top of page

La Chine de Xi Jinping. Menace pour la paix et l’ordre mondial.

  • Jef Abbeel
  • 29 jul 2025
  • 7 minuten om te lezen

Claude Meyer

De auteur is Azië-specialist en beweert dat China wereldleider wil worden en een nieuwe wereldorde

wil creëren. Dat zou een bedreiging zijn voor de wereldvrede. Het ‘Middenrijk’ was volgens hem al

wereldleider tot aan de ‘Eeuw van de Vernedering’ (1839-1949, p.16, 21, 27), maar hiervoor brengt

hij geen bewijzen aan. Er waren trouwens geen statistieken. Opmerkelijk is ook dat China de

vreemde overheersers daarvoor, de Mongolen van 1279 tot 1368 en de Mantsjoes van 1644 tot

1911, niet bij die vernederingen rekent. Meyer beweert dat China tot 1800 33% van de

wereldproductie vertegenwoordigde tegenover 23% voor Europa (p. 27). Hier noemt hij geen bron,

elders altijd wel.

De economische opgang sinds 1978 is ongezien in de geschiedenis. Sinds 2009 is China de eerste

exporteur van de wereld, met nu 15% tegen 8,3 % voor de VS en sinds 2010 de eerste industriële

macht. Nu is China goed voor 18% van de wereldproductie tegenover 1% in 1980. Tussen 1980 en

2017 was de jaarlijkse groei 9,6% (p.30-33). Biden en Trump reageerden met invoertarieven.

In de financiële wereld klopt China de VS ook: de grootste vier banken zijn Chinees. De gezinnen

sparen 27% van hun inkomen, maar dat inkomen is slechts 1/6 de van het Amerikaanse. Die banken

lenen vooral geld uit aan Chinese staatsbedrijven, aan de Amerikaanse regering en aan 150 landen

van het zuiden.

Nooit eerder heeft een arm land zoveel geld uitgeleend aan een rijk (767 miljard $): elke Amerikaan

heeft een Chinese schuld van 2.300 dollar. China bezit ook 10% van de Europese schuld, vooral

Duitse en Franse.

Maar de yuan wordt internationaal te weinig erkend: hij vertegenwoordigt 2,4% van de

internationale reserves tegen 18,3 % voor de euro en 54,7% voor de dollar (p.52-70).

Meyer noemt de investeringen in Westerse bedrijven beperkt, maar tegelijk somt hij er een resem op

waarin China minstens 1 miljard dollar geïnvesteerd heeft: Volvo, Daimler, Peugeot, Club Med, Kuka,

HSBC, Barclays, BP etc. De westerse markten staan daarvoor open, de Chinese is grotendeels

afgesloten (p.63-67).

De Nieuwe Zijderoute (2013-?) is het project van de eeuw. Hiermee laat China de VS en de EU ver

achter zich: hun ‘Build Back Better World Initiative’ en ‘Global Gateway’ raakten amper bekend

(p.84). Meyer heeft wel kritiek op het Chinees neokolonialisme in Afrika: het haalt grondstoffen weg

met eigen personeel en dumpt er goedkope producten ten koste van de lokale bedrijfjes.

Het leger wordt elk jaar sterker. Het staat onder de CCP/Chinese Communistische Partij, die de baas

is over alles. De zwakste kant is dat het geen oorlogservaring heeft sinds de nederlaag tegen Vietnam

in 1979. Het is niet zeker dat het in 2049 even sterk zal zijn als het Amerikaanse, dat meer dan

genoeg oorlogservaringen heeft.

Xi wil een nieuwe wereldorde, die antiwesters en China-centrisch is. Zijn assertieve buitenlandse

politiek van inmenging in andere landen is een complete breuk met de voorzichtige diplomatie van

Deng. Die inmenging neemt diverse vormen aan: spionage door wetenschappers bij westerse

universiteiten en bedrijven, Confucius-instituten, media, omkopen van politici, sancties, 34 illegale

politieposten in Europa (p. 275-280). In Afrika en Latijns-Amerika heeft China een positief imago, in

Europa en Noord-Amerika een negatief (p.107-131).

China heeft 700 miljoen mensen uit de armoede gehaald. Tegelijk is de ongelijkheid (met 969 dollar-

miljardairs in 2023) groter dan in de VS: 1% bezit 35% van de rijkdom, 25% armen slechts 1%. De

oostelijke kustprovincies zijn vijf keer zo rijk als de centrale en de westerse (p. 259).

