Le roman vrai de Gorbatchev

Vladimir Fédorovski


Fedorovski (°1950) was diplomaat en adviseur van de Sovjetleiders Brezjnev en Andropov. Hij was

goed bevriend met Aleksandr Jakovlev (1923-2005), de voornaamste adviseur van Gorbatsjov en de

architect van glasnost en perestrojka. Hoewel Jakovlev dagelijks samenwerkte met Gorbatsjov,

vertelde hij aan Fedorovski dat het onmogelijk was om in zijn raadselachtige psyché binnen te

dringen (p. 9). Gevierd als een held in het Westen, wordt hij door de Russen gehaat en beschouwd

als verrader van zijn machtige Sovjet-Unie en als verantwoordelijke voor alle problemen, zelfs voor

de gigantische inflatie van 2.500 % in 1992, tijdens Jeltsin.

De val en ontbinding van de SU had vele gevolgen: een exodus van intellectuelen, 25 miljoen Russen

die ineens in landen woonden waar ze beschouwd werden als vreemdelingen en een veel lagere

status voor Rusland.

Fedorovski vindt dat de bolsjewistische staatsgreep van oktober 1917 al een einde maakte aan een

land dat zich snel ontwikkelde. Bovendien executeerden Lenin-Trotski-Stalin ruim 25 miljoen

mensen. In dat getal zitten nog niet de 5 miljoen die stierven tijdens de door Lenin veroorzaakte

hongersnood (1921-1922) en een zelfde aantal tijdens de door Stalin georganiseerde uithongering

(1932-1933). Poetin verwerpt die negatieve kijk op 70 jaar communisme.

Gorbatsjov had van zijn politieke vader Joeri Andropov de raad gekregen om te doen zoals Deng: de

economie geleidelijk liberaliseren, maar met ijzeren hand, dus zonder politieke vrijheden. Hij

luisterde niet en liberaliseerde ook de politiek en de media. Een kleine groep profiteerde hiervan om

zich enorm te verrijken. Bovendien, aldus Fedorovski, zorgden Reagan en daarna Bush voor een lage

olieprijs om … de economie van Rusland kapot te krijgen. Jakovlev en Gorbatsjov hoopten tevergeefs

dat het Westen de democratische Russen zou helpen om de financiële en economische crisis te

overwinnen. In plaats daarvan, vernederden zij de Russen door tegen alle beloftes in de NAVO uit te

breiden tot aan de grenzen van Rusland. In de jaren ’90, tijdens Jeltsin, ontstond dan nog een

kapitaalvlucht van 120 miljard $ per jaar, een wereldrecord, terwijl 50% van de Russen in armoede

leefde.

Na deze introductie spreekt de auteur over de jeugd van Gorbatsjov in het zuiden van Rusland. Zijn

grootouders waren kleine boeren. Hun grond werd afgepakt in de jaren ’30. Drie ooms stierven

tijdens de hongersnood (1932-33), één grootvader werd naar de goelag verbannen als ‘koelak’, de

andere gearresteerd als ‘trotskist’ (p. 23-24). Een grootvader van Raïssa, ook een ‘koelak’, werd in

1937 doodgeschoten door de NKVD (voorloper van de KGB).

In de jaren ’50 studeerde Gorbatsjov aan de universiteit van Moskou. Hij was er primus perpetuus.

Zijn beste vriend was Zdenek Mlynar (1930-1997), die in 1968 het manifest van de Praagse Lente

opstelde. Al in 1953, dus tijdens zijn studies, trouwde Gorbatsjov met Raïssa Titarenko, een mooie

vrouw uit West-Siberië, die professor werd aan de universiteit. Ze ondervonden toen ook de censuur,

de woningnood, de eindeloos lange files aan bijna lege winkels.

Op 1 maart 1953 kreeg Stalin een hersenbloeding. Beria beval hem te laten slapen (p. 33). Bij de

begrafenis zou Beria tegen Molotov gezegd hebben dat hij de dictator geliquideerd had (p. 34). Er is

ook een andere versie: Oleg Chlevnjoek zegt in zijn biografie van Stalin (2015) dat de medewerkers

bang waren om de door Stalin ontslagen Joodse artsen uit de gevangenis te halen, omdat ze dan zelf

nadien ontslagen zouden worden.

