Grensland - Een geschiedenis van Oekraïne

Marc Jansen

De wrede oorlog van Poetin met de miljoenen vluchtelingen heeft ons doen

beseffen dat Oekraïne dichtbij ligt.

Dit boek is een heruitgave van de edities van 2014-2015, maar het loopt

slechts tot einde 2016. Jansen begint zijn geschiedenis in de Oudheid, met

volkeren zoals de wrede Scythen en even wrede Tauriërs, Griekse kolonisten,

Goten, Hunnen, Bulgaren, (p. 12-15).

De Slaven waren er vanaf de 6 de eeuw. In 862 arriveerden de Zweedse Varjagen

o.l.v. Rurik. Hij legde de grondslag voor de staat Kiev-Roes, waaruit Oekraïne,

Rusland en Wit-Rusland zijn voortgekomen. 988 was een belangrijke datum:

toen bekeerde vorst Vladimir zich tot het christendom. In de 11 de eeuw was het

land zelfs groter dan nu: 800.000 km² en Kiev telde toen 40.000 inwoners,

zoveel als Parijs en méér dan Londen.

Maar vanaf 1223 vielen de Mongolen binnen en in 1240 werd Kiev verwoest.

Vanaf 1328 werd Moskou de hoofdstad en de erfgenaam van Kiev. In 1362-63

slaagde Litouwen erin de Mongolen te verslaan en het grootste land van

Europa te worden! In 1569 sloot het een unie met Polen.

Via Polen kwam Oekraïne in contact met de renaissance, het humanisme, de

Contrareformatie en kwamen er jezuïetencolleges.

Vanaf de 15 de -16 de eeuw wonnen de Kozakken aan invloed. In 1649 kregen ze

zelfs een zelfstandige staat, maar in 1654 legden ze de eed van trouw af aan de

tsaar. Voor de Russen was deze ‘hereniging’ een eerste stap op weg naar

inlijving. In 1667 werd Oekraïne na tien jaar oorlog verdeeld tussen Polen en

Rusland, met de Dnjepr als scheidingslijn. Rond 1650 werd de Kozakken-vesting

Charkov gesticht, wellicht vernoemd naar hun hoofdman Charko.

In 1709 werd de troepen van Zweden-Oekraïne en Kozakken bij Poltava (ten

zuidoosten van Kiev) verslagen door Peter de Grote. Hij wou toegang tot de

Zwarte Zee, maar Rusland kwam niet verder dan de Zee van Azov . Catharina de

Grote had meer succes: in 1774 verwierf Potjomkin toegang tot de Zwarte Zee.

En in 1783 veroverde Potjomkin de Krim, Tataars voor ‘mijn heuvel’.

Potjomkin stichtte Jekaterinoslav, nu Dnipro (1776), Cherson (1778) en

Sebastopol (1783). De Krimoorlog zorgde voor ruim 600.000 doden. Bovendien

emigreerden 150.000 of twee derde van de Krim-Tataren naar het Ottomaanse

rijk (p. 57).

Tussen 1772 en 1795 werd Polen verdeeld: Rusland kreeg 62% (p. 60). Binnen

Rusland kregen de Joden een beperkt woongebied toegewezen. De rijkste


2

waren de Bronsteins, met Leiba Bronstein of Lev Trotski (p. 62). Rond 1917 was

1 op 5 inwoners Jood (p. 66).

Het Oekraïens nationalisme ontstond in het begin van de 19 de eeuw met een

eigen woordenboek, grammatica, geschiedschrijving én met de gedichten van

Taras Sjevtsjenko (p. 70-73). Maar vanaf 1863 verbood de Russische overheid

Oekraïense boeken voor de godsdienst en de zondagsscholen en in 1876 het

Oekraïens toneel, liederen en onderwijs (p. 76). In het Habsburgse rijk en aan

de universiteit van Lemberg (Lviv) kreeg het Oekraïens meer kansen. Maar de

Oekraïners bleven arm en weinig ontwikkeld. Rond 1900 waren ze met 26

miljoen: 22,4 in Rusland, 3,8 in Oostenrijk-Hongarije. Ze waren de grootste

nationale minderheid in Europa. Maar ze misten een eigen staat, elite en

middenklasse. De meesten waren arme boeren, die wel voor 90% van het

Russisch graan zorgden en voor 20% van de wereldbehoefte. 15 à 20% waren

koelakken of relatief rijke boeren (p. 83).

