Poetins Rusland in vijf moorden. Een politiek-criminele biografie.
- Jef Abbeel
- 12 uur geleden
- 7 minuten om te lezen
Helga Salemon
De schrijfster is Rusland-deskundige bij het ‘Den Haag centrum voor Strategische Studies’.
Ze analyseert hier vijf van de talrijke personen die tijdens Poetin van de aardbol verdwenen.
Als men rekening zou houden met wie uit het raam viel, komen we aan tientallen.
De auteur begint met een korte biografie van Poetin. Al in 1993 verklaarde hij dat hij de
voorkeur gaf aan een Pinochet-dictatuur in Rusland. In 1998 benoemde Jeltsin hem tot hoofd
van de geheime dienst FSB. In 2000 werd ex-burgemeester Sobtsjak dood gevonden in
Kaliningrad. Toen waren er al geruchten dat Poetin erachter zat.
Het eerste slachtoffer van wie we zeker zijn, was Anna Politkovskaja. Zij werd vermoord op 7
oktober 2006, de 54 ste verjaardag van Poetin. De schrijfster kadert de moord in de houding
van Politkovskaja tegenover Tsjetsjenië. In september 1999 werden in Moskou twee
woongebouwen opgeblazen met 250 doden en 200 gewonden als gevolg. Volgens ex-spion
Litvinenko had Poetin de opdracht gegeven en was hij de Tweede Tsjetsjeense Oorlog
begonnen om de hoogste macht te veroveren. Politkovskaja klaagde Poetins corruptie aan
en zijn oorlog tegen Tsjetsjenië in haar boek ‘Poetins Rusland’ (2005). Bij de dodelijke
aanslagen van Tsjetsjeense terroristen in 2002 (Doebrovka-theater) en 2004 (Beslan-
school) wou zij telkens bemiddelen. In 2004 werd zij al eens vergiftigd door FSB-agenten,
net zoals haar collega Joeri Sjtsjekoptsjichin in 2003 met gif vermoord was. In 2006 werd
Politkovskaja vermoord. In 2007 werden de Tsjetsjeense moordenaars geïdentificeerd: de
broers Machmoedov. Pas in 2014 werden vijf betrokkenen veroordeeld tot langdurig
strafkamp. Maar de echte opdrachtgever wou men niet vinden.
Haar opvolgster als onderzoeksjournalist bij de Novaja Gazeta, Jelena Milasjina, werd in
2023 in Tsjetsjenië zwaar mishandeld, kaal geschoren, met groene verf ingesmeerd en in
elkaar geslagen door bewapende mannen.
Twee maanden na Politkovskaja was ex-geheim agent Aleksandr Litvinenko het volgende
dodelijk slachtoffer. Bij de dragers van zijn lijkkist in Londen hoorde oligarch Boris
Berezovski, die in 1996 samen met zes andere multimiljardairs 50% van de Russische
economie bezat (p. 61). Eind 1997 moest Litvinenko Berezovski liquideren. Maar in 2000
vluchtten beiden naar Londen. Ook daar werden ze achtervolgd door de FSB, die op 1
november 2006 Litvinenko vergiftigde met radioactief polonnium-210, atoomkogels die de
menselijke cellen doden. Op 23 november 2006 stierf hij.
Dit was zijn straf voor zijn overlopen, voor zijn boek uit 2001: ‘Blowing up Russia’/‘De FSB
blaast Rusland op’ en voor zijn uitspraak dat Poetin schuldig was aan de moord op
Politkovskaja. De Britse autoriteiten vroegen tegen de zin van premier Tony Blair om de
uitlevering van de vermoedelijke daders Andrej Loegovoj en Dmitri Kovtoen. Maar Moskou
weigert eigen burgers uit te leveren, net zoals in 2014 bij het neerhalen van de MH17. Meer
nog: Loegovoj kreeg van Poetin een onderscheiding en van de LDPR een plaats in de
Doema. Pas in 2014 kwam er in Engeland een openbaar onderzoek. Dat concludeerde dat
het Poetin-regime verantwoordelijk was voor de moord: Rusland was het enige land waar
polonium gefabriceerd werd (p. 95).
Na deze moord volgde nog een poging om ex-spion Sergei Skripal en zijn dochter in
Salisbury te vermoorden met novitsjok. En in maart 2013 hing Berezovski met een strop in
zijn badkamer: het is onduidelijk of het moord of zelfmoord was. De meeste Russen denken
dat Litvinenko door Russen is vermoord, maar … dat hij dit verdiend had (p. 96-97).