Beria stelde voor om de goelag-gevangenen te laten terugkeren en hij liet ook een dossier opmaken

over de misdaden van Stalin. Chroesjtsjov gebruikte het in 1953. Beria wou zelfs de economie

liberaliseren en de Duitse eenmaking toelaten. In bepaalde opzichten was hij dus een voorloper van

Gorbatsjov (p. 35). Maar iedereen was bang van hem en Chroesjtsjov, Malenkov en Zjoekov

organiseerden een complot tegen hem en lieten hem executeren. Fedorovski is kritisch over

Chroesjtsjov: hij speelde een zeer actieve rol in de georganiseerde hongersnood van 1932-33 (met 5

à 8 miljoen doden) en in de terreur van 1936-37. Op zijn beurt werd hij het slachtoffer van een

complot. Volgens Fedorovski was niet Brezjnev de organisator, wel de KGB. Brezjnev was wel tot

ergere zaken bereid, nl. om het vliegtuig van Chroesjtsjov te laten neerschieten of om hem te laten

executeren, maar dat wou de KGB niet (p. 41-49). Fedorovski vermeldt niet dat Chroesjtsjov


2

levenslang huisarrest kreeg. Tijdens de eerste tien jaar van Brezjnev was de bevolking meer tevreden

dan nu en de term ‘stagnatie’, die Gorbatsjov hanteerde voor het tijdperk van Brezjnev, klopt

volgens Fedorovski niet: er was meer vooruitgang dan tijdens de perestrojka (p. 66-67). In zijn laatste

jaren namen de corruptie en de zwarte markt wel enorm toe in de vorm van illegale ateliers en dus

illegale producten in de winkels en verschenen de eerste ‘rode’ miljonairs.

Terug naar Gorbatsjov. Vanaf 1969 werd hij bevriend met de zeer invloedrijke KGB-baas Joeri

Andropov, één van de vele Russische toppers met Joodse roots. Hij krijgt veel lof van Fedorovski,

hoewel hij in 1956 meegewerkt had aan het neerslaan van de Hongaarse opstand en in 1968 aan de

inval in Praag. In 1970 werd Gorbatsjov eerste secretaris van de partij in Stavropol (p. 52). Toen kreeg

hij voor het eerst een fatsoenlijk huis en andere voordelen van de nomenclatura. Hij mocht zelfs op

reis: in 1974 naar België, in 1975 naar West-Duitsland, in 1976 naar Frankrijk. In 1983 zag hij hoe de

landbouw in Canada veel efficiënter was dan in zijn land en antwoordde hij in de Canadese

parlementscommissies op alle vragen. Toen begon ook de samenwerking met Jakovlev, die toen

ambassadeur was in Ottawa. In 1984 bezocht hij Thatcher, die op haar beurt Reagan informeerde

over deze nieuwe wind in het Kremlin.

In 1982 kwam Andropov aan de macht, helaas slechts voor 7 maanden. De zieke Tsjernenko volgde

hem op tot 10 maart 1985. Fedorovski beschrijft deze dag en de dag daarop van uur tot uur, met veel

insider-informatie. Op 11 maart 1985 werd Gorbatsjov secretaris-generaal. Jakovlev zei tegen

Fedorovski: “Hij heeft me nooit bedankt voor de hulp daarbij en hij kon zo goed liegen dat iedereen

hem geloofde: de oude Reagan, de sluwe Mitterrand en ook Gorbatsjov zelf.”

Hij was wel een topper in het sluiten van compromissen en hij kwam bewust onder de gewone

mensen, wat andere partijleiders niet deden (p.106-107). Zijn super-geheime telefoon werd

afgeluisterd door de CIA, die trouwens ook tijdens de staatsgreep van 1991 van alles op de hoogte

was (p.110).

Perestrojka en glasnost waren zeer goed bedoeld, maar ze verliepen te traag en ze leidden helaas tot

een lagere productie van cement, kolen, spoorwegmateriaal, tractoren, kunstmest (p. 120). De anti-

alcohol-campagne ging in tegen de traditie van de Russen en maakte Gorbatsjov zeer impopulair (ze

noemden hem secretaris-mineraal) en leidde ook tot vele doden omdat de Russen zelf wodka gingen

stoken.

