Rome en de Lage Landen. Een geschiedenis van Caesar tot Clovis.
- Jef Abbeel
- 20 apr
- 7 minuten om te lezen
Robert Nouwen
Dit is het nieuwste boek van Robert Nouwen. Hij publiceerde eerder al een hele reeks
uitgaves over allerlei aspecten van de Romeinse Oudheid, maar dit is wel zijn magnum
opus. Hij beschrijft vijf eeuwen Romeinse overheersing, van 58 v.C. tot 476 n.C. Geografisch
gaat het over het huidige Zwitserland, Frankrijk, Luxemburg, België, Nederland, het westen
van Duitsland en soms ook Engeland.
Al in de inleiding spreekt Nouwen vroegere historiografen tegen: de Romeinen brachten
geen vrede en beschaving, Caesar was één van de meest meedogenloze veroveraars uit
onze geschiedenis.
Dat doet pijn aan een Caesar-fan zoals ik, die nog geschoold is in de oude, klassieke traditie
die vooral de nadruk legde op de voordelen van de Romeinse beschaving.
Het boek bestaat uit vier delen. Het begint met de verovering van Gallia Belgica, Caesars
beschrijving van Gallië, de woongebieden van de elkaar bekampende stammen, hun
standenmaatschappij en levensonderhoud.
De oorlog in Gallia begon in 58 v.C. toen Caesar als gouverneur zich verzette tegen de
Helvetii, die vanuit het huidige Genève naar de Romeinse regio Toulouse-Bordeaux wilden
emigreren en het gebied van de Haedui vernietigden. In 58 v.C. werden de Helvetii en de
Suebi verslagen.
Dan kwamen de Belgische stammen in opstand met 336.000 Galliërs en Germanen. Met
40.000 man kon Caesar hen verslaan. Maar in 57, 56, 54 volgden er nog opstanden. Ook die
werden onderdrukt. In 55 v.C. vielen in ‘het land van Maas en Waal’ zelfs 400.000
slachtoffers (p. 53). Dit cijfer kan overdreven zijn. Caesar liet dan in tien dagen een brug
bouwen over de Rijn (p. 54)! Door een hinderlaag van Ambiorix en de Eburonen sneuvelden
in 54 v.C. minstens 6.000 Romeinse militairen (p. 60). Bij de Romeinse wraakactie kon
Ambiorix ontsnappen. Vercingetorix daarentegen moest zich in 52 v.C. overgeven bij de
laatste algemene Gallische opstand (p. 70-71). Caesar toonde geen genade. Enkele andere
stammen werden ook uitgeschakeld. In 51 v.C. was Gallia volledig in Romeinse handen (p.
74). Het resultaat was: een leeggeroofd land en een gedecimeerde bevolking. Dankzij
onderzoek van pollen en zaden in archeologische bodemmonsters weten we dat de akkers
afnamen en de bossen toenamen. Het juiste aantal doden en slaven zullen we nooit kennen:
Caesar schroefde zijn cijfers vaak op om meer indruk te maken in Rome. De Eburones en
Atuatici werden helemaal uitgemoord, als straf voor de twee ontsnappingen van Ambiorix.
Vercingetorix werd in Rome zes jaar ondergronds gevangen gehouden en dan vermoord: dat
was niet fraai. Alle goud dat Caesar vond, sleepte hij mee naar Rome. Het Romeinse
grondgebied was 500.000 km² groter geworden of 17 x België, 12 x Nederland. Jaarlijks
moest het 40 miljoen sestertiën aan belastingen betalen.
Op 15 maart 44 v.C. werd Caesar vermoord door samenzweerders, o.a. zijn aangenomen
zoon Brutus, die de oude republiek wilden herstellen, maar in plaats daarvan een
burgeroorlog veroorzaakten.
In het tweede deel beschrijft Nouwen Gallia Belgica tijdens de Julisch-Claudische dynastie.
De burgeroorlog na de moord op Caesar eindigde pas in 31v.C. (p. 84).
Tijdens de regering van Augustus waren er pogingen van Drusus (12-10 v.C.) en
Germanicus om ook Germania te veroveren. Ook Germaanse stammen zoals de Bataven
namen hieraan deel. Ook voor Augustus is Nouwen streng: hij was een brute imperialist (p.