Voor mensenrechten staat Rusland op plaats 150 en China op plaats 177 van 195 landen (p.153-156).

Sinds de Russische inval in Oekraïne is de handel tussen China en Rusland meer dan verdubbeld.

China levert alles, o.a. chips en halfgeleiders voor de oorlogsindustrie. In hun onderlinge handel

vervangen de yuan en de roebel steeds meer de dollar (p. 157-160).

Al in 2021 verklaarde Xi dat de verovering van Taiwan zijn doel was. Hij wil de geschiedenis ingaan als

de man die China één gemaakt heeft. De meeste Taiwanezen willen dat niet en denken aan de


2

brutale repressie van Hongkong. Hoewel China beweert dat Taiwan sinds de Oudheid bij China hoort,

was dat enkel tussen 1683 en 1895, dus 212 jaar. De VS steunen Taiwan, maar ze beloven geen

soldaten. Een echte oorlog zou verwoestende gevolgen hebben. Het Chinese streven naar

hegemonie bedreigt de vrede in Oost-Azië: China wil de controle over heel de Oost- en Zuid-Chinese

Zee ten koste van vijf andere landen. In de Oost-Chinese Zee maakt het ruzie met Japan over de

Senkakoe-eilanden, die slechts 7 km² beslaan. In de Zuid-Chinese Zee vindt 15% van de wereld-

visvangst plaats, treft men 13% van de gasreserves aan en ze bevat ook veel zeldzame metalen. In

2016 heeft het Internationaal Gerechtshof van Den Haag zich hierover uitgesproken ten voordele van

de Filippijnen, maar China trekt zich daar niets van aan (p.175-180).

De Chinese ambities botsen wel op enkele uitdagingen: vastgoedproblemen, schulden (272% BBP,

zoals de VS), vergrijzing, jeugdwerkloosheid van 21% en minder vertrouwen van de elite in Xi.

De vruchtbaarheidsgraad ligt op 1,3 en in Shanghai en Peking zelfs op 0,74 en 0,87.Verklaringen zijn

de hoge kosten van huisvesting en onderwijs, de emancipatie van de vrouwen en hun professionele

ambities.

In 1960 was de levensverwachting 44 jaar, nu 77. In 2035 zullen er 400 miljoen gepensioneerden zijn

en zal China oud zijn voordat het rijk is (p. 217-241). Momenteel telt het ‘atheïstische’ China bijna

vier keer meer gelovigen dan partijleden: 350 t.o. 95 miljoen.

Het aantal CCP-leden is wel gestegen naar 100 miljoen: 69% mannen, 31% vrouwen (Sinocism,

01.07.25).

De CCP controleert en vervolgt de godsdiensten en alle burgerbewegingen. Honderden

mensenrechtenactivisten zijn aangehouden. Het gedachtegoed van Xi vervangt het vrije denken op

de universiteiten. Taiwan, Tibet en Tiananmen mogen er niet aan bod komen. Professoren worden

gecontroleerd en verklikt. Geheim Document nummer 9 somde in 2013 de zeven Westerse gevaren

op: democratie, vrije markt, universele waarden, vrijheid van pers, burgerrechten, onafhankelijke

rechterlijke macht en de historische vergissingen van de partij (p. 250). Voor persvrijheid staat China

op plek 172 van 180, voor godsdienstvrijheid is het nog erger. In 1949 waren er 120.000

boeddhistische monniken, in 2020 nog 46.000. Het christendom verontrust de CCP nog meer: deze

‘vreemde’ godsdienst telt bijna evenveel leden als de CCP: 70 miljoen protestanten en 12 miljoen

katholieken. De repressie is hard. Het Sociaal Kredietstelsel beloont of bestraft bedrijven en

individu’s, het dient vooral om hen te controleren, maar het geniet grote steun bij de bevolking: 80%

keurt het goed (p. 256-257).

Het milieu is een ramp: 300 miljoen plattelandsbewoners consumeren ondrinkbaar water en 20 van

de 30 meest vervuilde steden zijn Chinees. China heeft de meeste koolmijnen, maar tegelijk is het

wereldkampioen in zonnepanelen, windturbines en elektrische auto’s.

