Het verhaal van RuslandMythe en macht.


Orlando Figes


Dit is het zoveelste boek van Rusland-specialist Orlando Figes. In de inleiding schetst hij de discussie

tussen Rusland ne Oekraïne over hun gezamenlijke geschiedenis. Poetin interpreteert die op zijn

manier, vindt dat zijn buurland geen recht heeft op onafhankelijkheid en dat Rusland het mag

beschermen tegen Westerse inmenging. De Russische geschiedschrijving zit volgens hem vol

hardnekkige mythes, die voortdurend herschreven worden om te voldoen aan de wensen van het

heden en van de toekomst.

Het begint al met Vladimir de Grote. Over hem bestaan geen geschreven bronnen uit zijn tijd, enkel

latere kronieken en legendes. Het enige schriftelijk verslag dateert uit de 12 de eeuw, van de Kievse

monnik Nestor. In 882 zou Kiev-Roes, de ‘eerste Russische staat’, gesticht zijn door Oleg, een Zweed.

Maar we weten niet of Rurik van Novgorod en Oleg van Kiev echt bestaan hebben. De Russische

geleerde Lomonosov beweerde zelfs dat de Russen afstammen van de Baltische Slaven en teruggaan

tot de Trojaanse oorlogen. De Groot-Russische chauvinisten tijdens Stalin en na de val van de SU

beweerden zelfs dat het Slavisch thuisland heel het gebied van de SU omvatte en dat de

Noormannen geen rol hadden gespeeld in het ontstaan. De Russen stamden dus af van de oude

Slaven en Russen, Oekraïners en Wit-Russen vormen samen één volk (p. 27-28).

Ivan IV de Verschrikkelijke hemelde Vladimir al op als de ‘eerste Russische tsaar’ en hij beweerde dat

hij de enige wettige opvolger was van de vorsten van Kiev en van de keizers van Byzantium.

Het doopsel van Vladimir in 988 was niet het eerste: grootvorstin Olga (945-960) was hem voor,

maar Vladimir betrok er heel zijn volk in. En zijn zoon Jaroslav (1019-1054) bouwde de grote kerken,

vol iconen, waarvoor de Russen bidden. Kiev-Roes telde in de 12 de eeuw 40.000 inwoners, meer dan

Londen, bijna zoveel als Parijs. En het had al een volksvergadering van vrije mannen. Het latere

Moskovië had dat niet.

In 1240 maakten de Mongolen een einde aan het Kievse rijk. Ze hadden de beste ruiterij ter wereld

en ze hadden heel Europa kunnen veroveren. Maar in 1241 trokken ze zich terug na de dood van

grote Khan Ögedei . De Gouden Horde heerste van de Oeral tot Bulgarije, maar liet de kloosters en

de icoonschilderkunst bloeien (p. 45-50).

Het Kievse rijk was door de Mongolen zo veranderd dat Rusland, Oekraïne, Belarus niet kunnen

beweren dat ze er de voortzetting van zijn. De westelijke helft kwam met Minsk en Kiev onder de

invloed van Litouwen en Polen, met een gekozen koning en parlement. De Russische helft werd

onderverdeeld in 14 leengoederen en kreeg een autocratie.

In 1380 kon Moskou voor het eerst een Tataars leger verslaan bij Koelikovo (Z van Moskou). Die

overwinning wordt in Rusland nog altijd gevierd. Voor Poetin is ze het bewijs dat Rusland al in de 14 de

eeuw een grootmacht was en dat het Europa heeft gered van het Mongoolse gevaar, wat niet klopt,

want de Mongolen rukten al sinds 1241 niet verder op. Zo ook had Rusland in 1812-1815 Europa

gered tegen Napoleon en in 1941-45 tegen Hitler. Zijn diepe wrok jegens het ‘ondankbare’ Westen

komt uit deze nationalistische mythes. De overwinning was van korte duur, want in 1382 werd

Moskou opnieuw verslagen, geplunderd en half uitgemoord door de Mongolen (p. 54-56).

