top of page

Eenmanspartij

  • Jef Abbeel
  • 27 sep
  • 6 minuten om te lezen

Xi Jinping en de toekomst van China als wereldmacht.

Chun Han Wong

De auteur is een Chinees uit Singapore. Hij was correspondent voor The Wall Street Journal in Beijing

van 2014 tot 2019 en in Hongkong vanaf 2019, toen de Chinese regering hem dwong het vasteland te

verlaten. De Engelstalige editie dateert van mei 2023: toen waren er in de Westerse pers nog geen

geruchten over een einde van de macht van Xi.

Chun beschrijft de CCP (Chinese Communistische Partij) als pragmatisch en als ideologisch in verval

sinds Deng. Xi (°1953) beteugelde de kapitalistische ondernemers, vooral als ze zich met de politiek

moeiden en hij keurde Westerse ideeƫn over mensenrechten, vrije pers en onafhankelijke

rechtspraak af in zijn Document Nummer 9 (p. 227). Zijn macht is even groot als die van Mao, zijn

beeltenis is overal aanwezig, maar hij is niet zo begeesterend als Mao (p. 22-23).

Ik twijfel eraan of de partij ideologisch in verval is: de Chinezen moeten het gedachtegoed van Xi op

hun gsm hebben en geregeld bestuderen. Chun vermeldt ook niet dat de dissidente journalist Gao

Yu, die in juli 2013 Document nr. 9 bekend maakte, 7 jaar cel kreeg wegens ā€˜lekken van

staatsgeheimen’.

Xi bestrijdt de Westerse dominantie met zijn indrukwekkende Nieuwe Zijderoute, met de Asian

Infrastructure Investment Bank en met een agressief optreden in Aziƫ. Deng had in 1982 een

beperking van de machtstermijnen in de grondwet gezet, maar Xi veranderde dat in 2018 en werd

ā€˜Voorzitter van Alles’, met de goedkeuring van 99,8% van het Nationaal Congres (p. 32-34).

De auteur beschrijft ook de jeugd van ā€˜prins Xi’: 6 jaar (1969-1975) mocht hij doorbrengen in een grot

en tussen de vlooien op het troosteloze platteland van Liangjiahe, nu een bedevaartsoord.

In 1975 werd hij toegelaten aan de universiteit, hoewel hij zijn middelbare school niet had beƫindigd.

Het universitair onderwijs was meer marxistisch dan academisch. In 1979 studeerde hij af. Zijn eerste

huwelijk mislukte. In 1987 trouwde hij met Peng Liyuan, de beroemde zangeres van het

Volksbevrijdingsleger. In 1992 kregen ze hun enige dochter, Mingze. Al in 1989 waarschuwde Xi voor

de ā€˜chaos die een democratie veroorzaakt’ (p. 58). Rond 2000 haalde Xi nog een diploma in de

rechten, met een proefschrift dat door iemand anders geschreven was (p. 63). In 2007 werd hij

partijbaas van Shanghai. De voorbereiding op de Olympische Spelen van 2008 werd verstoord door

bloedige rellen in Tibet (maart 2008), een aardbeving in Sichuan met meer dan 80.000 doden, onder

wie veel schoolkinderen door slordig gebouwde scholen Ʃn door protesten in West-Europa en

Noord-Amerika tegen het beleid in Tibet. Maar de Spelen verliepen vlekkeloos en China was de grote

winnaar!

Vanaf november 2012 nam Xi de macht en liet hij miljoenen corrupte functionarissen straffen. Hij

roeide de armoede op het platteland grotendeels uit: de promotie van kaderleden werd gekoppeld

aan hun resultaten in armoedebestrijding. Hij streed ook tegen privƩonderwijs voor rijke kinderen,

een tak waarin 100 miljard dollar omging. Onderwijsbedrijven waren zelfs beursgenoteerd. De

privƩlessen worden nu ondergronds gegeven (p. 109). Het nul-coronabeleid werd pas losgelaten in

2023, na veel protest.

Mensenrechten-advocaten kunnen ’s nachts opgepakt worden en langdurig of definitief verdwijnen.

De overheid bepaalt hoe de rechters moeten oordelen en straffen. Sociale controle, voorspellende

surveillance en technieken om gegevens uit computers en smartphones te halen zorgen dat de partij

bijna alles weet over iedere Chinees (p. 122). Dat geldt nog meer voor Tibetanen en Oeigoeren. Xi

gedraagt zich als een autoritaire opper-wetgever, die zelfs een voorzitter van Interpol kan doen

verdwijnen (p. 131-139).

Toen Mao stierf, was de bevolking straatarm en de economie een ramp. Deng en Jiang Zemin

maakten er een socialistische markteconomie van, waardoor de export verdrievoudigde tussen 1992

en 2001, maar de ongelijkheid werd groter dan in de VS (p. 163).

In de partij was er wel onenigheid over de economische koers: premier Li Keqiang wou de privƩ-

industrie stimuleren, Xi de overheidsbedrijven. Xi won, Li verdween geruisloos. Debatten over Xi’s

economische politiek werden taboe (p. 164-166). Jack Ma werd in oktober-november 2020

ingetoomd en vernederd door Xi: de beursgang van de Ant Group mocht niet doorgaan, omdat Jack

Ma kritiek had geuit op de overheidsbanken. Ook andere techbedrijven en de gamesector werden


2

lamgelegd. Xi ergerde zich ook aan Ma’s ontmoetingen met Hollande, Obama, Trump: dat was het

domein van Xi. Bedrijven die wantoestanden in Xinjiang durfden aan te klagen zoals H&M, Nike en

Adidas, werden zwaar geboycot (p. 185).