Steenkool en ijzererts lagen in het zuidoosten. De industrialisatie was hier zeer

succesvol. De arbeiders waren vooral Russen en Europeanen, weinig

Oekraïners. Idem voor de stadsbewoners: slechts 18% waren Oekraïners. De

Russen domineerden in het bestuur. De 2 miljoen Joden waren belangrijk voor

de handel en de intellectuele beroepen. In 1887 werden voor hen quota

ingevoerd in het onderwijs. De pogroms van 1881 en 1905 waren vooral het

werk van jaloerse Griekse handelaars (p. 84-85).

In WO I moesten 3,5 miljoen Oekraïners in Russische dienst vechten tegen 0,25

miljoen volksgenoten in Oostenrijkse dienst (p. 89).

Na de Oktoberrevolutie ontstond de Oekraïense Socialistische Sovjet Republiek

met 26 miljoen inwoners op 450.000 km². Nooit eerder hadden de Oekraïners

zo een bestuurlijke eenheid gehad. Maar de economie lag in puin, als gevolg

van de oorlog, de burgeroorlog en het communisme. De industriële productie

was met 90 procent verminderd. Dan volgde er in 1921-22 nog een grote

hongersnood in de SU met 5 miljoen doden, van wie honderdduizenden in

Oekraïne. Pas in 1927 bereikte het BNP weer de omvang van 1913(p. 103-107).

In 1922 beheersten slechts 11% van de inwoners de Oekraïense taal.

Ambtenaren moesten Oekraïens leren, dat de taal van de overheid en van het

onderwijs werd. De minderheden (Russen, Joden, Duitsers, …) mochten hun

taal gebruiken in hun onderwijs en cultuur. Maar de kerken, synagogen,

moskeeën en het Holenklooster (de zetel van de Oekraïens-Orthodoxe Kerk)

werden door de bolsjewieken gesloten (p. 104-106).

Rond 1927 kwamen er nieuwe fabrieken en een dam op de Dnjepr, de grootste

van Europa. Oekraïne werd een geavanceerd industrieland.

Vanaf 1929 begon Stalin zijn kruistocht tegen de boeren: 200.000 bedrijven

werden geliquideerd, 850.00 koelakken gedeporteerd, alle graan werd

meedogenloos opgeëist bij huiszoekingen. Gevolg: de Holodomor of massale

uithongering in 1932-33 (p. 108-109). Toen de partijchef van Charkov dat


3

meldde aan Stalin, werd hij beschuldigd van fabels en ontslagen. Stalin wees

buitenlandse hulp af en ging verder met de export van graan, boter, spek,

eieren, vis, groenten! Jansen spreekt van 2,5 tot 4 miljoen doden in Oekraïne

en 5,5 tot 6,5 in heel de SU. Anne Applebaum (Rode Hongersnood, p. 272)

raamt het aantal doden in Oekraïne op 3,9 miljoen plus 0,6 miljoen minder

geboortes, dus 4,5 miljoen of 13 à 15% van de bevolking (31 miljoen).

Veel Oekraïners menen dat Stalin bewust een anti-Oekraïense campagne

voerde, zeker tegen de intellectuele elite, de kerk en de boeren. Idem tegen de

Polen, Duitsers en Grieken in Oekraïne (p. 112-113). De 6 miljoen Oekraïners in

Polen werden niet uitgeroeid, maar ze hadden er weinig rechten.

Het Molotov-Ribbentroppact van 23 augustus 1939 kende het oosten van Polen

en dus ook West-Oekraïne toe aan de SU. Zo kreeg de Oekraïense Sovjet

Republiek er 93.000 km² en 8 miljoen mensen bij. In 1940 kwam er nog 16.000

km² en 1,3 miljoen mensen bij van Roemenië.

Bij de inval van 21 juni 1941 viel Oekraïne snel in Duitse handen. Veel

Oekraïners zagen de Duitsers als bevrijders van de gehate bolsjewieken, maar

de Duitsers sloten hun nationalistische leiders Stetsko en Bandera op in een

concentratiekamp. De Duitsers wilden van Polen, Wit-Rusland en Oekraïne een

agrarische kolonie maken, zonder Slavische Untermenschen en met 10 miljoen

Duitse en Nederlandse boeren.

De Oekraïense Joden werden massaal geëxecuteerd, met als toppunt Babi Jar

bij Kiev, waar in 36 uur 33.771 Joden werden vermoord op 29-30 september

1941. Vele Oekraïners waren medeplichtig, tegelijk staan er 2.544 op de lijst

van de Jodenhelpers.

Roemenië veroverde het zuidwesten van Oekraïne, met Odessa als hoofdstad,

en ze moordden daar 220 à 260.00 Joden uit plus 10 à 20.000 zigeuners.

In totaal werden 1,6 miljoen van de 2,7 miljoen Oekraïense Joden gedood

tijdens de oorlog (p. 131-134).