Tot 1502 / 1550 (Ivan IV) bleef Moskovië een vazal van de Mongolen. In Oezbekistan en Kazachstan is

de bevolking grotendeels van Mongoolse afkomst (p. 58-59).

Een positief gevolg van de Mongoolse tijd was de postbezorging met paarden en koeriers: ze was de

snelste ter wereld. Een brief uit Moskou was binnen drie dagen in Novgorod, 660 km verder. Bij de

Mongoolse erfenis hoort ook de autocratie en de volledige onderwerping van de bevolking aan de

tsaar, die heel zijn grondgebied beschouwde als zijn persoonlijk bezit. Poetins oligarchen zijn nu ook

volledig afhankelijk van hem. Figes situeert de oorsprong van de huidige corruptie in het toenmalige

systeem waarin de ambtenaren en de bojaren(grondbezitters) zich mochten verrijken door geld en

goederen te eisen van de bevolking (p. 61-64).

In Oekraïne was de Mongoolse invloed zwakker en van kortere duur: de Kievse gebieden waren

meer op het Westen (Polen, Litouwen, Europa) gericht, wat niet wil zeggen dat ze altijd een Europees

volk waren (p. 64-65).


2

In 1547 werd Ivan IV tot eerste tsaar en autocraat van heel Groot-Rusland gekroond. Volgens de

mythe was hij de opvolger van de keizer van Byzantium en zelfs van keizer Augustus.

Op grond van deze fictieve afkomst maakte Moskou toen al aanspraak op de gebieden van het

voormalige Kiev-Roes, die toen bij Litouwen-Polen hoorden en nu deels overeenkomen met Oekraïne

en Belarus. Toen was Moskou één van de rijkste handelssteden van Europa, het telde 100.000

inwoners, dubbel zoveel als Londen (p. 66-71).

Tsaar en kerk vormden een eenheid. De tsaar had zoveel macht dat het leek alsof iedereen slaaf was

van hem. Zo moesten de bojaren zich ‘uw slaaf’ noemen. Ook dat was een erfenis van de Mongolen.

Van 1500 tot 1917 groeide Rusland met gemiddeld 130 km² per jaar tot het grootste land ter wereld.

Na Ivan IV volgde de ‘Tijd der Troebelen’ (1584-1613), die eigenlijk langer duurde want in 1648 waren

er nog opstanden.

De Romanovs (1613-1918) stamden volgens Figes niet af van de Kievse vorsten, maar hun stichter

Michaël I liet het stoffelijk overschot van Vladimir de Grote (behalve het hoofd) wel overbrengen van

Kiev naar Moskou. Vladimir, letterlijk heerser over de wereld, werd het symbool van de verenigde

familie van Groot-Russen, Klein-Russen en Wit-Russen.

In 1649 verscheen het eerste wetboek. Het bleef in gebruik tot 1833. Het was een eerste stap in de

richting van een rechtsstaat: alles werd vastgelegd in wetten, ook de lijfeigenschap. Het verklikken

van kritische burgers werd een plicht en een gewoonte (p. 97).

In de 17 de eeuw verdubbelde de oppervlakte van Rusland. De verovering van Siberië verliep even

wreed als de oorlog in Oekraïne: platbranden, executeren, massaverkrachtingen, … (p. 102). In de

Russische geschiedenisboeken wordt ze vreedzaam voorgesteld: alweer een mythe.

In 1654 werd een groot deel van Oekraïne Russisch grondgebied: de hetman van de kozakken zocht

bescherming bij de tsaar.

Tot 1682 / Peter de Grote was Rusland barbaars en achterlijk. Er waren geen universiteiten, geen

academies voor kunst of wetenschappen, bijna geen gedrukte boeken. Peter de Grote bracht daar

verandering in: het jaar ‘7209’, de Byzantijnse jaartelling vanaf de Schepping (5508 v.C.) werd 1700,

de kledij moest westers worden, het leger werd het grootste ter wereld. Daarmee kon hij tussen

1709 en 1721 de Oostzee veroveren op de Zweden. Hij tooide zich met de Romeinse titel ‘Imperator’

i.p.v. de Byzantijnse ‘Werktuig Gods en Verdediger van het geloof’. Hij hechtte veel belang aan

onderwijs en wetenschap. Maar bij het gewone volk bleef er nog lang verzet bestaan tegen de

verwestering (p. 111-121). Peter veroorzaakte een kloof tussen de westers georiënteerde

intelligentsia en de vrome dorpswereld van de boeren en van de latere slavofielen. Die kloof duurde

tot 1917, toen de bolsjewieken het voorbeeld van Peter volgden met hun opgelegde

moderniseringen.