Nummer 3 is Sergej Magnitski. Als fiscaal jurist was hij een gevaar voor de autoriteiten: hij
had een grote belastingverduistering van 230 miljoen dollar bekend gemaakt. De ontduikers
waren twee hoge politieofficieren, Karpov en Koeznetsov en vooral minister van defensie
Serdjoekov. Deze werd in 2012, na een tweede corruptieschandaal, wel ontslagen, maar hij
werd niet vervolgd en bleef lid van de Veiligheidsraad en behield hoge functies met
privileges. Magnitski werd op 24 november 2008 thuis aangehouden door Koeznetsov. Die
draaide de beschuldiging om: nu werd Magnitski beschuldigd van belastingverduistering. Hij
moest al zijn beschuldigingen tegen Koeznetsov intrekken, maar dat weigerde hij. Ze stopten
hem dan in een veel te kleine cel met meer dan 50 gevangenen, van wie de meesten
rookten. Gaan zitten was onmogelijk. Na vijf maanden kreeg hij een ontsteking van de
alvleesklier, maar hij mocht niet naar een ziekenhuis. Hij stierf op zijn 37 ste door gebrek aan
verzorging. Toen hij door hevige buikpijn psychisch verward was, knuppelden acht bewakers
hem dood in een isoleercel (p. 100).
In de VS werd in december 2012 de Magnitski-wet goedgekeurd: Russische functionarissen,
die mensenrechten schenden, komen op een sanctielijst. Groot-Brittannië en Canada
volgden het Amerikaanse voorbeeld in 2017. De EU liet de lidstaten vrij om sancties op te
leggen. Nederland en Duitsland kozen voor handel en deelname aan Nord Stream, ook na
de annexatie van de Krim (p. 132-133).
Boris Nemtsov is slachtoffer nummer 4. In 2015 werd deze kroonprins van Jeltsin
doodgeschoten wegens zijn protest tegen Poetins corruptie en tegen zijn aanval op Oost-
Oekraïne.
Nemtsov was een Joodse natuurkundige. In 1990 werd hij verkozen tot parlementslid.
Tijdens de staatsgreep van augustus 1991 koos hij de kant van Jeltsin. Hij werd de meest
succesvolle politicus van de jaren 90. In 1996 bood Jeltsin hem aan om president te worden,
maar hij weigerde helaas. De oligarchen Berezovski en Goesinki wilden hem ook niet als
president of premier en begonnen in 1997 een lastercampagne tegen hem, waardoor zijn
populariteit daalde. In augustus 1999 benoemde Jeltsin dan Poetin tot premier. Nemtsov zelf
noemde Poetin toen de ‘waardigste presidentskandidaat (p. 153). Ze spraken mekaar aan
met de voornaam en met ‘jij’. In 2002-2003 volgde de breuk: Nemtsov verzette zich tegen de
opsluiting van Chodorkovski. Poetin zorgde dan dat Nemtsovs partij niet meer op tv mocht
komen en een nederlaag leed bij de verkiezingen.
In 2004 koos Nemtsov de kant van de Oekraïners. Hij werd zelfs adviseur van president
Joesjtsjenko. Maar door zijn verzet tegen Poetin werd hij een paria bij de elite.
Na zijn dood werden de Tsjetsjeense moordenaars snel gevonden. Schutter Dadajev
beweerde Nemtsov gedood te hebben voor zijn kritiek op de islamitische terroristen die
twaalf medewerkers van Charlie Hebdo vermoord hadden. Een tweede reden was Nemtsovs
veroordeling van de agressie tegen Oekraïne in 2014 en zijn uitspraak dat de uitbreiding van
de NAVO als reden voor de inval voor 100 procent gelogen was. In 2017 werden vijf daders
veroordeeld tot 11 à 20 jaar strafkolonie. Organisator Geremejev ontsnapte naar Dubai. De
opdrachtgevers bleven onbekend: wellicht Kadyrov en Poetin (p. 165).
Prigozjin was minder braaf dan de vorige vier slachtoffers. Op 23 augustus 2023 stortte zijn
privévliegtuig neer op 100 km van Moskou. De tien inzittenden waren allemaal overleden. De
staatstelevisie zei dat de inzittenden schuldig waren aan het ongeval: ze zouden de
vluchtprocedures geschonden hebben. De slachtoffers werden dus als schuldigen
aangewezen, net zoals bij de velen die uit het raam gegooid werden. Brazilië wilde de
oorzaak van het neerstorten van zijn Embraer onderzoeken, maar mocht dat niet. De echte
oorzaak was een bom onder een vleugel van het toestel. Geheim agenten zouden die
geplaatst hebben in opdracht van Poetin. Deze had een originele verklaring: de Wagner-top
had zichzelf onder invloed van drugs en alcohol opgeblazen met handgranaten (p. 173).
Pas nu volgt een korte biografie van de rebel. Zijn geldhonger deed hem inbreken in auto’s
en in appartementen en overvallen plegen. Daarvoor kreeg hij in 1981 dertien jaar goelag. In
1990 werd hij vervroegd vrijgelaten. Hij begon hotdogs te verkopen en opende een
supermarktketen. En ook chique restaurants, waar hij Poetin rond 1995 de eerste keer
ontmoette en bediende. Vanaf 2000 mocht hij ook de grote staatsbanketten van Poetin
verzorgen en vanaf 2012 werd hij de cateraar van het Russische leger.