In zijn buitenlandse politiek was de ommekeer het grootst: geen nucleaire proeven meer,

terugtrekking uit Afghanistan, einde aan de Koude Oorlog, de Muur en de bezetting van Oost-Europa,

vrij verkeer van personen, inclusief voor de Joden, die met 1 miljoen naar Israël trokken en de

Russische Duitsers, die naar het herenigde Duitsland trokken. In Rusland oordeelt men daar nu heel

negatief over: ze noemen hem een verliezer over de hele lijn (p. 131-132). Ook het feit dat zijn vrouw

zoveel invloed had, werd slecht aanvaard (p. 135-145). Dan had hij nog eens zware pech met de

ontploffing van Tsjernobyl, de te lage olieprijzen, de opstanden in Kazachstan (december 1986), in de

Baltische landen (1987 e.v.), Oekraïne en Armenië (om Nagorno-Karabach), de stakingen in de olie-

industrie en van de mijnwerkers, van wie de levensverwachting 47 jaar was (p. 161). Door die

stakingen was er geen verwarming en technische werkloosheid in andere sectoren. Bedrijfsleiders

kregen financiële onafhankelijkheid en profiteerden daarvan om miljonair te worden en geld naar

het buitenland over te hevelen: 110 miljard $ in 1988-89.

In augustus 1989 maakte Gorbatsjov een einde aan de Brezjnev-doctrine: hij weigerde binnen te

vallen in Polen, toen Solidarnosc daar de verkiezingen won. Meer dan 100.000 Oost-Duitsers

vluchtten naar West-Duitsland. Thatcher werd ongerust, Mitterrand, Lubbers, de KGB en het leger

waren ronduit tegen een Duitse hereniging (p. 167-168). De KGB en het leger wilden militair

ingrijpen. Gorbatsjov twijfelde, maar Jakovlev en Raïssa overtuigden hem om niet in te grijpen.

Het Oostblok, dat altijd de indruk had door de SU uitgebuit te worden, kostte jaarlijks 40 miljard

roebel. Ook die economische factor speelde een rol in het vrijlaten. Gorbatsjov rekende ook op veel

financiële hulp van Kohl: hij vroeg 60 miljard DM, deels voor de 300.000 Russische soldaten en hun

gezinnen die in de DDR woonden plus de KGB-ers zoals Poetin en zijn gezin (p. 170-173).

Op 7 oktober 1989 vierde de DDR haar 40 ste en laatste verjaardag. Gorbatsjov liet de oude stalinist

Honecker vallen met zijn uitspraak: “Het leven bestraft hen die te laat komen.” (p. 172). En in de

nacht van 8 op 9 november 1989 stapten de Oost-Duitsers door de Muur. 9 november was al een


3

symbolische dag: in 1918 viel dan het Tweede Rijk, in 1938 vond dan de Kristallnacht plaats. De KGB

was razend op Gorbatsjov en plande toen al zijn staatsgreep van 1991.

In november-december 1989 sneuvelden alle Oost-Europese communistische regimes. De publieke

opinie heeft Gorbatsjov nooit vergeven dat hij de SU herleid heeft tot de grenzen van 1939 (p. 174).

Fedorovski somt de namen op van de politici die aan Gorbatsjov beloofden dat de NAVO geen inch

zou oprukken naar het oosten: Baker, Bush, Genscher, Kohl, Gates (CIA), Mitterrand, Thatcher,

Major, Hurd, Wörner (NAVO). De NAVO was dit snel vergeten: al in 1990 werden Hongarije, Polen en

Tsjecho-Slowakije uitgenodigd om lid te worden. En in 1994 besliste Bill Clinton om de organisatie uit

te breiden naar het oosten (p. 175-177).

Bij de 1 mei-parade van 1990 werd Gorbatsjov uitgefloten door de massa op het Rode Plein. Hij

moest de eretribune verlaten. Jeltsin daarentegen, die in 1987 Raïssa had aangevallen, werd steeds

populairder door zijn vulgair gedrag (p. 194-195).

In december 1990 stichtten Fedorovski, Jakovlev, Sjevardnadze en Sobtsjak de ‘Beweging voor de

democratische hervormingen’, om zich te verzetten tegen de conservatieven in de CPSU en in de

KGB. Fedorovski stopte dan als promotor van de perestrojka in Parijs en als diplomaat. Gorbatsjov

liet hen afluisteren en schaduwen (p. 204-207). De ‘Beweging’ was goed bedoeld, maar werd geen

succes.

In januari 1991 viel de KGB binnen in de Baltische landen om de regeringen omver te werpen.

