wier’ zijn.


Referentie

Confucius spreekt

De Chinese meester zet ons aan het denken

Carine Defoort en Paul van Els


5


Uitgeverij Pelckmans, Kalmthout, december 2021

184 pagina’s., begrippen, literatuur

Paperback, 21 x 13 cm, € 22,50

ISBN 978-94-631-0557-6

Jef Abbeel www.jefabbeel.be augustus 2022




Archief
Zoeken op tags
Categorie