top of page

China en Rusland

  • Jef Abbeel
  • 30 jan
  • 6 minuten om te lezen

Sören Urbansky / Martin Wagner


Twee Duitse onderzoekers maakten een grondige studie van de relatie tussen China en Rusland sinds

1618, toen de eerste Russische missie naar China plaatsvond.

Hun gemeenschappelijke grens bedraagt nu 4.000 km, maar was 12.000 km rond 1900. Hun

vriendschap kent geen grenzen, aldus Xi en Poetin op 4 februari 2022, vlak voor de inval in Oekraïne.

De missie van 1618 mislukte. Idem die van 1656, doordat Baikov weigerde de kowtow, de

drievoudige knieling, te doen. Hij beschouwde tsaar Aleksej Romanov als gelijkwaardig aan Qing-

keizer Shunzhi. Maar hij verruimde wel de Russische kennis over China, terwijl China nog geen

interesse had in Rusland, dat geen tribuut-betalende vazalstaat wou zijn, wat het in 2026 wel lijkt te

worden. De missies toonden de diepe culturele en politieke kloof tussen beide rijken.

In 1639 bereikten Kozakken de Grote Oceaan en in 1643 de Amoerrivier.

Het symbolische keerpunt was het grensverdrag van Nertsjinsk in 1689, dat dank zij de Franse en

Portugese Jezuïeten Gerbillon en Pereira tot stand kwam. Het werd opgesteld in het Latijn, Mantsjoe

en Russisch en later vertaald in het Chinees en Mongools. Voor het eerst sloot China een

internationaal verdrag met een ander land. Het hield anderhalve eeuw stand.

Tussen 1858 en 1860, tijdens de Taiping-opstand (1850-1864) en de Tweede Opiumoorlog (1856-

1860), werd de vruchtbare Amoerregio aangehecht door Rusland. Vooral Oekraïense boerenfamilies

trokken ernaar toe. De strijd in Centraal-Azië daarentegen verliep in het voordeel van China: in 1881

voegde het Xinjiang als provincie bij het keizerrijk.

In de Japans-Chinese oorlog van 1894-1895 leed China een smadelijke nederlaag: het verloor Taiwan,

zijn invloed op Korea en zijn prestige. Japan werd de eerste moderne grootmacht van Azië. China

moest toestaan dat Rusland het laatste deel van de Transsiberische spoorweg door Mantsjoerije

naar Vladivostok aanlegde. Rusland speelde de baas, Chinese arbeiders deden het werk. Bovendien

moordden de Russen vele Chinezen uit in Harbin (1898) en duizenden in Blagovesjtsjensk (1900),

nadat de Boksers in Peking het Russisch-orthodoxe missiehuis hadden aangevallen en meer dan 200

Chinese bekeerlingen hadden gedood.

Als reactie op de Russische expansie in Noordoost-China, viel Japan in februari 1904 de Russische

vloot aan bij Port Arthur. Na de Russische nederlaag brak in 1905 de eerste revolutie uit tegen de

tsaar en tegen de oorlog in het Verre Oosten. Rusland moest Zuid-Sachalin en de Koerilen afstaan

aan Japan, dat invloed verwierf in Mantsjoerije.

Na de Russische revolutie van 1917, vluchtten veel tsaar-gezinden naar Harbin, waar ze helaas

verarmden en soms zelfs bedelaars werden. Na 1949 werden ze helemaal verdreven. De Russische

revolutie had ook gevolgen voor China, waar in 1921 de CCP/Chinese Communistische Partij werd

opgericht door Henk Sneevliet en Mao, onder streng toezicht van Moskou, dat tegelijk een

bondgenootschap sloot met de Kwomintang van Sun Yat-sen. Met Russische hulp won Mao de

burgeroorlog. Hij trok voor twee maanden naar Moskou (dec. 1949-febr. 1950). In 1950 sloten Stalin

en Mao in Moskou een vriendschapsverdrag, waarvan Stalin de inhoud dicteerde. In de Korea-oorlog

(1950-53) waren ze bondgenoot. Maar Chroesjtsjov werd door Mao niet als gelijkwaardig

beschouwd. Zijn destalinisatietoespraak had ook gevolgen voor China: ze bracht Mao’s macht en

persoonlijkheidscultus in gevaar. De relatie verslechterde. In 1960 trok Chroesjtsjov zijn technici

terug. Toen China in 1962 binnenviel in India, koos de SU de kant van India. En in 1963 koos

Chroesjtsjov de kant van de VS om de atoomtests te beperken. Maar in oktober 1964 had Peking zelf

een atoombom.