Catharina de Grote krijgt hier weinig aandacht, maar zij breidde het rijk wel uit ten koste van Polen

en Potjomkin in het zuiden met de Krim (1783). Catharina vond dat zo’n uitgestrekt rijk met 194

volkeren (telling van 1926) enkel bestuurd kon worden door een autocraat.

Alexander I kwam in conflict met Napoleon over het Continentaal Stelsel. Hij werd de bevrijder van

Europa. Zijn opvolger Nicolaas I kreeg in 1825 een opstand van officieren, de Dekabristen. Een

nieuwe politiedienst, de verre voorloper van de FSB, moest opstanden voorkomen. Bij de Belgische

Opstand van 1830 tegen Nederland wou Nicolaas zelfs tussenbeide komen, zoals afgesproken was in

Wenen (1815), maar hij had zijn leger nodig om een opstand in Polen te onderdrukken.

In de 19 de eeuw waren de slavofielen tegen de hervormingen van Peter de Grote, voor de mythe van

Rusland als verdediger van de christelijke waarden, voor de ‘Russische ziel’ van naastenliefde en

verbondenheid.

Bij de Krimoorlog (1853-54) werd Rusland zo vernederd dat de wrok tot vandaag voortduurt, m.n. bij

Poetin en zijn entourage (p. 156-17).

Tsaar Alexander II begreep dat veranderingen nodig waren. Hij schafte de lijfeigenschap af, maar de

grond ging naar de dorpscommune, de Mir, niet naar de boeren. In 1881 werd de tsaar-bevrijder

vermoord. Zijn hervormingen werden teruggedraaid door Alexander III. Er waren steeds meer

revolutionairen actief in Rusland.


3

Bij de revolutie van 1905 bleef de tsaar nog overeind, maar in februari 1917 trad hij af en tijdens de

Oktoberrevolutie werd heel de tsarenfamilie uitgemoord in juli 1918. Hetzelfde lot trof tijdens de

Rode Terreur een paar miljoen welgestelden en geestelijken.

Bij de Vrede van Brest-Litovsk(maart 1918) verloor Rusland 34% van zijn bevolking (toen 55 miljoen),

32% van zijn landbouwgronden, 54% van zijn industrie en 89% van zijn kolenmijnen (p. 206).

In 1920 volgde een algemene rantsoenering en werd bij de boeren al het graan afgepakt. Gevolg:

hongersnood, waarbij Amerika moest komen helpen.

De mythe van de heilige tsaar werd in 1917 verruild voor de verering van Lenin en Stalin, die overal

hun standbeelden kregen. Stalin voerde de strijd tegen de ‘koelakken’, een soort vrije boeren,

verder op: zij werden gearresteerd en gedeporteerd, hun bezittingen werden in beslag genomen.

Vanaf 1929 werden met geweld kolchozen opgericht. De boeren slachtten nog snel hun vee: tussen

1928 en 1933 halveerde de veestapel. De geheime dienst moest meer dan 1 miljoen

koelakkenfamilies deporteren naar strafkampen voor dwangarbeid. De kolchozen verloren zo de

bekwaamste boeren. De hongerterreur van 1932-1933 veroorzaakte 8,5 miljoen doden, vooral in

Oekraïne. De dwangarbeiders van de Goelag legden spoorwegen en kanalen aan, zoals het Witte

Zeekanaal, waar 100.000 arbeiders werkten en grotendeels sneuvelden, ze dolven steenkool en

goud, hakten hele wouden om en zorgden voor economische groei.

