Moskou. Een duizendjarige geschiedenis.
Na alle miserie die Poetin de wereld aandoet, is er eindelijk nog eens een overwegend
positief boek over het grootste land van de wereld en vooral over de hoofdstad met haar
13 à 16 miljoen inwoners. Achter hun bruutheid en lompheid, zit hun positieve
levenshouding, hun levenslust en vrolijkheid, ondanks de totale onvrijheid, de stagnatie en
de gevolgen van de oorlog tegen Oekraïne (p. 13).
De auteur bracht een groot deel van zijn leven door in Moskou. Hij volgt de chronologie
van eeuw tot eeuw tot Peter de Grote. Dan gaat hij de thematische toer op.
Hij begint met de legendarische stichting in 1147 door grootvorst Joeri Dolgoeroeki uit
Kiev. Daar ontstond ook het Russische alfabet. Dat verklaart waarom Poetin er alles aan
doet om te voorkomen dat Oekraïne een onafhankelijke, Europagezinde staat wordt (p.
23-31).
Moskou bestond veel eerder dan Rusland zelf. Over de betekenis van de naam is men het
niet eens: moerassige plek of troebel water (p. 25-31)? We krijgen ook de bloedige
geschiedenis van Kiev, dat in de 12de-13de eeuw evenveel inwoners telde als Parijs en
Londen: 45.000 in 1238. Moskou had er toen minder dan 5.000 (p. 40, 58). Maar in 1240
werd Kiev volledig verwoest door de Mongolen. Tot in de 16de eeuw waren er ruïnes van
gebouwen en paleizen. Die Mongolen werden ook Tataren genoemd. Dat klopte niet
helemaal: de Tataren sloten zich aan bij de Mongolen, maar ze hadden een andere taal en
een andere godsdienst: islam in plaats van boeddhisme. In de 13de eeuw bedroeg het
Mongoolse rijk 24 miljoen km², iets meer dan de voormalige Sovjet-Unie (22,4 miljoen
km²) en het telde een kwart van de wereldbevolking (p. 50). De auteur beweert dat de
Mongolen geen barbaren waren, maar tegelijk zegt hij dat ze overal waar ze kwamen de
vrouwen en meisjes verkrachtten en de bevolking uitroeiden (p. 54-62).
In 1238 werd Moskou door hen verwoest. De auteur legt niet uit waarom het
onbeduidende Moskou er bovenop kwam. En evenmin waarom, ondanks de herhaalde
invallen van de Tataren en de vele branden, Moskou de nieuwe hoofdstad werd en Kiev
niet. In 1352 werd Moskou ook getroffen door de pest. Terloops krijgen we uitgebreid uitleg
over de iconenkunst en hun makers, Theophanes de Griek en Andrej Roebljov.
Vanaf Ivan III (1462-1505) waren de Moskouse vorsten niet meer afhankelijk van de
Gouden Horde. Ivan III veroverde Novgorod, Pskov, Rjazan en andere steden. Hij
regeerde als een despoot met onbeperkte macht en liet zich ‘tsaar’ noemen. Hij nam de
dubbelkoppige adelaar over van Byzantium als symbool van gezag over Kerk en Staat en
over Oost en West. Hij vervolgde de Joden, hoewel er prominente Joden aan zijn hof
verbleven. Hij nam Italiaanse architecten in dienst om Moskou te moderniseren en te
voorzien van kathedralen, paleizen en torens. Zijn opvolger Ivan IV (1530-1584) kreeg de
bijnaam ‘De Verschrikkelijke’ of ‘De Ontzagwekkende’. Hij had een professionele
gifmenger in dienst. Hij kon lezen, maar niet schrijven. In 1547 kreeg hij als eerste de titel
‘Tsaar van heel Rusland’. Zijn terreurtroepen gedroegen zich extreem wreed en werden de
voorlopers van de hedendaagse geheime politie. De auteur geeft voorbeelden (p. 133) die
doen denken aan de huidige mishandeling van Oekraïense krijgsgevangenen. In 1581
doodde Ivan IV zelf zijn zoon. Ilja Repin maakte er in 1885 een schilderij van. Met Ivan IV
eindigde de Rurik-dynastie. Hij had er zes of zeven huwelijken op zitten, terwijl de
orthodoxe kerk er maximum drie toeliet.