De onderdrukking van de Praagse Lente was voor Mao een signaal dat Brezjnev ook in China kon

binnenvallen wegens afwijking van de Moskouse lijn. In 1969 brak er een grensoorlog uit met bijna

duizend doden. China verweet Moskou dat het 4169 grensincidenten geprovoceerd had, dubbel

zoveel als China uitgelokt had (p. 162). Tot 1969 bleef Moskou zich opstellen als belangrijker dan

China. In augustus 1969 dreigde het zelfs met een kernaanval. Maar in september 1969 behoedden

de premiers Kosygin en Zhou Enlai de wereld voor een kernramp.


2

Nixon maakte gebruik van Mao’s wantrouwen tegenover Rusland en trok in 1972 in het geheim naar

Zhou Enlai en Mao. China hielp de VS uit de oorlog in Vietnam en kreeg in oktober 1971 de plaats van

Taiwan in de VN-Veiligheidsraad.

Mao’s Culturele Revolutie richtte zich ook tegen de SU: in 1967 werden de leuzen “Hang Brezjnev

op” en ‘Gooi Kosygin in de kokende olie!’ aan de ambassade geplakt, er werd van alles vernield en

een diplomaat mishandeld. Li Lisan, partijtopper, maar getrouwd met een Russische, werd toen dood

gefolterd. Zijn vrouw werd pas acht jaar later vrijgelaten uit haar isoleercel. In Harbin waren de

Russische ballingen het doelwit: hun kerk werd in augustus 1966 verwoest door Rode Gardisten.

Na de dood van Mao deed Brezjnev meteen een poging tot toenadering, maar die werd afgewezen.

Hua Guofeng en Deng Xiaoping zorgden voor een ander beleid, maar ze lieten Mao overeind: de

destalinisatie werd niet overgenomen. In 1979 verkondigde China zelfs dat het in 1980 het

vriendschapsverdrag van 1950 niet zou verlengen. De inval in Afghanistan vergrootte de afstand met

China. In 1982 deed Brezjnev in Tasjkent een nieuwe poging tot toenadering. Nu was Peking bereid

tot betere betrekkingen. Toen Brezjnev stierf in november 1982, kwam buitenlandminister Huang

Hua naar de begrafenis. Tijdens Andropov verzevenvoudige de handel met China: van 250 miljoen

dollar naar 2 miljard. In mei 1989 normaliseerde Gorbatsjov de betrekkingen met de hoogste leider

Deng en secretaris-generaal Zhao Ziyang. Na het vertrek van Gorbatsjov werd het protest op

Tiananmen bloedig neergeslagen. Dan volgde er nog een repressie van anderhalf jaar.

De SU viel daarna uiteen. In 1996 haalde Jeltsin Jiang Zemin over tot een strategisch partnerschap

met jaarlijkse bezoeken, terugtrekking van de grenstroepen, samenwerking op vele terreinen,

teruggave van talrijke eilandjes aan China. China kende een enorme economische groei, Rusland ging

fel achteruit. De angst voor de demografische expansie van het gele gevaar bleef nog even bestaan,

maar met het vriendschapsverdrag van 2001 kwamen beide landen weer bij elkaar. In juli 2001

ondertekenden Jiang Zemin en Poetin ook nog een verdrag van twintig jaar strategisch partnerschap.

