Wat er op het spel staat. Mijn oproep voor vrede en veiligheid.

30 jaar geleden speelde Gorbatsjov een allesbepalende rol in de beëindiging van de wapenwedloop en van de Koude Oorlog, de vrijmaking van Oost-Europa en van 15 Sovjetrepublieken. In eigen land leverde dat hem geen lof op, wereldwijd des te meer. In deel 1 maakt hij zich zorgen om de militarisering van de wereldpolitiek: Trump trekt zich terug uit ontwapeningsverdragen, de EU is verdeeld, China zet zijn opmars ongehinderd verder. Hij vraagt zich af wat Amerika drijft: zijn defensie-uitgaven zijn hoger dan die van alle concurrenten samen. Hij vermoedt dat Trump de absolute militaire suprematie nastreeft. De SU heeft de vrijheid gegeven aan Oost-Europa en aan alle niet-Russische republieken en rekende met het ‘Handvest van Parijs voor een Nieuw Europa’ (nov. 1990) dan ook op veiligheid en gelijkwaardige behandeling. Maar het Westen vergat dit Handvest al in de jaren ’90 en sprak enkel nog over zijn ‘overwinning in de Koude Oorlog’ en ‘het uiteenvallen van de Sovjet-Unie dank zij de machtspositie van Amerika’ (p. 24). Amerika zorgde voor miserie in het Nabije Oosten, Joegoslavië en Oekraïne. Gorbatsjov pleit voor het afschaffen van kernwapens, omdat er ongelukken kunnen gebeuren door computerfouten en ze kunnen in handen vallen van terroristen. Tijdens de Cubacrisis stond de wereld al aan de rand van de ondergang. Een betrouwbaar antiraketschild bestaat niet. In 1987-1990 bereikten hij en Reagan wel resultaten in de vermindering van strategische aanvals- en verdedigingswapens. In 1992 voerden de VSA hun laatste kernproef uit in Nevada. In de 21 ste eeuw heeft enkel Noord-Korea nog kernproeven uitgevoerd. De militaire doctrine van Rusland uit 2014 voorziet het gebruik van kernwapens enkel bij een aanval op Russisch grondgebied, dus niet om zelf aan te vallen. Als de andere nucleaire landen dit voorbeeld volgen, komt er geen kernoorlog meer. Hij vertelt ook dat hij in 1990 bij de verovering van Koeweit door Irak, bondgenoot van Rusland, voorstander was van een vreedzame oplossing, maar de koppige Saddam Hoessein maakte dit onmogelijk. Amerika verdreef dan Irak uit Koeweit. Maar in 2003 viel het Irak binnen, onder het valse voorwendsel van massavernietigingswapens. De gevolgen waren rampzalig tot vandaag: de enorme groei van de terreur wereldwijd. Hij geeft toe dat de Russische inmenging in Afghanistan (1979-1987) ook een grote fout was: Osama vestigde er zijn rovershol en op 11 september 2001 zag iedereen de resultaten op tv. Deel 2 gaat over de globalisering, die na de Koude Oorlog vooral de leidende industrielanden, hun grote bedrijven, China en India bevoordeelde. Het neoliberale kapitalisme werd uitgeroepen tot overwinnaar in een wereldeconomie van concurrentie, deregulering en privatisering. Dertig jaar later is de ongelijkheid toegenomen: het aantal miljardairs verdubbelde tussen 2008 en 2019 tot meer dan 2.000. De rijkste 26 bezitten 1,4 biljoen $, de armste 738 miljoen slechts 3,8 miljard. Zij leven ook 20 jaar minder lang (p. 51). Gorbatsjov beweert dat de levensstandaard van de middenklasse al tientallen jaren niet meer groeit. Maar meteen daarna zegt hij dat de middenklasse groeide met 28% tegenover 95% voor de rijksten. Met dank aan de fiscus, die de rijksten spaart (p. 52). Hij beweert ook dat in Groot-Brittannië de armste 10% een hoger deel van hun inkomen aan de fiscus betalen dan de rijkste 10%. Maar hij vermeldt (weer) geen bron en het klopt ook niet: de rijkste 381.000 Britten betalen één derde van de totale belasting op inkomen (The Guardian, 17.12.2019). Het land heeft wel een te lage belasting op vermogen en op onroerend goed, zoals helaas alle westerse landen. OokFrankrijk heeft zijn vermogensbelasting afgeschaft in 2017 (omdat te veel Fransen uitweken naar België). Gorbatsjov verzet zich tegen een economie die streeft naar maximale winst en overconsumptie: dat bevordert sociale ongelijkheid en belast het milieu. Hij ziet ook positieve evoluties: het aantal mensen in extreme armoede is in 20 jaar gehalveerd, 90% van de kinderen in de ontwikkelingslanden gaat naar school (dat lijkt mij optimistisch), de kinder- en moedersterfte zijn gehalveerd (p. 56). De ecologische catastrofe maakt hem zeer bezorgd: stormen, overstromingen, tsunami’s, verwoestende branden, aardbevingen zullen toenemen in de komende jaren. Planten, dieren en