139). Hij wou het rijk uitbreiden tot aan de Elbe, wat eventjes lukte, dankzij Tiberius. In 7
n.C. was Varus de opvolger van Tiberius. De Germaan Arminius, opgeleid door de
Romeinen, lokte Varus in een hinderlaag. Drie legioenen, bijna 20.000 man, 1/10 de van het
leger, inclusief de drie legioensadelaars, gingen in 9 n.C. verloren in of nabij het
Teutoburgerwald. Augustus kreeg er een langdurige depressie van. In 11 en 12 n.C. staken
Tiberius en Germanicus en in 14-16 n.C. opnieuw Germanicus de Rijn over om de smaad
uit te wissen, maar er kwamen geen veroveringen richting de Elbe.
Hij versloeg Arminius twee keer, maar telkens ontsnapte die. In 19 n.C. werd hij vermoord.
De dader is onbekend.
Ondertussen werd het wegennet aangelegd en uitgebreid. Gallia werd verbonden met Rome,
dat in totaal 120.000 km heirbanen zou tellen. Vooraf was er al wel een beperkt Gallisch
wegennet, waardoor de legioenen van Caesar met al hun bagage 40 tot 70 km per dag
konden afleggen (p. 103-109). Lyon werd het centrale knooppunt. Kassel, Bavay, Tongeren,
Heerlen en Trier waren regionale knooppunten.
Het wegennet was onmisbaar voor de postdienst, met militaire ruiters die 60 à 100 km per
dag aflegden en in nood zelfs het dubbele. Verder was het nuttig voor de verplaatsing van
troepen, het transport van goederen en de romanisering. Ook de waterwegen zoals de
Maas, Rijn en Noordzee speelden hierbij een rol.
De Romeinen stichtten ook steden: die bestonden nog niet in noordelijk Gallia, Germania,
Britannia en de Donauprovincies. Voorburg, Nijmegen, Tongeren telden (slechts) 2.000 à
6.000 inwoners (p. 310). Nijmegen werd gesticht in 19 v.C. als Batavodurum, Trier tussen 19
en 17, Tongeren rond 10 v.C.
Het bestuur van onze gewesten werd geleidelijk georganiseerd. Het vierkeizersjaar 69 en de
daaropvolgende Bataven-opstand zorgden nog voor een korte crisis. Maar in 70 werd hun
leider Julius Civilis verslagen bij Xanten, waar nu een prachtig archeologisch park is.
Deel drie behandelt de Pax Romana in Gallia Belgica en Germania Inferior. In de jaren na de
Bataafse en Joodse opstanden van 70 n.C. kreeg de buitenlandse politiek een meer
defensief karakter en was er bijna 200 jaar vrede.
De Pax Romana was voor de overwonnen volkeren een gewapende vrede: de limes, de
rijksgrens met zijn militaire bolwerken aan de Rijn was niet enkel bedoeld om de vijanden
van de overzijde tegen te houden, maar ook om de bevolking aan de westelijke zijde onder
controle te houden. Zij moesten belastingen betalen, troepen leveren, wegen aanleggen en
onderhouden, voor voedsel zorgen.
Omgekeerd kregen een aantal Gallische en Germaanse vorsten en edelieden het Romeinse
burgerrecht en sommigen werden senator of ridder. Ze spraken Latijn en hun
grafmonumenten waren in het Latijn (p. 237-255). In 212 schonk keizer Caracalla het
Romeinse burgerrecht aan alle vrije mannelijke inwoners.
De financiële beheerder van Gallia Belgica en Germani Inferior, de procurator Augusti, kreeg
een royaal salaris van 200.000 sestertiën (p. 299).
We krijgen ook veel informatie over de villa’s en andere woningen, de landbouw, voeding,
handel, vaklieden, bankiers, andere beroepen, de romanisering, het Latijn als voertaal, het
huwelijk, de mode, klederdracht, badinrichtingen, godsdiensten, grafmonumenten (p. 323-
411).
In deel vier tenslotte behandelt Nouwen het einde van de Romeinse invloed in onze
gewesten en de overgang naar de Middeleeuwen. Verschillende factoren speelden hierin
een rol.
Vanaf 260 kreeg Rome veel last van de invallen van Franken, Alamannen en Saksen, die de
Lage Landen teisterden met hun rooftochten. De Franken vestigden zich in het huidige
Nederland en België. In Rome was de schatkist leeg en bleken de soldatenkeizers corrupt.
Een klimaatverandering speelde een ongunstige rol. Bovendien was er een pestepidemie
rond 165-180 en tussen 250 en 270 en zware overstromingen door verkeerde zoutwinning
(p. 441). De keizers Diocletianus en Constantijn voerden wel een herstelbeleid. Het was de
periode van de tetrarchie, hervormingen van defensie en leger, economische maatregelen
enz.