Het gaat over veel wapens en olie. En het aantal uitwisselingsstudenten steeg van 700 Russen en

6.000 Chinezen in 2.000 naar respectievelijk 19.000 en 30.000 in 2018 (p. 228).

In 2001 richtten ze ook de Shanghai-samenwerkingsorganisatie op, die de liberale internationale

orde en de Amerikaanse dominantie afwijst. Poetin wil een multipolair systeem, maar Xi wil China tot

leidende wereldmacht maken. Ze zijn voor niet-inmenging, maar ze doen dat zelf wel in

respectievelijk Georgië en Oekraïne, de Zuid-Chinese zee en Taiwan.

De neo-imperialistische Nieuwe Zijderoute (°2013) vergrootte de invloed van China in Centraal-Azië

en Oost-Europa, die Moskou vroeger als zijn domein beschouwde. De Transsiberische spoorweg en

Rusland verloren hierdoor aan belang. China is nu de belangrijkste handelspartner van de Centraal-

Aziatische landen (p. 231-232).

De oorlog in Oekraïne bracht Rusland en China nog dichter bij elkaar. Peking rekent op een Russische

overwinning en heeft begrip voor de ‘legitieme veiligheidszorgen van Rusland’ (p. 247). Het zorgt dat

de Russische oorlogsindustrie blijft draaien en dat de consumenten geen tekorten ondervinden.

Het had ook wel belangen in Oekraïne: 1/5 de van de graanimport kwam van daar en China was actief

in de havens van Odessa, Marioepol en Mykolaiv. Het zegt dat ‘Washingtons streven naar

hegemonie verantwoordelijk is voor de oorlog in Oekraïne’ (p. 253).

De oorlog heeft Rusland definitief afhankelijk gemaakt van China. In het verleden ontleende China

wel veel: het communisme, het model van partij- en staatsopbouw, enkele spoorwegen. Nu zijn de

rollen omgekeerd. Poetin en Xi ontmoetten mekaar al 45 keer, aldus Bermann! En de retoriek van

goede vriendschap haalde het op de historische momenten van vijandschap.

Beoordeling

Dit is een zeer grondige studie, met telkens verwijzingen naar bronnen, voor een groot deel ook

Russische en Chinese. De auteurs beheersen beide talen en nog enkele andere. De noten (p. 269-

309) en de literatuurlijst (p. 311-332) zijn indrukwekkend. Achteraan staat een handig chronologisch

overzicht van 1582 tot 2022.

Er gaat veel aandacht naar de ideologische verschillen, waardoor de lectuur soms saai is.

Ik mis een beoordeling van Mao. De auteurs beschrijven meer dan ze oordelen. Ook de oorlog tegen

Japan, het verloop van de burgeroorlog en Stalins rol in beide krijgen weinig aandacht. Daarvoor


3

kunnen we wel terecht bij het boek van Bermann, ex-ambassadrice van Frankrijk in China (2011 e.v.)

en Rusland (2017 e.v.). Het verscheen bijna gelijktijdig.

Druk- en zetfoutjes zijn schaars: ‘Oekraïns’ (p. 25 en 271) moet Oekraïens zijn, ‘Ceasar’(p. 26) moet

Caesar zijn. En ‘2 mei 1969’ (p. 162) moet 2 maart zijn. De kwaliteit van het papier stemt niet

overeen met die van de inhoud: mijn vulpen loopt erop uit.

Globaal is het een boek van hoog niveau.

Referenties:

a)Sören Urbansky / Martin Wagner,

China en Rusland.

Vier eeuwen gedeelde geschiedenis.

Uitgeverij Omniboek, Utrecht / VBK, Antwerpen, november 2025.

Vertaling van: ‘China und Russland’, door Michel Bolwerk en Carolien Ruijssenaars-Hoedjes.

Foto’s, kaarten, noten, bronnen, literatuur, chronologie.

336 p., ISBN 978 94 0192 1329; €27,99.

b)Sylvie Bermann,

L’Ours et le Dragon.

Russie-Chine: Histoire d’une amitié sans limites?

Uitgeverij Tallandier, Paris, mei 2025.

288 p., ISBN 979 1 0210 62030; € 21,90.

Jef Abbeel januari 2026 www.jefabbeel.be



Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
bottom of page