top of page

Rivier van Bloed. Een cultuurgeschiedenis van de Wolga.

  • Jef Abbeel
  • 16 mrt
  • 5 minuten om te lezen

Michel Krielaars

De auteur (°1961) heeft jarenlang in de Sovjet-Unie/Rusland gewoond en gereisd. In dit

boek volgt hij met een Baedeker-reisgids uit 1892 de loop van de Wolga. Hij onderzoekt wat

er nog over is van het toenmalige Rusland.

De Wolga is van noord tot zuid 3.530 km lang en wordt ‘Het kloppende hart’ (p. 18) en ‘De

moeder van Rusland’ (p. 17) genoemd. Hij verenigt Rusland en verdeelt het ook in twee:

vanaf het Tataarse Kazan begint op de oostelijke oever een andere wereld van

steppevolkeren, die pas in de 16de eeuw door Ivan de Verschrikkelijke onderworpen

werden.

De Wolga begint in de Valdai-moerassen, 450 km ten noordwesten van Moskou, waar sinds

1990 op 29 mei de bron jaarlijks wordt gewijd.

Krielaars beschrijft dan alle steden die langs de rivier liggen. Daarbij vertelt hij oneindig veel

wetenswaardigheden over schrijvers, kunstenaars, bewoners, zowel uit het verleden als uit

het heden, zodat de lezer zin krijgt om die bootreis zelf over te doen. Ten tijde van de

schilder Ilja Repin (1873) waren er 600.000 Wolga-slepers (p. 108). De kerk heeft weer haar

macht van toen en is opnieuw steunpilaar van het regime, ook als het oorlog voert. Tijdens

Stalin wijdde ze zelfs een kalender aan hem, hoewel hij duizenden priesters vermoord had.

Veel Russen in de provincie zijn zwijgzaam, passief, kritiekloze aanhangers van Poetins

oorlog tegen Oekraïne. Velen gelijken op Oblomov, de vadsige, luie figuur in de roman van

Gontsjarov uit 1859 (p. 229).

Hun stadsbestuurders verrijken zichzelf, van generatie op generatie. Toen tijdens Stalin

800.000 burgers geëxecuteerd en miljoenen naar de goelag gestuurd werden, zwegen ze

nog meer en dachten ze dat Stalin als een vader voor hen zorgde. Overheidsgeweld is een

constante in de Russische geschiedenis.

Duitsers en andere West-Europeanen speelden eeuwenlang een rol in de Russische

economie en geschiedenis. Sinds Ivan de Verschrikkelijke (1547-1584), de eerste tsaar,

had Rusland een terreurdienst, vergelijkbaar met de huidige FSB. Die van Stalin was de

ergste.

De Mongolen hadden ook veel invloed op de Russische geschiedenis en mentaliteit. Ze

waren de baas van ca. 1236 tot ca. 1503/1552. Ze inden belastingen via de lokale vorsten,

die meer aan zichzelf dachten dan aan hun onderdanen. De vorsten van Moskou maakten

hun stad tot zetel van de Russisch-orthodoxe kerk en tot machtigste vorstendom. Vanaf

1453 noemden ze Moskou het ‘Derde Rome’.

In 1380 werden de Mongolen een eerste keer verslagen, in 1552 veroverde Ivan IV Kazan

en maakte hij een einde aan hun macht. Het kanaat van de Krim werd pas in 1783 veroverd

door Potjomkin.

De Russische revolutie werd op gang gebracht door Tsjernysjevski, die in 1863 het

opruiende pamflet ‘Wat te doen’ schreef. De volgende twintig jaar mocht hij in Siberië

doorbrengen.

De beschrijving van Jaroslavl en van Sergejevski Posad is zo mooi dat je er meteen naartoe

zou willen gaan. De cafés zitten ook tijdens de week bomvol, alsof niemand hoeft te


werken. Smirnov, de grote wodka-magnaat uit de 19de eeuw, die zelf geen wodka dronk,

heeft nog altijd veel aanhangers, niet enkel bij de Russen, maar ook bij minderheden zoals

de arme Mari van Fins-Oegrische herkomst (p. 201).

De massale hongersnood van 1921-1923 met 5 miljoen doden wijt Krielaars aan de

droogte. Maar iets verder zegt hij zelf dat Lenin alle graanvoorraden (en de gronden)

afpakte van de boeren, wat de hoofdoorzaak was. In 1921 richtte hij op de Solovetski-

eilanden het eerste concentratiekamp in, dat model stond voor de goelag. Stalin pakte

tussen 1929 en 1933 ook alle graan af van de boeren, met ca. 7 miljoen doden als gevolg,

vooral in Oekraïne. En hij perfectioneerde het goelag-systeem.

Schrijver Gorki (1868-1936) krijgt eerst een eerbetoon, maar dan ook kritiek voor zijn

misleidende Sovjetpropaganda. Hij overleed in 1936. Volgens Trotski was hij vergiftigd, een

methode die toen al bestond.