Het christendom verspreidde zich langzaam in noordelijk Gallië vanuit Trier, Keulen en
Xanten. Velen beschouwden het als één van de Oosterse mysterie-godsdiensten. Rond 313
hielden de vervolgingen op. Het Romeinse Rijk telde toen ca. 530 kerken. In 380
promoveerde Theodosius het christendom tot staatsgodsdienst (p.490-505).
In de late Oudheid en in de Middeleeuwen kreeg de katholieke kerk meer invloed en
gelovigen. Maastricht nam in de tweede helft van de vierde eeuw de rol van Tongeren over,
mede doordat bisschop Servatius zich daar vestigde rond 384.
In 410 bedreigde Alarik, koning van de Goten, Rome. Bendes Alanen, Vandalen en Sueven
plunderden Gallia tot in Spanje. Frankische immigranten vestigden zich definitief in noordelijk
Gallia; hun koningen werden steeds belangrijker. Clovis, geboren in Doornik (466), koning
van 481 tot 511 (Parijs), was één van de bekendste.
In de 5 de eeuw raakte de economie in vrije val. De invloed van de Romeinse cultuur en taal
nam af naarmate Germaanse stammen meer macht kregen.
Het einde van de Romeinse macht in onze contreien op het einde van de 5 de eeuw had
meerdere oorzaken: epidemieën, terugval van de bevolking, slechte oogsten,
plundertochten, interne problemen zoals de machtsstrijd tussen de keizers en de
economische neergang.
Maar de Augusteïsche wereldorde heeft wel gedurende vijf eeuwen de geschiedenis van
Europa bepaald. De Romeinen hadden Europa al verenigd met hun eenheidsmunt en
uniforme wetgeving. En ondanks de binnendringers bleef Gallia sterk geromaniseerd. (p.
546).
Beoordeling
Robert Nouwen heeft (weer) knap werk afgeleverd en daarbij alle mogelijke bronnen
geraadpleegd. Hij steunt zijn omvangrijke studie niet enkel op literaire bronnen, maar ook op
archeologische, epigrafische en numismatische. Hij weet waarover hij schrijft. Zijn studie is
zeer gedetailleerd en schenkt aandacht aan alle aspecten van het maatschappelijk leven.
Ze gaat niet enkel over toppers, maar ook over gewone boeren, handelaars, vaklieden,
soldaten.
Na een indrukwekkend, gedetailleerd en diepgravend historisch overzicht volgen nog zeven
kaarten van Gallia en Germania, een handige tijdlijn van 58 v.C. tot 560 n.C., een leeswijzer
met titels van boeken, een lijst vertalingen van Latijnse en Griekse schrijvers, een overzicht
van de bronnen, vele noten, een verklarende woordenlijst en een uitgebreid register van
personen en plaatsnamen.
Het boek is voor velen toegankelijk, maar een goede kennis van het Latijn maakt de lectuur
wel aangenamer. Al wie in Nederland en België interesse heeft voor de Romeinse tijd, zal
veel deugd beleven aan dit prachtig uitgegeven boek.
De opmerkingen die nu volgen zijn dus details. Soms mag de lezer even zoeken naar het
jaartal: b.v. p. 54-55: 20 tot 25 juli of p. 65: in augustus. Op p. 71 zegt Nouwen dat de Galliërs
na de nederlaag van Vercingetorix “zich volledig achter Caesar schaarden” en twee regels
verder dat “de onrust bleef voortduren”. De auteur zegt ook niet in welke taal de Galliërs met
Caesar onderhandelden voordat ze geromaniseerd waren. Op p. 98 staat een zetfoutje:
Gallia Comataom: die -om is te veel. De cohors equitata was geen infanterie-eenheid (p.
199), maar een gemengde: voetvolk en ruiters. Latrociniis (p. 296) zou ik vertalen met
roverijen i.p.v. ‘rovers’. ‘Van zodra’ (p. 451) is een gallicisme voor ‘zodra’.
Allemaal details dus die niets afdoen aan de kwaliteit van dit meesterwerk.
Referentie:
Robert Nouwen,
Rome en de Lage Landen
Een geschiedenis van Caesar tot Clovis.
Uitgeverij Lannoo, Tielt, februari 2026
Hardcover, 622 pagina’s, kaarten, tijdlijn, bibliografie, noten, woordenlijst, registers.
ISBN 978-94-014-1195-0; € 39,99.
Jef Abbeel, maart 2026 www.jefabbeel.be


Opmerkingen