Poetins tsaristische droom. Geschiedenis als wapen in de Russische politiek.
- Jef Abbeel
- 18 mei
- 7 minuten om te lezen
Beatrice de Graaf en Niels Drost
De auteurs onderzochten 11.693 toespraken, persconferenties en interviews van Poetin en
ze tonen aan dat hij sinds het jaar 2000 geleidelijk radicaliseerde. Toen hij het gevoel kreeg
dat Europa hem niet respecteerde, verklaarde hij de oorlog aan het Westen. Hierbij
misbruikte hij de geschiedenis en de orthodoxe kerk.
De auteurs proberen te achterhalen waarom hij droomt van een Groot Russisch Rijk en
waarom hij daarvoor honderdduizenden Russen, Oekraïners en anderen de dood injaagt.
Hij vertrekt daarbij van het idee van Russische superioriteit, van heilsgeschiedenis en van de
speciale missie als ‘Derde Rome’ om de historische randgebieden weer in te lijven bij dat
Rijk.
Zijn radicalisering drijft hem naar geweld, kleptocratische zelfverrijking en antidemocratische
methodes om vermeende vijanden zoals Anna Politkovskaja, Boris Nemtsov en Aleksej
Navalny uit te schakelen. Met zijn hybride oorlogsvoering teistert hij ook Europa.
De auteurs geven een beknopte biografie van Poetin en noemen de val van de Muur een
scharnierpunt. Toen hij op 9 augustus 1999 onverwacht premier werd, was hij de vijfde in
korte tijd en leek ook hij een overgangsfiguur te worden. Maar in september 1999 trad hij
meedogenloos op tegen Tsjetsjeense terroristen: Grozny werd verwoest. In Rusland viel dat
in de smaak: Poetins populariteit steeg van 31 naar 80%. Op 31 december 1999 werd hij
door Jeltsin aangeduid als nieuwe president en in maart 2000 won hij de verkiezingen met
53%.
Al in 1994 had hij tegen de Duitse consul-generaal in Sint-Petersburg gezegd dat de Krim,
oostelijk Oekraïne en noordelijk Kazachstan altijd deel zullen uitmaken van het Russische
territorium (p. 36). De invallen van 2014 en 2022 waren dus al voorspeld.
In 2000 werden de vlag en de tweekoppige adelaar uit de tsarentijd in ere hersteld, net zoals
de drie principes orthodoxie, autocratie en nationalisme, die al in 1833 waren vooropgesteld
door Sergej Oevarov, toen Minister van Onderwijs (p. 41). Op p. 74 zeggen ze dat Rusland
die vlag al in 1991 weer had ingevoerd. De auteurs leggen daar ook de betekenis uit.
In september 2001sprak Poetin het Duitse parlement toe en stelde hij zoals Gorbatsjov een
Gemeenschappelijk Europees huis voor en een veiligheidsstructuur voor een verenigd
Europa van Lissabon tot Vladivostok. Hij wou dat Rusland gelijkwaardig lid werd van de
NAVO. Er kwam niets van in huis. De historische figuren die hij bewonderde waren pro-
Europees: Peter de Grote, Catharina de Grote, Alexander I. Zij hadden het rijk uitgebreid en
Alexander I had zelfs de Fransen vergeven voor de verwoestingen van Napoleon. In 2003
organiseerde Poetin een EU-Rusland-top in Sint-Petersburg. En hij noemde graag de
historische banden met de VS: in beide wereldoorlogen waren zij bondgenoten en in 1776
had tsarina Catharina geweigerd de Amerikaanse rebellie tegen de Engelsen mee te
onderdrukken.
De uitbreidingen van de NAVO en van de EU betekenden verlies van status voor Rusland,
dat niet uitgenodigd werd.
Vanaf 2003 braken kleurenrevoluties uit in de buurlanden Georgië, Oekraïne, Kirgizië,
Moldavië. Poetin zag die landen als zijn achtertuin en als een nog grotere bedreiging dan de
EU en de NAVO. Een democratisering van Oekraïne was Poetins angstdroom : dat zou
overslaan op Rusland. Poetin zag elke revolutie als de oorzaak van chaos en vernietiging,
ook die van 1917.