De Lada-fabriek werd zoals vele fabrieken na de inval in Oekraïne omgevormd tot een

producent van oorlogsmaterieel. Krielaars ontmoet vrouwen die 52 uur per week werken

voor 35 euro per maand.

Saratov was de stad van de Wolga-Duitsers. Tussen 1770 en 1914 waren zij succesvolle

boeren. Maar tijdens WOI werden ze vervolgd en door de hongersnood van 1921-1923

stierven er 48.000. In de jaren 30 liet Stalin tienduizenden van hen executeren of naar

Siberië deporteren. Saratov was in de Sovjettijd een gesloten stad: er stond een militaire

vliegtuigfabriek en Gagarin landde er in 1961 na zijn ruimtevlucht. In de Slag bij Stalingrad

sneuvelden 1 miljoen Russen en 0,7 miljoen Duitsers. Poetin gebruikt die slag nu in zijn

propaganda. Hij verheerlijkt Stalin opnieuw en in het verplichte lesboek geschiedenis uit

2013 wordt hij een efficiënte manager genoemd, die hoogstens wat onbeduidende fouten

maakte. En de inval in Praag (1968) wordt toegeschreven aan de NAVO en aan allerlei

fascisten, wat nu herhaald wordt voor Oekraïne.

Het multi-etnische Astrachan is de laatste halte van de reis. De Mongolen hadden er hun

hoofdstad Saraj van 1237 tot 1552. Een Venetiaanse gezant bewonderde de stad in 1473,

maar keek toen al op van het mateloze wodka-verbruik, dat nadien nog toegenomen is.

De auteur besluit dat de Wolga de slagader was van oorlogen, opstanden, onderdrukking,

honger, mythes, maar ook een bron van kracht en hoop.


Beoordeling


Krielaars kan heerlijk vertellen over de Russische geschiedenis, politiek, godsdienst,

maatschappij, literatuur en kunst. Hij doet dat met veel kennis van zaken en met de nodige

empathie.

Er zijn enkele overeenkomsten met ‘Mijn Rusland’ van Sjisjkin: beide auteurs betreuren dat

Rusland de massale moordpartijen uit de Stalintijd verzwijgt, dat het onderzoeksinstituut

Memorial sinds 2021 verboden is en geen onderzoek meer mag doen naar dat verleden.

Beiden storen zich ook aan de corruptie, de armoede op het platteland, het grote aantal

incompetente en luie ambtenaren.

Op p. 8 staat een klein kaartje met het verloop van de Wolga en zijn bijrivieren. Maar hierop

ontbreken veel plaatsnamen.


Nog een paar details: Nikitin was in 1466 niet “de eerste Europeaan die naar Indië voer” (p.

24): de Venetiaan Niccolo de Conti was hem voor rond 1420. Krielaars dateert de

Renaissance in de 12 –13de eeuw (p. 66): ik zou eerder zeggen: 15de – 16de eeuw. Hij

zegt dat Tsjernysjevski in 1863 ontsnapte aan de censuur, maar hij vergeet dat hij van 1864

tot 1883 in Siberische werkkampen mocht vertoeven. Over Tatarstan zegt hij dat 48%

Tataars-islamitisch is en 47% Russisch-orthodox (p. 183). Het is eerder 53% Tataars en

40% Russisch. Het Byzantijnse rijk sneuvelde niet in ‘1492’ (p. 214), maar in 1453. Het

aantal werknemers bij Lada bedraagt ‘40.000’ op p. 240 en ‘700.000’ op p. 242.

Samara leidt hij af van het Griekse samar/koopman, maar koopman is emporos/εμποροσ in

het Grieks. Hij laat de Russische elite nog altijd rondrijden in ‘Mercedessen en BMW’s’ (p.

275), maar sinds de oorlog zijn vooral Chinese auto’s ingevoerd. Op p. 325 staat: “terwijl de

Armeense vrouwen klederdracht droegen”: hier ontbreekt wellicht het woord ‘traditionele’.

In de uitgebreide bibliografie (p. 331-336) staan de boeken van Figes, Gessen, Haffner,

Sebestyen nog met hun Engelse of Duitse titel, terwijl er al lang een Nederlandse versie van

bestaat.

En voor de uitgever: de pagina’s 276-336 zitten los in het boek!

Globaal gezien is het een zeer degelijk en vlot leesbaar verhaal.


Referentie:

Michel Krielaars,

Rivier van Bloed.

Een cultuurgeschiedenis van de Wolga.

Uitgeverij Pluim, Amsterdam/Antwerpen, januari 2026

Paperback, 336 pagina’s, kaartje, bibliografie.

ISBN 978-94-934-2050-2 ; € 26,99.


©Jef Abbeel, Turnhout, www.jefabbeel.be februari 2026



Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
bottom of page