Gorbatsjov ondernam niets en strafte niemand. Jeltsin vroeg zijn ontslag en erkende de

soevereiniteit van die landjes. Op 12 juni 1991 won Jeltsin vlot de Russische presidentsverkiezingen

met 45 miljoen stemmen op 106 miljoen (p. 210).

Fedorovski vernam dan van een kolonel (Boris, een Armeniër) dat de KGB een staatsgreep

voorbereidde (p. 211). Hij meldde dat aan Jakovlev, die Gorbatsjov verwittigde. Deze reageerde

hautain en vertrok toch op vakantie, één van zijn grootste vergissingen, zoals hij later toegaf. Nooit

was een staatsgreep zo aangekondigd als hier: Jeltsin, Jakovlev, Gorbatsjov, Fedorovski, de CIA

wisten het al weken. Voor Gorbatsjov en zijn aanhangers waren al plaatsen vrijgemaakt in de

Moskouse gevangenis van Lefortovo (p.211-215).

Fedorovski geeft een gedetailleerde beschrijving van het verloop van de staatsgreep van 18-19

augustus 1991 en van de manier waarop Jeltsin hem beëindigde. Ook de vrouw van defensieminister

Jazov speelde hierbij een rol door haar man te verbieden om op de menigte te laten schieten (p. 220-

234). Op 21 augustus kwam Gorbatsjov terug in Moskou. De auteur vermeldt niet dat een grote

massa hem toejuichte, maar dat hij meteen met zijn vrouw naar het ziekenhuis trok. Die had tijdens

de coup een hartaanval gekregen. Op Kerstmis 1991 trad hij af als president en gaf hij de

documenten van het pact tussen Stalin en Hitler en van de massamoord in Katyn door aan Jeltsin. Hij

eiste wel een salaris van president, een appartement, datsja en auto’s. Fedorovski zegt niet wat hij

kreeg, alleszins een datsja buiten Moskou. In 1999 stierf Raïssa aan leukemie in Münster.

De schrijver stelt de vraag of het Sovjet-systeem crimineel was en vernietigd moest worden. Hij zegt

van wel en erkent dat dit een moedige prestatie van Gorbatsjov was. Hij beweert dat Poetin de

verdwijning van de SU de grootste geopolitieke ramp van de 20 ste eeuw noemde (p. 236). Dat klopt

niet helemaal: Poetin zei: “Een heel grote catastrofe.” Fedorovski verwijt de Amerikanen dat ze

permanent spioneerden en in 1996 Jeltsin opnieuw aan de macht brachten (p. 236-237). Jeltsin had

toegelaten dat een aantal Russen miljardair was geworden en miljarden uit het land hadden gesluisd.

Fedorovski eindigt als volgt: “Gorbatsjov was de eerste Russische leider die niet seniel was geëindigd,

geen bloed had vergoten en de grote acteur was van een tragedie van hoop.” (p. 242).

Beoordeling

Fedorovski heeft een biografie samengesteld met veel kennis van zaken en met veel informatie als

bevoorrechte getuige aan de top. Een roman is het niet, de titel kan misleidend zijn. De biografie van

William Taubman uit 2017 is veel uitgebreider (974 p.), maar hij stond niet op de eerste rij bij de

gebeurtenissen. Fedorovski vertelt ook meer over Beria, Chroesjtsjov en (zijn baas) Brezjnev. Hij

heeft ook in het Frans een zeer rijke woordenschat. Als lezer hou je er best een woordenboek bij. Het

is ook niet enkel een biografie van Gorbatsjov, maar van heel zijn tijdperk.

Er staan veel eigennamen in, maar een register ontbreekt helaas. Een kaart is er ook niet bij:

plaatsnamen zoals Tsjita en Fili moet je zelf opzoeken. Soms staat er een telfoutje in: 1989 noemt hij

“onze ans après Prague” (p. 165): dat moet 21 zijn. Een luttel detail in deze zeer boeiende lectuur.


4


Le roman vrai de Gorbatchev / Vladimir Fédorovski

Uitgeverij Flammarion, Paris, februari 2021 / ISBN 978-20-814-8133-6 / 255 p., chronologie

Paperback, 21 x 14 cm / 21,90 euro

Jef Abbeel maart 2021 www.jefabbeel.be

Archief
Zoeken op tags
Categorie