Doordat de Oekraïners behandeld werden als Untermenschen, werden velen al

snel anti-Duits. En enkele miljoenen vochten mee in het Rode Leger

(p. 138-139).

In 1944 werd Oekraïne weer heroverd door het Rode leger, inclusief de Krim,

waar de 182.000 Krim-Tataren en 46.000 Grieken, Bulgaren en Armeniërs

gedeporteerd werden naar Azië (p. 141).

In Jalta was besloten dat de SU de in 1939 bezette gebieden mocht behouden.

Polen verloor zo bijna de helft, maar kreeg compensatie in Duitsland. Oekraïne

kreeg zo een stuk van Polen, Roemenië en Tsjecho-Slowakije en werd zo voor

het eerst een natiestaat van 580.000 km² en 41 miljoen mensen. Stalin had

daar onbedoeld voor gezorgd. Er volgde een massale volksverhuizing.

Geen land werd tijdens de oorlog zwaarder getroffen dan Oekraïne: 700 steden

en 28.000 dorpen werden verwoest, 5,3 à 6,5 miljoen mensen kwamen om. Er


4

kwam helaas ook een einde aan het multiculturele samenleven van Polen,

Joden en Oekraïners (p.146-148).

In West-Oekraïne werden tussen 1944 en 1952 een half miljoen

opstandelingen door de Russen opgepakt, van wie er 150.000 gedood werden.

Chroesjtsjov beweerde op 25 februari 1956 tijdens zijn ‘geheime’ speech dat

Stalin overwoog om alle 40 miljoen Oekraïners te deporteren, maar het niet

deed omdat ze met te veel waren (p. 143).

In 1946 leidde een catastrofale droogte tot een derde hongersnood, met

opnieuw honderdduizenden doden.

In de jaren 50-80 kregen de Oekraïners wel hoge posten in de CPSU, dank zij

Chroesjtsjov en Brezjnev.

Tijdens Gorbatsjov ontstond in 1988 in Oekraïne, vooral in het westen en in

Kiev, een volksbeweging voor meer democratie en meer aandacht voor de

Oekraïense taal en cultuur. In 1989 werd het Oekraïens dan de officiële taal,

maar het Russisch bleef toegelaten. In november 1990 stelde Gorbatsjov een

nieuw Unieverdrag op dat aan de republieken grote soevereiniteit gaf. Maar op

19 augustus 1991 kwam er een putsch tegen Gorbatsjov en zijn Unieverdrag.

De putsch mislukte, maar versnelde de desintegratie.

Op 24 augustus 1991 riep het Oekraïense parlement de onafhankelijkheid uit

met 346 stemmen tegen 1. De bevolking keurde dit goed met 90% (p. 166-167).

Daarna ontbonden Jeltsin, Kravtsjoek (Oekraïne) en Sjoesjkevitsj (Wit-Rusland)

de SU.Veel veranderde er niet: de oude nomenklatoera bleef de politiek en de

economie beheersen. De kernwapens werden in 1994-96 onder Amerikaanse

druk overgedragen aan Moskou.

De economie stortte helaas in: het bbp van 1999 was maar 41% van dat van

1991: Europa noch Rusland hadden interesse voor de verouderde producten

van de Oekraïense industrie: raketten, tanks, schepen, vliegtuigen, tractoren.

Een kleine groep oligarchen werd schatrijk, de rest arm: 75% leefde onder de

armoedegrens (p. 171-172). En de bevolking daalde van 52 miljoen in 1991

naar 45 miljoen in 2012. De levensverwachting van de mannen was 63, die van

de vrouwen 75. Drie miljoen mensen verlieten het land.

In 1997 sloot Oekraïne opnieuw een verdrag met Rusland, waarin andermaal

de territoriale integriteit werd erkend. De Zwarte Zeevloot ging voor 80% naar

Rusland, dat de haven van Sebastopol mocht huren. Corruptie en zelfverrijking

vierden helaas hoogtij: in 2013 was Oekraïne er Europees kampioen in.

Oligarchen en rode directeuren profiteerden van de privatiseringen, waarbij

staatsbezit verkocht werd aan vriendenprijsjes. Vanaf 1999 ging de economie

beter: gemiddeld was er een groei van 7,5% tussen 2000 en de financiële crisis

van 2008 (p. 181-183).

Bij de verkiezingen van 2004 werd Joesjtsjenko eerst vergiftigd, daarna

slachtoffer van fraude ten gunste van de Russisch-gezinde Janoekovitsj. De

verkiezingen werden overgedaan en Joesjtsjenko won met 52% (p. 180-181).