De Grote Terreur (1936-38) trof ook de top van de partij en van het leger (512 van de 767 hoge

officieren). De ondertussen teruggekeerde koelakkenfamilies werden zwaar aangepakt met 376.000

executies op 670.000 arrestaties. In 1937 werden gemiddeld 1500 mensen per dag doodgeschoten.

Stalins paranoia en angst voor een vijfde colonne tijdens de komende oorlog gaven de doorslag.

In 1938 decreteerde hij dat het Russisch de enige voertaal moest zijn op alle scholen.

Na het pact met Hitler veroverde hij de oostelijke helft van Polen, de Baltische landen en

deporteerde hij 400.000 Polen en 140.000 Balten naar Siberië. Tot 21 juni 1941 collaboreerde hij met

Hitler door de helft van de export naar Duitsland te laten gaan: brandstoffen, delfstoffen,

levensmiddelen, katoen (p. 236-243).

De Duitse inval was een ramp voor de Russen. Het aantal doden lag enorm hoog: 12 miljoen soldaten

plus nog meer burgers, samen 25 à 28 miljoen. De opofferingsbereidheid zorgde voor de

overwinning.

Na de verovering van Oost-Europa zorgde Stalin voor een nieuwe mythe: Rusland als bevrijder van de

mensheid. Hij censureerde de componisten, ontsloeg de Joden uit hun functies, liet ze martelen en

deporteren naar Siberië.

Chroesjtsjov hekelde in zijn ‘Geheime toespraak’ de Stalincultus. De censuur werd milder,

Solzjenitsyn durfde het in 1962 als eerste aan om over de goelag te schrijven. Maar niemand durfde

in 1956 ‘Dokter Zjivago’ van Pasternak te publiceren.

Brezjnev promootte het Russisch nationalisme als tegengif voor de westerse ideeën. Solzjenitsyn

werd verbannen na zijn ‘Goelag Archipel’ (1973). De armoede op het platteland bleef groot en in de

stadswinkels was er een tekort aan alles behalve aan wodka. De levensverwachting van de mannen

daalde van 66 in 1964 naar 62 in 1980. Rusland werd de grootste importeur van voedsel.

Gorbatsjov, wiens beide grootvaders slachtoffer waren van Stalins terreur, bracht verandering waar

Andropov al op aangedrongen had. De glasnost maakte tijdelijk een einde aan vele mythes over het

grootse Sovjetverleden. In 1989 volgden de eerste democratische verkiezingen. In de Baltische

landen en in Georgië ontstonden nationalistische bewegingen en werden resp. 17 en 19

demonstranten gedood door de Sovjet-politie. Op 18-22 augustus 1991 volgde een staatsgreep tegen

Gorbatsjov. Jeltsin kwam als winnaar uit de strijd. Gorbatsjov trad op 24 augustus af als secretaris-

generaal. In december 1991 ontbonden Jeltsin, Kravtsjoek en Sjoesjkevitsj de SU, iets wat Gorbatsjov

en de meerderheid van de Russen niet wensten (p. 268-271).

Maar de oude elites bleven aan de macht en werden dank zij de privatiseringen miljonair of

miljardair. Gewone mensen verkochten hun vouchers (aandelen) voor een prikje aan slimme zakenlui

zoals Chodorkovski, Potanin, Goesinski, Berezovski. Zij kregen in 1995 ook de grote staatsbedrijven in

handen, in ruil voor leningen aan Jeltsin. In 1993 werd de wit-blauw-rode vlag, destijds ingevoerd

door Peter de Grote, weer de nationale vlag.


4


De couplegers kregen al in 1994 amnestie en hoge posten in banken of bedrijven !

In 2000 kwam Poetin aan de macht, nadat hij zich in de jaren 90 illegaal had verrijkt in Sint-

Petersburg. Hij promootte de traditionele waarden: patriottisme, collectivisme en een sterke staat.