Op de Veiligheidsconferentie van München in 2007 verraste hij het publiek met zijn
aanklachten tegen de NAVO-uitbreiding en tegen de unipolaire wereld, waarin Rusland
slechts een tweederangsrol had gekregen. Hij citeerde er NAVO-secretaris-generaal Wörner,
die op 17 mei 1990 beloofd had geen troepen buiten de DDR te plaatsen. Volgens de
auteurs heeft Poetin de woorden van Wörner verdraaid of bewust anders geïnterpreteerd (p.
69). Maar deze woorden zijn wel blijven hangen.
In augustus 2008 viel Rusland binnen in Georgië: dat land behoorde sinds 1784/1800 tot de
Russische invloedssfeer, aldus Poetin en Medvedev.
De auteurs vermelden er niet bij dat Georgië op 5 januari met 77% gestemd had voor NAVO-
lidmaatschap en dat het op 7-8 augustus geprobeerd had de door Rusland gesteunde
separatistische regio Zuid-Ossetië te heroveren.
De Arabische Lente van 2011 e.v. en vooral de moord op Khaddafi brachten Poetin in
paniek: het Westen kon dat hem ook aandoen. Van december 2011 tot mei 2012
protesteerden duizenden Russen tegen de herverkiezing van Poetin (p. 80).
Tussen november 2013 en februari 2014 kwamen ook de Oekraïners op straat tegen
Janoekovitsj. Hij liet ruim duizend betogers doodschieten. Het Oekraïense parlement zette
hem af op 22 februari, hij vluchtte hij naar Rusland, dat op 27 februari 2014 de Krim bezette
(p. 86).
De inname was in strijd met het Memorandum van Boedapest van 1994, waarin Rusland, de
VS en het VK beloofd hadden de grenzen van Oekraïne te respecteren in ruil voor de
overdracht van de kernwapens. Duizenden Russen protesteerden tegen de aanhechting. In
maart-april 2014 volgde de bezetting van delen van de Donbas: de Oekraïense overheid was
niet opgewassen tegen de opstandelingen, die de hulp kregen van Russische troepen. Ze
riepen de Volksrepubliek Donetsk uit en daarna de Volksrepubliek Loegansk. Deze oorlog
duurde acht jaar en kostte het leven aan 14.000 mensen. De inwoners werden
gerussificeerd.
In juli 2021 publiceerde Poetin een essay : ‘Over de historische eenheid van Russen en
Oekraïners’ (Об Историческом Единстве Русских и Украицев) (p. 101) om te bewijzen dat
de Oekraïners bij Rusland horen. Het was een verwijzing naar de volgende interventie,
waarvan de oefeningen al gestart waren in maart 2021. Macron, Merkel e.a. hadden dit niet
door.
In november 2021 sloeg de CIA alarm: er was een invasie op komst. In december 2021 eiste
Poetin dat Oekraïne nooit lid zou worden van de NAVO en dat de NAVO zich moest
terugtrekken uit Oost-Europa (p. 104). De auteurs verwijzen hier naar Mary Sarotte, die in
haar boek ‘Not One Inch’ aantoont dat de claims van Moskou niet kloppen en dat er geen
verdragen zijn geschonden, wat niet belet dat ook die woorden zijn blijven hangen.
Poetin doet zich graag voor als gewone Rus, maar hij heeft zichzelf gepromoot tot tsaar en
enorm verrijkt, wat door Navalny aangetoond werd in 2017-2018 met beelden van zijn paleis
van één miljard euro. Zijn oorlog tegen Oekraïne schrok de wereld wakker. Hij beweerde dat
Oekraïne geen bestaansrecht heeft en dat hij het terugbrengt in het Russische rijk. Velen in
zijn omgeving waren verrast, zelfs Lavrov. Hij ging het denazificeren en ‘desataniseren’: het
was/is dus een heilige strijd, ook om ideeën en waarden, die Oekraïne zogezegd had laten
vallen. Militairen worden gelokt met een hoge startpremie van 25.000 à 42.500 euro en
maandlonen van 2.700 tot 6.000 euro (p. 135). Meestal lees ik wel minder hoge lonen:
eerder 1.800 à 2.000 euro, wat nog heel veel is voor Russen die zeker in Siberië een heel
laag inkomen hebben. Na een preek van patriarch Kirill op 6 maart 2022 stemden bijna alle
orthodoxe priesters in met de ‘heilige oorlog tegen het decadente en satanische Westen’ (p.
136). 300 priesters protesteerden: zij werden gestraft.