Xi en de CCP herschrijven de geschiedenis geregeld, wat Mao ook al deed. Kritiek op Mao en op de

CCP heet dan ā€˜historisch nihilisme’ en wordt zwaar bestraft. De persoonscultus van de

alomtegenwoordige Xi kent geen grenzen. De censuur neemt toe en treft niet enkel Chinese

wetenschappers en schrijvers, maar ook Britse en Franse uitgeverijen. De harde vervolging van de

Oeigoeren begon na drie aanslagen in 2014. Een groot aantal werd gearresteerd en veroordeeld tot

dwangarbeid. Duizenden moskeeƫn werden vernield, Han-Chinezen logeren bij moslimgezinnen en

houden ze dag en nacht in ’t oog (p. 215-233).

Ook het beleid tegenover Binnen-Mongoliƫ, Tibet, Hongkong en Taiwan wordt harder. Sinds 2021

mogen enkel nog China-gezinde patriotten Hongkong besturen. Xi wil Taiwan inlijven en zet andere

landen aan om met Taiwan te breken. Taiwanese politici zoals ex-president Tsai Ing-wen en huidig

president Lai Ching-te zien hun eiland al sinds 2016 als een de facto onafhankelijke staat. In 2019

verklaarde Xi dat de gewapende eenmaking een optie blijft. Voorlopig voert Beijing een ā€˜grijze-zone-

oorlog’ van permanente intimidatie om de inwoners te demoraliseren en het Taiwanese leger uit te

putten. China geeft 13 keer zoveel uit aan het leger en bezit 10 keer meer soldaten (p. 234-257).

Ook bij de Chinese diplomaten is de assertiviteit en vechtlust toegenomen sinds Xi. Chun geeft

concrete voorbeelden van bot en agressief gedrag van Chinese diplomaten, o.a. toen China in 2020

terecht beschuldigd werd van de verspreiding van corona. Of toen China in 2016 in Den Haag

veroordeeld werd voor zijn aanspraken op de Zuid-Chinese Zee. Zuid-Korea, Australiƫ, Canada,

Litouwen en Singapore ondervonden hoe agressief China kan zijn (p. 260-290).

Deng adviseerde om zich bescheiden op te stellen, maar Zhou Enlai had al in 1949 gezegd dat

diplomatie niets anders is dan vechten met woorden en 12 van de 17 eerste ambassadeurs kwamen

uit het leger (p. 260-265). Xi zorgde dat China meer ambassades en consulaten telt dan de VS.

Pas in het laatste hoofdstuk legt Chun uit wat hij bedoelt met de titel ā€˜Eenmanspartij’: enkel Xi

bepaalt wie hem opvolgt en wanneer; hij schrapte de twee termijnen die Deng opgelegd had. In 2016

riepen naamloze partijleden Xi al op om af te treden wegens te veel persoonlijke macht, zijn

persoonlijkheidscultus en ā€˜het veroorzaken van ongekende crises voor China’. Er wordt niet verteld

welke crises dit dan waren. De partij reageerde fel. EƩn criticus, Ren Zhiqiang, kreeg 18 jaar cel.

De auteur eindigt als volgt: ā€œKan de partij van Xi de boel bij elkaar houden zonder hun

alomtegenwoordige leider? De tijd zal het lerenā€ (p. 324).

In het Nawoord voegt Chun eraan toe dat sinds Xi veel meer buitenlandse journalisten het land zijn

uitgezet en dat Xi de volledige controle heeft over de media: wie over Xinjiang schrijft, wordt het

land uit gezet en Chinezen die interviews toestaan, lopen grote risico’s. Academische en culturele

uitwisselingen worden bemoeilijkt (p. 325-328).

Beoordeling

Chun schrijft kritisch, verhelderend en verontrustend, met veel kennis van zaken en met veel

informatie van Chinese insiders. Hij kent genoeg activisten die iets durfden publiceren en vervolgens

jarenlang de cel in vlogen. Hij onderschat Xi: die kan nog wel een aantal jaren aan de macht blijven.

De acht hoofdstukken staan niet in chronologische volgorde en kunnen ook apart gelezen worden in

een andere volgorde. Soms is het omslachtige literatuur, minder concreet dan wij gewoon zijn. Wie

China dagelijks volgt, herkent vele situaties en vindt niet zoveel nieuws in dit boek.

Er staan ca. 42 Chinese begrippen in die ƩƩn keer uitgelegd worden, maar niet in een alfabetische

woordenlijst opgenomen zijn. Op p. 229 staat dat China Xinjiang (ā€œNieuwe Grensā€) veroverde in de

18 de eeuw, op p. 230 was het in de 19 de eeuw. Het was rond 1755-1759.

Tenslotte nog enkele details: ā€˜Latin’ (p. 261) moet ā€˜Latino’s zijn; land die (p. 294) moet zijn: land dat;

idem voor Rode Boekje ā€˜die’ (p. 304). Deng legde de termijn van 10 jaar op, niet Hu Jintao (p. 306).


3


Referentie:

Chun Han Wong,

Eenmanspartij

Xi Jinping en de toekomst van China als wereldmacht.

Vertaling van ā€˜Party of One’ (2023) door Jan van den Berg e.a.

Uitgeverij Prometheus, Amsterdam/L&M, Antwerpen, juli 2024

Paperback, 413 pagina’s, kaart, organogram, noten, register.

ISBN 978-90-446-5760-9; € 27,50.


©Jef Abbeel, augustus 2025 www.jefabbeel.be


ree

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
bottom of page