Zijn doel was en is: herstel van Rusland als grote mogendheid. Hij eiste de tv-zenders van Goesinski

en Berezovski op: die hadden kritiek op Poetins wrede oorlog tegen Tsjetsjenië. Ook andere

oligarchen zoals Chodorkovski moesten hun bedrijf afstaan. Zijn critici werden voortaan ‘vijanden van

het volk’ genoemd. Hij onderwierp de Doema en de gouverneurs aan zijn macht. Rusland werd een

‘soevereine democratie’: Het is vrij om zijn politiek systeem een ‘democratie’ te noemen en het

buitenland moet zich daar niet in mengen. Leraren moesten vanaf 2007 opnieuw de trots op het

Sovjetverleden herstellen. Stalin werd in ere hersteld, er was geen plaats voor schuldgevoelens. De

collaboratie met Hitler (augustus 1939-juni 1941) mocht niet meer besproken worden. Memorial, dat

de misdaden van Stalin onderzocht, werd onder druk gezet en in 2021 helemaal verboden (in 2022

kreeg het de Nobelprijs voor de vrede). Historicus Joeri Dmitrijev kreeg 15 jaar cel : hij had een

massagraf ontdekt met 9.000 doden uit de Stalintijd. Tot 2004 sprak Poetin nog over ‘toetreden tot

de EU en de NAVO !

Het Westen hield Rusland klein, het steunde in 1999 Kosovo tegen het Slavische Servië en Rusland

gebruikte die NAVO-interventie om zijn oorlogen in Georgië (2008), de Krim (2014) en Oekraïne te

rechtvaardigen.

De expansie van de NAVO in oostelijke richting (1999 e.v.) was tegen de afspraken van 1990 in en

zorgde voor de breuk met en voor de wrok van Poetin. Die steunde de opstand van de Donbas en hij

gebruikte de Stepan Bandera-cultus handig om Oekraïne een nazistaat te noemen.

Na twee jaar zelfisolatie uit angst voor corona, dacht Poetin dat hij Oekraïne vlot kon veroveren en

dat de Oekraïners hem met open armen zouden ontvangen.

Het streven naar NAVO-lidmaatschap staat sinds 2019 in de grondwet en is de enige garantie voor

het voortbestaan van Oekraïne. Voor de oorlog was 55% voor het lidmaatschap, einde maart al 72%

(p. 305).

Beoordeling

Figes heeft weer een briljant en zeer kritisch boek geschreven. Hij kent de Russische geschiedenis

door en door en hij speelt met de taal alsof het zijn moedertaal is. Hij is heel kritisch tegenover alle

mythes en zeker tegenover de verhalen van Poetin: “Niets van wat Poetin zegt, is te vertrouwen”(p.

305). En : “De oorlog is het resultaat van Poetins mythes” (p. 307).

Enkele opmerkingen: Figes beweert dat er in de Donbas al 20.000 doden zijn gevallen tussen 2014 en

2022. De meeste bronnen spreken van 14.000. Hij zegt dat Rusland geen natuurlijke grenzen heeft,

ook geen zeeën: dan vergeet hij een paar duizend kilometers van de Noordelijke IJszee, de Beringzee,

de Zee van Ochotsk, de Japanse en de Zwarte Zee. Volgens hem hebben de Russen voor heuvel en

berg maar één woord: gora (p. 28). Maar ze hebben ook cholm, boegor en koergan. In de titel staat:

het verhaal van Rusland. Maar het zijn meerdere verhalen en meerdere mythes. De kaarten (p. 6-9,

22, 44) zijn goed, maar belangrijke steden ontbreken erop. Er zijn geen onderlinge verwijzingen

tussen de tekst en de foto’s (p. 128/1-16): de lezer moet zelf zoeken bij welke tekst de foto’s horen.

Het register is onmisbaar, maar ook daar ontbreken vele namen en begrippen: ik heb er zelf 40

aangevuld.

Referentie

Orlando Figes,

Het verhaal van Rusland

Mythe en macht.

Vertaling van: ‘The Story of Russia (2022).

Uitgeverij Nieuw Amsterdam, A’dam / Lannoo, Tielt, sept. 2022.

335 p., kaarten, foto’s, noten, register.

23 x 15 cm, paperback.


5


ISBN 978 90 468 2802 1; € 29,99.

©Jef Abbeel sept. – okt. 2022 www.jefabbeel.be





Archief
Zoeken op tags
Categorie