De auteurs schatten het aantal slachtoffers na vier jaar oorlog: 325.000 Russische doden en
875.000 gewonden; 100.000 à 140.000 Oekraïense doden en 400.000 à 560.000 gewonden
(p. 143). Die cijfers komen overeen met andere schattingen. Desondanks steunen 73% van
de Russen de oorlog en vinden ze dat Rusland die moet afmaken. Sommigen beweren zelfs
dat ze ervan genieten om ‘nazi’s’ te martelen en hun keel door te snijden (p. 145). 18% of 26
miljoen hebben bezwaren tegen de oorlog. Na drie jaar oorlog waren er al 20.000
gearresteerd omdat ze tegen de oorlog waren (p. 146). De meesten blijven er passief bij.
Ondertussen voert Poetin ook een schaduwoorlog tegen het Westen met drones,
cyberaanvallen, desinformatie, sabotage en andere ‘active measures’. Rusland heeft een
lange geschiedenis van inmenging in andere landen en bij de Amerikaanse
presidentsverkiezingen van 2016 waren 5,6% van de betaalde advertenties op Facebook
van Russische bronnen bedoeld om de democratie te ontwrichten en Hillary Clinton zwart te
maken (p. 167-168). Na het neerschieten van vlucht MH17 op 17 juli 2014 begon Moskou
meteen desinformatie te verspreiden in Nederland, waar ook professoren intrapten. De
Nederlandse import en export ging gewoon verder. De auteurs vergeten nog dat
Nederlandse firma’s de betwiste Krimbrug bouwden. En in 2016 kantte Rusland zich met
desinformatie tegen het associatieverdrag van de EU met Oekraïne. Door ideologische
blindheid ziet een deel van het Westen de dreiging niet of te weinig in en is het aantal
Russisch-gezinde politieke partijen toegenomen in de EU, zowel ultrarechts als ultralinks.
In het laatste hoofdstuk vragen de auteurs zich af wat de verhalen van Poetin omtrent zijn
tsaristische droom en het heilige Rusland betekenen voor het verdere verloop van zijn
radicaliseringsproces en dat van de Russische bevolking. Zijn slijtageoorlog tegen Oekraïne
verloopt zo traag dat hij pas in 2030 heel Donetsk, Loegansk, Cherson en Zaporidzja in
handen zal hebben en meer dan 100 jaar nodig zal hebben om heel Oekraïne te bezetten.
Zijn project kan dus ook mislukken, er kan een interne instorting van het regime
plaatsvinden, maar het meest waarschijnlijke is een bevroren front zoals in Korea (p. 186).
De stagnatie kan enkel doorbroken worden als Kyiv en het Westen met Poetin gaan
onderhandelen, maar dan moet deze ook willen. En dat kan enkel als Kyiv met Europese
steun militaire druk blijft uitoefenen op Rusland.
In de bijlagen leggen de auteurs hun onderzoeksmethodes uit, ze geven ook een lijst met
zgn. codewoorden, zoektermen, vele noten en een personenregister.
Beoordeling
De auteurs hebben hun werk zeer grondig aangepakt. Ze zijn heel kritisch voor Poetin en al
zijn plannen. Ze gebruiken voor hun betoog heel veel originele, Russische bronnen. Hun
boek is soms erg theoretisch en vooral geschikt voor een geschoold publiek.
Enkele opmerkingen: een kaart van Rusland, Oekraïne en Georgië ontbreekt. Niet iedereen
weet waar Georgiejevsk, Tatarstan, Toeva, … liggen. De laatste dag van de 20 ste eeuw is niet
31 december 1999, zoals beweerd wordt op p. 32, 33 en 229, maar 31 december 2000.Het
nieuwe millennium begon pas op 1 januari 2001.
Bij Henk Sneevliet (p. 163) staat wel dat hij de Communistische Partij van Nederlands-Indië
oprichtte in 1920, maar die van China (1921) ontbreekt.
Referentie
Poetins tsaristische droom
Geschiedenis als wapen in de Russische politiek
Beatrice de Graaf – Niels Drost
Uitgeverij Prometheus, Amsterdam/L&M, Antwerpen, april 2026
Paperback, 268 pagina’s, tabellen, lijsten met codewoorden en zoektermen, noten, register
ISBN 978-90-446-5845-3; € 22,99.
©Jef Abbeel april-mei 2026 www.jefabbeel.be


Opmerkingen