5

Maar in 2005 werd Janoekovitsj premier, waardoor er snel een einde kwam aan

de Oranjerevolutie. Ze had wel een positief effect: grotere persvrijheid en

(meestal) eerlijke verkiezingen.

De financiële crisis van 2008 trof Oekraïne zwaar: in 2009 kromp de economie

met 15%, duizenden staalarbeiders en mijnwerkers verloren hun baan, enkel

een lening van het IMF kon het land overeind houden (p. 183-185).

In 2010 werd Janoekovitsj president verkozen. Hij maakte meteen komaf met

de oppositie: Joelia Timoesjenko e.a. vlogen de gevangenis in. Hij zorgde ook

dat het Russisch de tweede taal werd en gebruikt mocht worden in het oosten

en zuiden, ten nadele van het Oekraïens (p. 187).

De keuze tussen Rusland en de EU was moeilijk: 21% van de export ging naar

Rusland, 22% naar de EU, maar Rusland dreigde met importverbod toen

Oekraïne in november 2013 voor de EU wou kiezen. Janoekovitsj tekende het

verdrag dus niet en vanaf 24 november 2013 kwamen er massale

demonstraties op Euro-Maidan. In februari 2014 ontaardden die in geweld,

waarbij meer dan 75 burgers werden doodgeschoten. Het parlement zette

Janoekovitsj af. Blijkbaar had die ook de schatkist leeggeroofd. Hij vluchtte naar

Rusland (p. 187-199).

De auteur onderbreekt dan zijn chronologisch overzicht om stil te staan bij de

vraag of er één Oekraïne bestaat of twee. Ten westen van de Dnjepr is er een

sterk Oekraïens nationaal bewustzijn en kijkt men naar de EU, ten oosten en in

het zuiden is dat veel minder en is men meer op Rusland georiënteerd

(alleszins tot 2022). Zo loopt de scheidingslijn tussen Europa en Azië schijnbaar

dwars door Oekraïne.

Na de vlucht van Janoekovitsj beweerde Moskou dat er in Kiev ‘neonazi’s’ en

‘Bandera-aanhangers’ door een putsch aan de macht waren gekomen.

Als reactie werd in februari-maart 2014 de Krim geannexeerd, wat in een

referendum goedgekeurd werd.

En in april 2014 riepen de separatisten met Russische hulp de volksrepublieken

Donetsk en Loegansk uit. Tegelijk hield het Russische leger massale militaire

oefeningen aan de grens met Oekraïne om desnoods de Russisch-taligen te

beschermen tegen de ‘fascisten van Kiev’. In een referendum was ook hier de

bevolking voor zelfstandigheid of onafhankelijkheid.

Gelukkig kwamen Charkov en Odessa niet in opstand. De meeste mensen in

Oost-Oekraïne houden niet van Kiev, maar ze geven wel de voorkeur aan het

voortbestaan van één Oekraïense staat boven een fusie met Moskou

(p. 220-225).

In mei 2014 werd Petro Porosjenko met 55% president gekozen, ook in het

oosten. Hij ondertekende het associatieverdrag met de EU, tot ongenoegen van

Rusland.


6

Op 17 juli 2014 werd de vlucht MH17 neergeschoten door rebellen met een

Russische Boek-raket. Gevolg: 298 doden! Rusland ontkende en blijft alles

ontkennen.

Ondanks de akkoorden van Minsk bleef men vechten in de Donbas met als

balans in 2022: 14.000 doden en 2,5 miljoen vluchtelingen.

Het boek eindigt helaas al in januari 2017 met het aantreden van Trump.

Hopelijk vindt de auteur de tijd om in een volgende uitgave de periode 2017-

2022 en de huidige oorlog eraan toe te voegen.

Beoordeling

Jansen heeft een bijzonder degelijke Oekraïense geschiedenis geschreven vanaf

de Oudheid tot nu, met de nadruk op de 20 ste en 21 ste eeuw. Hij is zeer goed op

de hoogte van de cultuur, godsdienst, economie en van de Joden in Oekraïne.

Hij heeft er nuttige kaarten bijgevoegd, een lijst met geografische namen en

hun ligging, een personenregister en een zeer uitvoerige chronologie.

Aanbevolen lectuur voor al wie de huidige oorlog wil begrijpen.

Referentie:

Grensland

Een geschiedenis van Oekraïne

Marc Jansen

Uitgeverij Van Oorschot, Amsterdam/Vrijdag, Antwerpen, maart 2022

282 pagina’s, kaarten, foto’s, tijdtafel, bibliografie

21 x 14 cm, paperback, € 23,50

ISBN 978-90-282-6191-4

Jef Abbeel maart-april 2022 www.jefabbeel.be



Archief
Zoeken op tags
Categorie