Vele jongeren verkiezen tang ping/blijven liggen boven de 996: werken van 9 tot 9, gedurende 6

dagen per week. De bedrijfsleiders zijn ongerust, omdat Xi de ideologie belangrijker vindt dan de

economie. De controle op Alibaba, Tencent, JD.com e.a. is versterkt, Alibaba kreeg een boete van 2,8

miljard dollar, waardoor de groei is afgeremd. De buitenlandse investeringen zijn in 2023 ingestort

tot het laagste niveau sinds 1993. Het aantal Chinese startups daalde van 51.302 in 2018 naar slechts

1.202 in 2023 (p. 263-266). Meyer beweert dat er binnen de top van de CCP twee fracties zijn: een

elitaire uit de rijke provincies met Xi en een plebejische uit de arme provincies met Hu Jintao, Wen

Jiabao en Li Keqiang. De partij staat dus ook voor grote uitdagingen. Maar zolang als de bevolking

met 95,5% tevreden is over de centrale regering, zal de CCP vlot kunnen overleven (p. 263-270).

Het tiende en laatste hoofdstuk gaat over de EU. China is onze eerste importeur met 20,5%, maar

slechts de derde voor export (8,8%). Het handelsdeficit wordt groter, niet enkel door Chinese

subsidies, maar ook door hun technologische voorsprong, zeker in chips en batterijen. Europa heeft

bovendien een 30% lagere productiviteit dan de VS, zodat onze achterstand dubbel is. Afrika gaat

gebukt onder een Chinese schuldenlast van 180 miljard dollar, China is er alomtegenwoordig en toch

blijft de EU de eerste handelspartner en investeerder. Europa kan China anders benaderen dan de VS

door zijn historische banden, zijn ander economisch en sociaal systeem en zijn multilateralisme.

Maar ons aandeel in het mondiaal BBP is gedaald van 19% in 2000 naar 15% in 2023. De VS zijn ook

gedaald, van 21 naar 16%, China is gestegen van 7 naar 18%! En door de winst van nationalistische

en extreme partijen in juni 2024 is het Europees project verzwakt: een kwart van het Europees

parlement is nu populist en vaak Euro-sceptisch. De strategische autonomie van de EU is dus beperkt


3

als evenwichtsfactor tussen China en de VS. De agressieve dreiging van Rusland, Iran en China

versterkt wel de Europese samenwerking (p.293-295).

Beoordeling

Meyer waarschuwt duidelijk voor de Chinese dreiging. Zijn sterkte zit vooral in het cijfermateriaal:

bijna alle stellingen voorziet hij van statistieken. Zijn bronnen zijn zowel Chinees als internationaal.

De EU en de VS zijn dus gewaarschuwd: Xi wil de eerste plaats veroveren, maar de Amerikaanse

economie en hun leger blijven voorlopig nummer één.

Van de lezer wordt wel wat kennis van de economie verwacht. Enkele opmerkingen: vele titels van

boeken staan in de voetnoten, maar niet in een overzichtelijke bibliografie. Het boek staat vol

afkortingen: een deel wordt verklaard op p. 9-10, een groter deel niet. De lezer mag dus zelf

uitzoeken wat BATX, BTP, CDB, PBoC etc. betekenen. De Engelse afkortingen omschrijft hij in het

Frans: ADIZ is dus Zone d’Identification de Défense Aérienne i.p.v. Air Defense Identification Zone. Hij

vermeldt de importtarieven van Trump van 2018, niet die van 2025.

Hij zegt dat België en Nederland samen 36.200 km² beslaan (p. 186). Het is 30.688 plus 41.865, dus

72.553, het dubbele. De Veiligheidswet voor Hongkong dateert niet van 2010 (p. 186), maar van 30

juni 2020.

Spanje was geen kolonisator van Taiwan (p. 189), Portugal, de Nederlandse VOC en Japan wel. 2013

(einde zero-covid-politiek, p. 219) moet 2023 zijn. Bij de Jezuïeten, die een grote rol speelden in

China (p. 290), ontbreken Ferdinand Verbiest en Nicolas Couplet.

Al met al een zeer boeiend boek dat de lezer permanent wakker houdt.


Referentie:

Claude Meyer,

La Chine de Xi Jinping.

Menace pour la paix et l’ordre Mondial.

Editions de l’Aube, La Tour d’Aigle, januari 2025

320 pagina’s, afkortingen, tabellen, noten.

ISBN 978-28-159-5607-9; € 23.


©Jef Abbeel, juni-juli 2025 www.jefabbeel.be



bottom of page