2 tropisch regenwoud sterven uit in ongekend tempo, de vervuiling van lucht en water doodt meer mensen dan alle oorlogen, geweld, roken, honger, ziektes samen (p. 60-62). Hij citeert als cijfer: meer dan 9 miljoen per dag. Dat zijn er 3,285 miljard per jaar en dan zal er over 3 jaar niemand nog in leven zijn. Dat cijfer kan dus niet kloppen. De EU en China willen meewerken aan het ‘Handvest van de Aarde’ (Parijs, 2000 , p. 66-69). De Russische republiek Tatarstan werd de eerste regio die het toepast. Hopelijk blijft het niet bij die ene, want ze telt maar 3,9 miljoen inwoners en is dus niet representatief. Deel 3 gaat over politiek en populisme. Mensen die zich ongerust maken over hun toekomst en zien dat hun levensstandaard daalt, stemmen op populisten. Gorbatsjov begrijpt hen, maar opteert zelf voor de sociaaldemocraten, die nu stemmen verliezen aan extreemrechts en aan nationalisten. Hij hoopt ook dat de Amerikaanse leiders minder gaan streven naar een dominant imperialisme en wijst hen erop dat hun interventies in Irak, op de Balkan, in Afghanistan, Libië en Syrië niet tot een betere wereld hebben geleid. De houding van Trump tegenover Iran vindt hij nefast: er was een akkoord, hij verwerpt het. Gorbatsjov betreurt ook dat Trump andere verdragen opzegt, een muur optrekt aan de grens met Mexico, de ambassade naar Jeruzalem heeft verhuisd, de Golan erkent als Israëlisch grondgebied (p. 102-104). Hij pleit opnieuw voor een pan-Europees huis, een Europa met Rusland erbij. De haast waarmee Europa in de jaren ’90 uitbreidde, zorgde voor interne problemen en de pogingen om Oekraïne los te weken van Rusland, creëerde onnodige spanningen. China en India beschouwt hij als de nieuwe giganten: beide landen hebben de armoede sterk verminderd en staan technisch zeer ver. Hij heeft ook veel lof voor Japan en Maleisië. Hij gooit Maleisië en Singapore wel door elkaar (p. 115-117) en bedoelt allicht Singapore, dat veel beter presteert dan Maleisië. Het Midden-Oosten en Noord-Afrika noemt hij de zenuwknoop van de wereldpolitiek en het kruitvat van de geglobaliseerde wereld, gekenmerkt door instabiliteit, onvoorspelbaarheid en jarenlange conflicten. Hij wijst ook op de toename van de islam: van 150 miljoen naar 1,7 miljard op één eeuw. Hij ontkent dat de islam geweld voortbrengt (p. 123), maar spreekt daarmee tegen wat iedereen bijna dagelijks ziet gebeuren. Hij erkent wel dat er goed georganiseerde terreurgroepen zijn (p. 125), maar vertelt er niet bij hoe vaak die specifiek christenen onthoofden. Hij spreekt ook over de terugkeer van autoritaire leiders en democratie-moeheid, zonder daarbij zijn eigen land te vernoemen. Bij de massamedia klaagt hij vooral diegene aan die via sociale media oproepen tot terreur. In Deel 4, ‘Het nieuwe Rusland’ zegt hij dat hij enkel in dat land kan leven. In zijn land wonen wel tientallen nationaliteiten en etnische groepen en dat bemoeilijkt de cohesie, zeker nu het centraal gezag minder krachtig is dan in de Sovjettijd (p.139). Hij betreurt dat de Sovjet-Unie uiteen is gevallen: de coup van augustus 1991 verzwakte zijn positie en Jeltsin, president van Rusland, liet de unie uiteenvallen. Daardoor volgde een economische chaos en een enorme achteruitgang van de levensstandaard. Het BNP werd bijna gehalveerd. En voor Europa en Amerika telde Rusland niet meer mee (p. 141). Poetin erfde in 2000 de chaos. Tsjetsjenië was een broeinest van bandieten en terroristen (p. 142). De Russische federatie leek op weg naar desintegratie. De roebel-crisis had in 1998 