Tijdens tsaar Boris Godoenov (1598-1605) heerste er drie jaar een hongersnood: van
1601 tot 1603. Mensen aten gras, boomschors en soms was er kannibalisme. Het was
een deel van ‘De Tijd der Troebelen’ (1598-1613). Die bleef nog lang voortleven in het
collectieve geheugen, zeker tijdens Napoleon, WO II, het einde van de Sovjet-Unie en de
uitbreiding van de NAVO (p. 173).
In 1654 vroegen de Oekraïense kozakken aan tsaar Alexis bescherming tegen de Polen in
ruil voor trouw. In 1674 beweerde de Pruisische monnik Innocent Giesel, hoofd van het
Grottenklooster in Kiev, ten onrechte dat Rusland en Oekraïne tegelijk gesticht werden en
dus één geheel vormen. In 1686 droeg Polen de controle op Kiev en op de gebieden ten
oosten van de Dnjepr over aan Moskou, in ruil voor 140.000 roebel (p. 195).
Door deze drie feiten beschouwen vele Russen Oekraïne als een deel van Rusland.
Peter de Grote stichtte een nieuwe hoofdstad. Hij liet de tijdrekening aanpassen: Rusland
telde voortaan vanaf Christus in plaats van vanaf de schepping. Ondanks de verwestering
bleven onmenselijke martelpraktijken bestaan. Dit lijkt een constante in de Russische
geschiedenis, net zoals het overmatig gebruik van wodka (p. 202-204, 289-290).
Bij de brand van 1737 liep de 200 ton zware Tsarenklok onherstelbare schade op, die in
2026 nog te zien is.
In de 18de eeuw waren de vrouwen aan de macht, met Catharina de Grote als
belangrijkste. Maar ze krijgt hier minder aandacht dan boef Vanka (1718-1756), aan wie
18 pagina’s besteed worden. In een later hoofdstuk prijst de auteur haar wel om haar
Verlichte ideeën. In het huidige Rusland wordt ze vooral geprezen om de verovering van
Oost-Oekraïne en van de Krim (1783) door haar vriend Potjomkin.
Alexander I versloeg Napoleon en liet in 1821-1825 het Bolsjojtheater bouwen. Alexander
II schafte in 1861 de lijfeigenschap af. Hij werd er niet voor beloond: in 1881 werd hij
vermoord. Zijn opvolger Alexander III was ultranationalist, orthodox, autocratisch en
xenofoob. Terloops krijgen we dan een pittig beeld van het leven in de (vuile) volkswijk
Zarjadje en van het antisemitisme (p. 286-312).
De bekende straat Arbat mocht niet ontbreken. Er woonden altijd prominente Russen en
veel kunstenaars, o.a. de mystici en de symbolisten. Ze hadden kritiek op de bolsjewieken,
die er de cafés en kerken afbraken en een aantal symbolisten uit het land joegen.
Vandaag is de wijk een populaire bestemming voor cultuurtoeristen, voor zover er nog
Westerse toeristen komen sinds 2022. Ze herinnert hen aan Ruslands uitzonderlijke
bijdrage aan de wereldcultuur (p. 326).
De revoluties van 1905 en 1917 worden ook doorgelicht. Bij die van 1905 gaat er veel
aandacht naar de Oekraïense priester Gapon. Lenin greep de macht in 1917. Hij verloor
de eenmalige verkiezingen en verbood dan in januari 1918 de andere partijen. In juli 1918
liet hij de hele tsarenfamilie uitmoorden. De dictatuur van het proletariaat werd een
dictatuur van de geheime dienst. Kloosters en herenhuizen veranderden in overvolle
gevangenissen. Miljoenen werden vermoord of naar Siberië gestuurd. De bolsjewieken
onderdrukten de kerk en de symbolistische kunstenaars.
De terreur van Stalin krijgt veel aandacht. Onschuldigen werden eerst gemarteld en dan
naar Siberië verbannen of doodgeschoten. De auteur geeft geen concrete cijfers.
De Moskouse metro krijgt een heel hoofdstuk en terecht: hij is mooi, altijd proper,
goedkoop en functioneel. In de jaren 30 werd er nog met de hand gegraven. Er vielen veel
slachtoffers en menig leidinggevende werd geëxecuteerd (p. 414). De bouwers van de
belangrijke Atoombunker-42 werden wellicht ook geëxecuteerd om te voorkomen dat ze
de geheime locatie zouden verklappen (p. 418).
De Christus-Verlosserkathedraal werd gebouwd tussen 1832 en 1883. In 1931 liet Stalin
ze slopen en de laatste resten opblazen. De fotograaf die de sloop moest filmen, werd er
misselijk van. Er moest een groot volkspaleis komen met plaats voor 15.000 communisten.
