Van liefdadig naar rechtvaardig.
Stemmen over de toekomst van internationale solidariteit
Els Hertogen
De auteur is directeur van 11.11.11., een organisatie voor internationale solidariteit. Zij en
twee medewerkers laten hier elf mensen aan het woord over hoe internationale solidariteit er
zou moeten uitzien.
Zij pleiten ervoor om liefdadigheid (iets doen voor een ander uit goedheid) te vervangen door
rechtvaardigheid: de grondoorzaken van ongelijkheid aanpakken tussen het ‘Globale
Noorden’ (Europa, VSA, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland, Japan) en het ‘Globale Zuiden’
(Latijns-Amerika, Afrika, Azië).
De woordvoerders komen uit alle delen van de wereld en verkondigen dat niet het Globale
Noorden het Zuiden ontwikkelde, maar omgekeerd.
Ook het huidige economische systeem, gericht op eindeloze groei van consumptie en
productie, zien zij als een oorzaak van die ongelijkheid en van de teloorgang van de natuur.
Andere negatieve elementen zijn: de belastingontwijking, de hoge schulden met
woekerintresten, oneerlijke handel, de klimaatcrisis.
Sommige medewerkers pleiten voor een economie die niet louter gericht is op de groei van
het bbp, maar op het algemeen geluk en algemeen belang.
Ontwikkelingssamenwerking moet blijven bestaan, maar niet enkel in de vorm van 0,7% van
het bnp, wel in een dialoog tussen gelijke partners, waarbij donoren niets terugvragen voor
hun giften. Ze mogen dus ook geen eisen i.v.m. democratie, mensenrechten etc.
Er moet ook een herverdeling van de macht komen: in de Wereldbank en in het IMF tellen de
stemmen van de arme landen amper mee en in de WTO (Wereldhandelsorganisatie) hebben
de VSA de facto vetorecht.
Ook bedrijven moeten hun sociale verantwoordelijkheid nakomen: niet de winst moet centraal
staan, maar wel een waardig leven voor alle werknemers.
En de natuur moet gerespecteerd worden. Kortom: het boek staat vol goede ideeën.
Toch enkele bedenkingen
Jason Hickel beweert dat er tot 1500 geen kloof was tussen Noord en Zuid en dat de armoede
in het zuiden er pas gekomen is door de kolonisatie (p. 18). Welnu, in 1500 had Europa al
vele welvarende steden, van Londen tot Moskou en al 40 à 50 universiteiten (F. Hayt - J.
Grommen, ‘Atlas van de algemene en Belgische geschiedenis’, kaart 60), terwijl Afrika nog
grotendeels analfabeet was. Die mooie steden en universiteiten waren er echt niet gekomen
door de ‘plundertochten van 300 jaar’ (p.18).
De slavenhandel richting Amerika krijgt terecht veel kritiek (p. 19), maar de auteur rept met
geen woord over de Arabische slavenhandelaars, die veel wreder te keer gingen in Oost-
Afrika (handen afhakken was een vondst van hen, niet van de Europeanen) en in Zuid-
Europa. Vanaf 1822 keerden een aantal slaven terug naar Afrika en stichtten daar Liberia, dat
in 1847 onafhankelijk werd. Vanaf 1865 mochten in principe alle slaven terugkeren naar
Afrika.
Ethiopië ontsnapte op een paar jaar na (1889-1896 en 1936-1941) aan de kolonisatie, maar is
even arm als de ‘uitgebuite landen’.
Nigeria is één van de meest ontwikkelde landen van Afrika op technologisch vlak, maar toch
importeert het 90% van zijn software. Ook dat is de ‘schuld van het Westen’ (p. 42).
Uiteraard wordt er niet verteld dat het ook kampioen is in het bijna dagelijks ontvoeren en
uitmoorden van christelijke schoolkinderen.
Vrouwen in het Zuiden moeten meer rechten krijgen (p. 46-55). Daar zijn we het allemaal
mee eens. Ik denk dat geen enkel land of bedrijf uit het Noorden dit tegenhoudt. Ik vrees
alleen dat lokale tradities dit proces in de weg staan. Hier uiteraard geen woord over de
2
dagelijkse en uiterst wrede verkrachtingen in Oost-Congo, door zwarten. Dokter Denis
Mukwege mag de toegetakelde meisjes nadien herstellen.
De auteurs pleiten voor onbeperkte migratie (p. 78-82), maar ze vragen zich niet af welke de
gevolgen zullen zijn als straks de helft van Afrika en van het Midden-Oosten naar Europa
komen en hier dan de meerderheid vormen.
Ze vinden ook dat de leningen kwijtgescholden moeten worden. Ik ben benieuwd hoe China
hierop zal reageren. Wellicht door een haven of een mijn in beslag te nemen.
Er is weinig of geen kritiek op de regimes die sinds 1960 in Afrika aan de macht zijn en die
zichzelf mateloos verrijkt hebben. Ze citeren Proudhon (“Eigendom is diefstal”), maar dan
verwijzen ze niet naar die dictators en hun entourage, wel naar de voormalige kolonisatoren.
De Congolezen waren in 1960 welvarender dan nu, de universiteiten, ziekenhuizen, scholen,
kortom de hele infrastructuur was model voor heel Afrika en in veel betere staat dan nu, ze
hadden meer welvaart dan de Chinezen en Zuid-Koreanen, nu is er weer honger, chaos,
armoede, door de schuld van hun eigen leiders.
Black Lives Matter krijgt hier de ene pluim na de andere, maar geen enkel woord van kritiek
op de massale vernielingen en plunderingen in de VSA en in Brussel (7 juni 2020), waar een
aantal winkeliers nog altijd niet bekomen is van de opgelopen trauma’s en waar geen enkele
plunderaar gestraft werd.
Samengevat: dit boekje is een prachtig pleidooi voor een betere wereld, maar zeer eenzijdig:
de auteurs schuiven alle schuld op de kolonisatoren van het rijke Noorden, terwijl het Zuiden
nu al 60 jaar de tijd heeft gehad om de toestand te verbeteren in plaats van te verslechteren.
Doordat elke vorm van nuance ontbreekt, lijkt het mij een gemiste kans.
Uitgeverij Lannoo Campus, Leuven/A’dam, mei 2021 / ISBN 978-94-014-7491-7 /
Paperback, 136 p. , 23 x 17 cm, € 25,99
© Jef Abbeel mei – juni 2021 www.jefabbeel.be
Comments