het inkomen van de burgers gehalveerd. Het land was failliet (p. 142-143). Gorbatsjov zegt dat een democratie deze catastrofe niet had kunnen oplossen: dat kon enkel een autoritair president. Poetin zorgde ervoor dat de levensstandaard van miljoenen Russen weer fors verbeterde in 2000 – 2010. Gorbatsjov heeft dan ook veel respect voor Poetin, meer dan omgekeerd. Poetin zette genoeg stappen naar samenwerking met de VSA en de NAVO, maar het westen bleef wantrouwig. Gorbatsjov heeft wel kritiek op het systeem: al sinds 1993 heeft de president te veel macht en de partijen hebben geen programma. Bij democratie denken velen aan de chaos van de jaren ’90. En de Russen hebben wel talent, maar geen traditie van zelforganisatie. De economie is goed geëvolueerd: er zijn geen tekorten en geen wachtrijen meer, de inflatie is laag. Maar er leven nog 19 miljoen mensen of 13% in armoede, de kloof tussen rijk en arm, tussen stad en

3 platteland is te groot en de corruptie is niet verdwenen (p. 150-151). De Krim hoort ook volgens hem bij Rusland, wat de inwoners ook massaal willen. Het westen koos onterecht voor sancties, zonder rekening te houden met de wensen van de Krim-bewoners. Deel 5 gaat over Duitsland en Rusland. Hun relaties waren goed tot 2014. Toen nam ook Duitsland deel aan de sancties, die tweesnijdend zijn. De politieke dialoog tussen Merkel en Poetin gaat wel elk jaar verder. Duitsland is na China de belangrijkste handelspartner van Rusland: 5.000 Duitse bedrijven zijn gevestigd in Rusland. En Duitsland kan niet zonder het Russische aardgas, wat op de zenuwen van Trump werkt: hij trof sancties in december 2019. Maar de Duitse media tonen de laatste jaren geen sympathie meer voor Rusland (p. 167). Op het einde somt hij zijn herinneringen aan Duitsland op, vóór, tijdens en na WO II, zijn eerste reis naar de DDR op het einde van de jaren ’60, de BRD (1975) en de gebeurtenissen in de revolutionaire jaren 1989-1990. Terecht is hij trots op zijn grote bijdrage aan de hereniging van Duitsland. Tegelijk is hij bitter over de vijandige sfeer van nu en de sancties tegen Rusland, dat Duitsland bevrijd heeft van de nazi’s en de kans heeft gegeven om weer één te worden. Hij roept op tot dialoog i.p.v. vijandigheid. Dit boek lijkt een beetje op het testament van een oude wijze man, die betreurt dat de relaties tussen zijn land en het westen niet meer zo goed zijn als tijdens zijn ambtsperiode. Het verwondert mij dan ook dat hij het westen niet expliciet verwijt dat het zich niet gehouden heeft aan de afspraken van 1990, nl. dat de NAVO geen ‘inch’ in de richting van Rusland zou trekken. Enkel op p. 178 staat een vage verwijzing naar “verschuiving van NAVO-troepen naar het oosten”. Hij verwijt Amerika terecht dat het akkoorden over ontwapening verwerpt, maar hij spaart zijn kritiek op het Russische optreden in Oost-Oekraïne, Syrië, de stille opmars en de wapenleveranties van Rusland in Afrika, de weigering om schuld te bekennen bij het neerhalen van vlucht MH17 met 300 doden. Nog wat details: soms staat er een onverstaanbare zin, bv. p. 15: “In de mededeling over het vertrek van de VS uit het ABM-verdrag moet een uitleg met betrekking tot de uitzonderlijke omstandigheden, die de op de hoogte stellende Kant onderscheidt als geleverde onder dreiging van haar hoogste belangen staan”. Soms spreekt hij over zaken zoals het ‘Handvest van Parijs voor een nieuw Europa’ (p. 19, 23), zonder even uit te leggen wat daarin staat. Soms staan er ook gallicismen: “Dat is waar ik bang voor ben” (p. 27) of “Dat is waar ik aan denk” (p. 79). En nog een detail: op p. 4 staat: ‘Oorspronkelijke titel’: “Was jetzt auf dem Spiel steht” en op p. 3: ‘Vertaald uit het Russisch door Gretske de Haan’. De twee kunnen niet tegelijk waar zijn. ISBN 978-9-00-036493-0 Hardcover, 22 x 14 cm, 184 p. € 19,99 Uitgeverij Spectrum, A’dam/Lannoo, Tielt November 2019 © Jef Abbeel www.jefabbeel.be december 2019

Archief
Zoeken op tags
Categorie