Dit mislukte door de moerassige ondergrond. In 1958-1960 werd er dan het grootste
zwembad van Europa aangelegd: 13.000 m² ! Dat werd in 1991 gesloten wegens de te
hoge kosten. Tussen 1994 en 1999 herrees de kathedraal er dan met de hulp van
buitenlandse sponsors. In 2012 zorgde Pussy Riot er voor ophef met het punkgebed
“Moeder Gods, verban Poetin”.
De auteur besluit dat 1989 een keerpunt vormde. Toen waren er al spanningen tussen
Rusland en Oekraïne. Poetin zorgde eerst voor rust en dan voor een harde dictatuur.
Groot Moskou telt nu 16 miljoen hoogopgeleide inwoners. Door de sancties zijn de meeste
buitenlandse winkels vertrokken, maar vervangen door Russische (en Chinese). Poetin zit
in een oorlog die vier dagen moest duren, maar nu eindeloos lijkt.
Na dit lang en meestal boeiend verhaal volgen zwart-wit foto’s, helaas van matige kwaliteit
en zonder verwijzingen naar de tekst. Er zijn ook 68 pagina’s noten en een register.
Beoordeling
Morrison is een goed verteller, hij kent zijn onderwerp en de Russische taal door en door,
soms zijn er ook ongeloofwaardige verhalen bij, b.v. dat van Joris de Drakendoder, die drie
keer stierf.
De wandaden van de Tataren werden overgenomen door de Moskouse vorsten: ze
martelden, maakten tegenstanders blind en ze vergiftigden al vanaf 1453 (p. 95).
Er staan veel plaatsnamen in, maar een kaart van Moskou en van Rusland ontbreekt. Een
tijdtafel had er ook bij mogen zijn. Nu moet je van veel personen opzoeken wanneer ze
leefden of regeerden.
Kennis van het Russisch is een groot voordeel, want het boek staat vol van Russische
woorden, weliswaar enkel in onze spelling.
Nog wat details: op p. 52 citeert hij Willem van Rubroek, maar in de noten (p. 479)
ontbreekt de titel van zijn boek. Eudoxia/Ευδοξια is geen ‘Latijn’ (p. 83), maar Grieks.
Gosudar/Государ (gouverneur) leidt hij af van het Griekse despotês / Δεσποτησ(heer en
meester): dat lijkt me twijfelachtig. Michaël heerschappij (p. 180) moet zijn: Michaëls
heerschappij. Pereoelok/Переулок vertaalt hij met ‘laan’ (p. 199): het betekent steegje of
straatje.
‘Bedoeld waren Rusland op één lijn te brengen’ (p. 205): beter is: om Rusland op één lijn
te brengen.
Cholmogory /Холмогоры vertaalt hij als ‘lijkenheuvel’ (p. 211), hoewel het woord lijk
(pokojnik/Покойник of mertvetsj/Мертвец) er niet in zit, wel de woorden
heuvel(cholm/Холм) en berg(gora/Гора). ‘Naxdat’ (p. 246) is een zetfout voor nadat. Na de
nederlaag bij Moskou werd Napoleon eerst verbannen naar Elba. ‘Sint-Helena’ (p. 243)
volgde pas na Waterloo. Het vestigingsgebied voor de Joden dateert hij in ‘1835’: het was
er al in 1791, tijdens Catharina de Grote en het bestond tot 1917.
‘Koerinaja Nozjka/Куриная ножка vertaalt hij als ‘kippenhok’, (p. 314), terwijl het
kippenbout betekent. En ‘Sobatsjja plosjtsjadka’/Собачья площадка als ‘hondenren (p.
314) in plaats van hondenpleintje.
Bij de slachtoffers van de metrobouw (p. 414) vergeet hij de Nederlandse ingenieur Dirk
Schermerhorn, die in 1937 geëxecuteerd werd omdat zijn metro niet volledig af was op 7
november 1936, dag van de revolutie. Gelukkig werd hij in 1956 gerehabiliteerd door
Chroesjtsjov.
Referentie:
Simon Morrison,
Moskou
Een duizendjarige geschiedenis.
Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam/Lannoo, Tielt, juni 2026
Vertaling van ‘A Kingdom and a Village’, door André Haacke en Ruud van der Helm
Harde kaft, 544 pagina’s + 16 pagina’s foto’s; noten, register.
ISBN 978-90-290-9426-9; € 39,99.
© Jef Abbeel, Turnhout, juli-augustus 2026 www.jefabbeel.be


Opmerkingen