Met zijn trollenfabriek verspreidde hij via zes Facebook- en tien Twitteraccounts veel
Kremlinpropaganda en desinformatie. Zo ondermijnde hij de onafhankelijke Russische media
zoals de Novaja Gazeta. Hij verspreidde ook nepnieuws over de MH-17-ramp.
In 2014 richtte hij zijn huurlingenleger op, waarmee hij optrad in Oekraïne, Syrië en Afrika.
Zijn Wagner-Groep raakte vooral bekend door de optredens namens het Kremlin in Afrika.
Prigozjin kreeg een deel van de diamanten of van het goud. Russische journalisten die dat in
juli 2018 wilden onderzoeken in de Centraal-Afrikaanse Republiek, werden daar vermoord
(p. 197). In Oekraïne veroverden de Wagner-troepen in mei 2023 de stad Bachmoet. Daarna
keerde Prigozjin zich tegen minister van defensie Sjojgoe en stafchef Gerasimov, omdat ze
hem te weinig munitie bezorgden. In juni 2023 werden de Wagner-huurlingen verplicht in
dienst te treden van het ministerie van defensie, wat hun einde betekende. Prigozjin viel dan
Poetin zelf aan door te zeggen dat hij op 24 februari 2022 gelogen had toen hij beweerde dat
Oekraïne en de NAVO Rusland gingen aanvallen (p. 201). Zo tekende hij zijn doodvonnis.
Zijn protestmars van 24 juni 2023 was wellicht bedoeld om Poetin te overhalen om Sjojgoe
en Gerasimov te ontslaan of aan hem over te leveren (p. 201-202).
Voor Poetin was het een schok te zien hoe snel de Russen bereid waren de volgende
dictator te verwelkomen. Hij noemde het landverraad en zei dat de organisatoren ervoor
zouden boeten (p. 202). Hij liet Prigozjin levend verbranden in zijn privévliegtuig (p. 203).
De schrijfster besluit dat vier van haar vijf voorbeelden zich ingezet hebben voor de
democratie, dat ze daarom vermoord zijn en dat weinigen in en buiten Rusland daar wakker
van lagen.
Het Russische parlement maakte dit mogelijk door wetten goed te keuren die in strijd zijn
met de grondwet, maar waarmee Poetin zijn tegenstanders als ‘buitenlandse agenten’,
‘vijanden van het volk’ of als ‘extremisten en terroristen’ kan vervolgen en de rijkdom van de
oligarchen kan afpakken (p. 207). Gevolg: Berlijn en Vilnius herbergen nu tienduizenden
Russische politieke vluchtelingen. Hun bankrekeningen en bezittingen zijn geconfisqueerd
en ze riskeren hun nationaliteit te verliezen. Amsterdam is de basis geworden van ‘The
Moscow Times’ en van tv-zender Dozjd.
Beoordeling
De schrijfster onthult met veel details en veel precisie de gebeurtenissen voor en na elke
moord. Haar verslag leest als een misdaadroman, waar je soms koude rillingen van krijgt.
Achteraan (p. 221-223) staan haar bronnen, o.a. vele Russische, maar in de tekst verwijst ze
er niet naar.
Terloops worden nog een paar andere slachtoffers vernoemd: mensenrechten-advocaat
Stanislav Markelov, de journalisten Joeri Sjtsjekotsjichin, Anastasia Barboerova en Viktoria
Rosjtsjina. Een volledige lijst van vermoorde en uit het raam gevallen Russen ontbreekt
helaas.
Die lijst wordt nog groter: op 15 juni 2026 is de Russische kunstenaar en karikaturist in Polen
doodgeschoten, wellicht om zijn karikaturen van Poetin, Loekasjenko e.a.(News.de,
17.06.26).
Er is ook geen kaart met de vele plaatsnamen. In de bibliografie staan enkele boeken in het
Engels, terwijl ze ook in het Nederlands bestaan: o.a. die van Masha Gessen, Catherine
Belton en van Mark Galeotti (p. 221).
Een paar details: de juristen ‘diende’ zes aanklachten in (p. 110): dat moet zijn: dienden.
Ющенко is in onze spelling Joesjtsjenko en niet Joesjenko (p. 154); in de ‘verspreidde’
berichten is één ‘d’ voldoende.
Referentie
Helga Salemon,
Poetins Rusland in vijf moorden.
Een politiek-criminele biografie.
Uitgeverij Pegasus, Amsterdam/Mythras Books, Antwerpen, mei 2026
Paperback, 228 pagina’s, foto’s, bronnen.
ISBN 978-90-614-3520-4; € 23,50.
©Jef Abbeel, Turnhout juni 2026 www.jefabbeel.be


Opmerkingen